Eerste etappe

Door Pieter van Wijk - A long time ago

Auckland, 12 februari 2010

 

Twee dagen (10 en 11 februari) Singapore.

 

Na een dag wandelen een conclusie uit eigen waarneming: het nieuwe Signapore is een steriele stad. Zowel letterlijk als figuurlijk. Letterlijk omdat er niets op straat wordt gegooid. Heerlijk is dat. Het kan dus wel. Welke partij zet dat nu eens in zijn verkiezingspprogramma. Figuurlijk: het ademt heel veel ontwikkeling en vooruitgang uit die pas in de laatste 50 jaar heeft plaatsgevonden of liever; uit de grond is gestampt en die vooral ook moet imponeren.

Ons hotel staat dicht bij de Singapore River. Op de avond van onze aankomst hebben we in een restaurant in een voetgangersgebied bij een Balinees eethuisje een lichte maaltijd verorberd. De stemming werd zeker niet getemperd door de aanwezigheid van een buikdanseres op een belendend terras bij een Perzisch restaurant, schuin tegenover een Marokkaans restaurant. Dit is Singapore: een smeltkroes van culturen: Chinezen maken ruim de meerderheid uit, dus Taoisme. Daarnaast veel Indiers, dus Boedhisme, Maleisische inwoners tekenen voor de Islam. ' s Avonds op straat stellen we vast dat wij al bij de oudjes behoren. Hier wonen samengeperst op iedere vierkante kilometer meer dan 6.000 mensen, bijelkaar. In totaal op ongeveer 750 vierkante kilomer bijna 5 miljoen mensen.

Tijdens een citytour per bus, de volgende morgen, vertelt de gastvrouw dat iedere bevolkingsgroep op zich zelf blijft. in voor iedere bevolkingsgroep door de Brit Raffels, de eerste Engelse gouverneur, aangewezen gebied. Ook hier zijn er multiculturele spanningen. In de ochtendkrant lezen we dat een Evangelicale dominee zich in een preek nogal negatief heeft uitgelaten over het Boedhisme en het Taoisme. Hij heeft zijn woorden (gedwongen) teruggenomen en de anderen hebben zijn excuses geaccepteerd. Maar het is wel een aanleiding om de dialoog aan te gaan. Met zoveel mensen op een welvarend kluitje heeft de meerderheid geen behoefte aan figuren die tegenstellingen op de spits drijven. Iedereen snapt dat er dan alleen maar verliezers zijn. Het oogt ook aan de buitenkant behoorlijk tolerant. De hoofdoekjes dragende vrouwen zien er even modern uit als de niet bedekte. Ik signaleer hier en daar een boerka maar heb verder geen boerkawinkel gezien. Wel zie ik dat de gebruikelijke westerse kledingmerken hier allemaal te vinden zijn. Ik zie iemand in hetzelfde maar dan ook exact hetzelfde overhemd dat ik in opruiming bij de Bijenkorf heb gekocht: gewoon in China gemaakt. De tweede avond komen we uit bij een eethuisje schuin tegenover de Sultanmoskee. Het is een plek waar generaties lang traditioneel en goedkoop is gegeten. Een vrouwelijk tourist-guide, ze moet ruim boven de zeventig zijn, vraagt ons of zij, met een groep aan de lange tafel mag zitten waaraan wij zitten. Wij nemen genoegen met een kleinere tafel. Even later blijkt het een groep journalisten te zijn uit allerlei landen uit de regio die aan de universiteit een cursus over journalistiek volgen maar dan wel in relatie tot de multiculturele samenleving in hun eigen land.

Ze heeft ook contacten in Nederland en is in plaatsen als Schiedam, Amsterdam, Leiden en Eindhoven geweest. Sjanie krijgt haar kaartje, voor het geval we nogeens terugkomen. Ze staat ook in de Lonely Planet, zegt ze. Na het eten maken we nog een rondvaart over de Singapore river. Er is een verfrissend windje gaan waaien, maar dat wil niet zeggen dat we de airco in de hotelkamer kunnen missen. De volgende en laatste dag is het nog warmer.

Als eerste bezoeken we fort Canning gelegen op een strategische heuvel van waar de eerste koningen over Singapore regeerden. Rond 1800 hebben de Engelsen het overgenomen om er een kroonkolonie van te maken. De heuvel is nu een schitterend park waar de Singaporesen in hun vrije tijd naar toe gaan. Na dit stukje Engelse geschiedenis komt de geschiedenis van de Chinezen voorbij in het museum midden in Chinatown. De trek naar Singapore is vergelijkbaar met die van de gastarbeiders in ons land. Ze kwamen om geld te verdienen maar bleven uiteindelijk om er zich blijvend te vestigen. Een groot verschil was de massaliteit en de enorme armoede en de criminaliteit. Er blijkt ook een meer trendy Chinatown te zijn waar de oude bebouwing die aan de slopershamer heeft weten te ontkomen inmiddels er goed onderhouden bij staat. De sfeer in deze wijk met laagbouw heeft een menselijkere maat en als je in plaats van auto's, karren en riksja's denkt, kun je bedenken hoe het vroeger er aan toe is gegaan. 's Middags eten we in een foodcentre. Het is een enorme overdekte markt waar wel 50 verschillende kraampjes voedsel verkopen. Alle keukens uit de wereld lijken er vertegenwoordigd. Je koopt voor omgerekend een paar euro de heerlijkste gerechten.

Zowel bij de luch als 's avonds wordt hier door een paar duizend mensen aan houten tafels gegeten. Het historische karakter van het achthoekige complex dat in een art deco achtige stijl is opgetrokken draagt bij aan de gezellige sfeer.

De onderhoudende chauffeur die ons rond half zeven weer naar het vliegveld brengt, beklaagt zich over het éénpartijstelsel (waardoor er praktisch gesproken toch sprake is van een oligarchie), het feit dat de Singaporees gedwongen wordt heel hard te werken, dat overal voor betaald moet worden en dat ze lang moeten doorwerken. Hij is wel tevreden over het feit dat de overheid de woningmarkt volledig onder controle heeft waardoor de woonlasten aanvaardbaar zijn en ieder de mogelijkheid heeft om eigenaar te worden van een 3 kamer appartement.

Tot zover ons eerste reisverslag, alles verloopt volgens planning, morgen (zaterdag) hopen we de camper in ontvangst te nemen

Pieter, ook namens Sjanie, Jurry en Ariepieter.

 
Je kunt alleen reageren op dit bericht als je bent ingelogd.