Rapid City - Cheyenne

Door J. Ottens - A long time ago

 

 USA Woensdag 29 juli 2015 Rapid City - Cheyenne

 We werden vroeg gewekt door een vuilniswagen; propjes watten in de oren hielpen niet meer. Kortom: we zijn vroeg uit de veren gegaan. Het eerste wat we deden was de geldautomaat in het hotel 100 dollar ontfutselen. Gelukt! Tally's ontbijtrestaurant ging om zeven uur open en toen hadden wij de auto al van het parkeerdek gehaald en geparkeerd voor het hotel. Net als gisteren aten we tot volle tevredenheid de Featured House Made Granola.

Om ongeveer kwart over acht gingen we op pad en een uur later reden we Badlands National Park in. We waren gelijk verrast door de grote hoeveelheid prairiehondjes. Bij het eerste uitkijkpunt klauterden een paar geitjes de berg af. Het uitzicht was adembenemend: antracietgrijze torentjes, en verderop ronde heuveltjes met een roze en gele zweem. Elke bergketen in dit land is weer helemaal anders.

We hebben opnieuw bizons gezien, zij het verder van ons af dan in Yellowstone.

De weg was buitengewoon slecht: ribbels over de totale breedte van de weg, veroorzaakt door een wals met ijzeren rupsbanden, en daaroverheen losliggende split. Het grind vloog ons om de oren, zeker als ons een vrachtwagen tegemoet kwam met de toegestane maar onverantwoorde snelheid van 45 mijl (72 km) per uur, en als je even buiten het spoor kwam, rammelde de auto bijna uit elkaar en vlogen de gebitten ons uit de mond. Tenminste, als we kunstgebitten zouden hebben gehad.

We hadden beter na het uitkijkpunt Roberts Prairie Dog Town, waar de prairiehondjes dicht bij de weg zaten en stonden en we de mooiste foto's hebben kunnen maken, rechtsaf kunnen slaan, terug naar de stad Wall. Dan hadden we ons 33 km over die rotweg bespaard terwijl er niks interessants meer te zien was. Heel af en toe een al dan niet vervallen huisje, misschien vier in totaal, dat was alles. Dat heeft ons twee uur van ons leven gekost. Maar goed, dat is wijsheid achteraf.

Een openbaar toilet was al die tijd nergens te bekennen. Dus toen we eindelijk bij het Visitors Center kwamen, gevestigd in een houten loods, repten we ons meteen naar binnen. De toiletten waren goed verzorgd, wat wel verbazend was omdat het gebouwtje weinig klandizie leek te trekken. Twee kerels zaten naar een film te kijken en een verveelde vrouw in groene parkkledij zat zich achter een toonbank te vervelen. Aan ons had ze ook niets, want we hebben niks gekocht.

Buiten was een van de picknickbanken ingenomen door een Indiaanse met haar zoontje van pakweg zes jaar, die ons zelfgemaakte sieraden wilde verkopen om de elektriciteit te kunnen betalen. Een gift was ook welkom.

Daarna kwam voor Janny de spannende tocht naar Wounded Knee. Ze was de hele dag al nerveus. Het was haar grote wens om daar eens te zijn waar in 1890 en 1973 door de Indianen gestreden is voor vrijheid. Nou ja, die van 1890 was een wraakactie voor het verslaan van Custer bij Little Bighorn, De bezetting door honderden jonge activisten van het dorp in 1973 heeft ze uitgebreid gevolgd en leidde er destijds toe dat ze lid van de Nanai werd, de vereniging die het opneemt voor de Noord-Amerikaanse indianen.

Wounded Knee is eigenlijk geen dorpje, wat huisjes verspreid waarvan de meeste krotten, jongeren slenterend over straat, loslopende honden en veel afgeleefde auto's. Op de parkeerplaats stonden  verkopers en onguur ogend volk. Na aandringen van Jan is Janny toch uitgestapt en heeft ze het monument bezocht. Boven bij de ingang van de begraafplaats sprak een verlegen meisje ons aan dat armbanden verkocht. Haar laatste argument was dat het voor een goed doel was. Tot onze spijt hebben we niks van haar gekocht.

Toch hebben we allebei het gevoel dat je daar wel wat zou kunnen opbouwen. Er is groen in de omgeving en met irrigatie zou een boel te bereiken zijn. Maar zoals de zaken er nu voor staan valt er voor de indianen alleen wat te verdienen met criminaliteit.

Op het kerkhof zie je veel plastic bloemen op de graven. Het monument voor de gevallenen van 1890 is goed onderhouden en omgeven door een lang hek waaraan linten hangen. Aan de overkant van de straat, op de parkeerplaats, staat een bord met het verhaal van het bloedbad.

Later reden we door het stadje Pine Ridge, de hoofdplaats van het gelijknamige reservaat, even armoedig als Wounded Knee. Na de lange reis besloten we een kop koffie te gaan kopen bij een tankstation. We parkeerden de auto en er kwam meteen een andere naast ons staan met kogelgaten in de ramen. We hebben de auto verplaatst. De mensen in deze omgeving zien er erg verweerd uit en de mannen maken zich vaak extra breed.  

Vanaf Pine Ridge was het nog 4,5 uur rijden. Daarnaast moesten we vanwege wegwerkzaamheden twintig minuten wachten tot een pilot car ons voorging, ter bescherming van de mensen die bezig waren de plastic strippen bij de middenstrepen weg te halen. De strippen hebben dezelfde functie als bij ons de oranje pilonen: ze geven aan waar een streep moet komen.

Om tien voor zeven stonden we voor het hotel in Cheyenne.

 

 

Je kunt alleen reageren op dit bericht als je bent ingelogd.
Infodag zat. 7 dec @ Zwolle
drie regio's, twee campers
Meld je gratis aan
20 oktober: Roadshow in Breda
Zuidwest-Amerika, West-Canada en camper!
Meld je gratis aan