Indian Summer in the mountains

Door Nienke N | Tioga Tours - A couple of years ago

Om klokslag 12:00 rijden we Boston uit, op weg naar North Conway. We laten de stad al gauw achter ons en rijden een stuk evenwijdig aan de kust. In de dorpjes zie je de maritieme invloed op de huizen en de winkeltjes. We stoppen even bij de walmart voor wat lekkernijen voor de komende dagen en rijden dan via een aantal scenic routes naar de Eastern Inns, waar we 2 nachten zullen verblijven. 

De vrouw bij de receptie verontschuldigt zich meteen, de TV  doet het niet, de monteur is onderweg. Nou geeft niets, dat ding gaat toch niet aan, (het blijkt wel een perfect wasrek te zijn). We maken nog een klein wandelingetje door het bos voor het donker wordt, want we willen toch wel heel graag die mooie herfstkleuren zien. We struikelen al snel over een stuk rails. Dit is vast van de de Notch Train, die we morgen nemen.

We kunnen het ‘s ochtends rustig aan doen, we hoeven pas om kwart over tien op het station te zijn. Van het ontbijt verwachten we niet zo veel, maar er blijkt toch best wel wat keuze te zijn. Alleen de koffie voldoet beter qua warmte dan de smaak. Daarna is het een kwartiertje lopen naar de trein. We lopen langs gezellige cafeetjes en winkeltjes, het is echt wel een leuk dorpje. 

We hebben kaartjes voor de Coach Class en de conducteur helpt iedereen met een grapje de trein in. Ook hier kiezen we voor twee bankjes met een tafeltje er tussen, dit geeft een stuk meer ruimte. Tegenover ons komt een jongen van onze leeftijd met zijn ouders zitten, het blijken tweede en derde generatie Nederlanders te zijn en we raken natuurlijk meteen aan de praat. Over Nederland, maar hij vertelt ons ook veel over de omgeving, de herfstkleuren en wat er in de White Mountains te doen is. 

De White Mountains staan bekend om de Fall Foliage, de prachtige rode, gele en oranje bomen. Hoe hoger we komen hoe minder kleur er is, we zijn eigenlijk net een week te laat. Bij het eindpunt van de trein, Crawford Station, kunnen we een wandelingetje maken om Saco Lake, een klein meertje. Na een uurtje gaan we terug met de trein naar North Conway.

Op aanraden van de familie van vanochtend gaan we eten bij de White Mountains Cider Company in het nabijgelegen plaatsje Glen. Van de menukaart worden we heel enthousiast en we delen een aantal gerechten. Het is een plekje dat we niet verwacht hadden in de USA, sfeervol en echt goed eten. Ze serveren wel Amerikaanse porties en na het toetje (apple cider donuts en pumpkin cake) kunnen we geen pap meer zeggen.

De volgende ochtend gaat de wekker weer bijtijds, want we hebben een vol programma. We rijden via de Kancamagus Scenic Byway (highway 112) en Kancamagus Pass naar Lincoln en het Franconia Notch State Park met de Flume Gorge. Onderweg stoppen we op diverse plekken, want de herfstkleuren zijn schitterend. Er zijn verschillende overdekte bruggen, watervallen en gorges. Het weer is wat wisselend en de donkere wolken geven de omgeving soms een wat spookachtig beeld. 

De eerste stop is de Albany Covered Bridge. Op de parkeerplaats staat een bord dat je een recreational pass nodig hebt. We maken alleen snel een paar foto’s en we vinden dit niet zo nodig. Bij de volgende stop, de Lower Falls, staan de borden weer. Het zit ons niet helemaal lekker en we inspecteren de borden nog eens. Er hangt een briefje naast dat ook de Nationale Parkpas geaccepteerd wordt. Het is tenslotte een National Forest, dus die hangen we maar aan de spiegel. Na de Rocky Gorge begint het echt te waaien en de spetteren, we rijden daarom door naar de Flume Gorge.

Hier is het ontzettend druk, het is zaterdag en wij denken dat het een geliefde wandelplek is voor de locals. Bij de ingang komen we erachter dat de toegang 16 dollar p.p. is. Best veel geld voor een trail van 2 mijl en 2 overdekte bruggen. We besluiten dat we dit wel erg veel vinden voor het kijkje dat we hier wilden nemen en we besluiten wat vroeger op bezoek te gaan bij onze 2 grote vrienden, Ben en Jerry.

De route naar Waterbury is prachtig. Bij de ijsfabriek is het ook erg druk en de eerstvolgende beschikbare tour is pas over een uur. Het meisje bij de kassa is meer met haar collega’s bezig dan met de klanten, maar ze tovert toch plotseling twee plaatsen op de tour die direct vertrekt tevoorschijn. Hebben wij even geluk. Eerst kijken we een film over de oorsprong en dan gaan we door naar de productieruimte. Op zaterdag ligt deze stil, maar ze hebben ook hier een cartoonfilm. 

Het is dat Vermont de plek is waar het ijs van Ben&Jerry’s ontstaan is en dit de eerste fabriek was, maar we hadden er niet de hele wereld voor hoeven over reizen. Onze gids vertelt vol trots dat de enige Ben&Jerry’s fabriek van Europa in Hellendoorn staat. Aan het einde van de tour krijgen we een bakje Strawberry Cheesecake om te proeven. Dat smaakt naar meer, de rij voor het “echte” ijs is alleen zo lang(zaam), dat we besluiten deze over te slaan en verder te gaan naar de Cold Hollow Cider Mill. 

De geur van verse donuts komt ons achterop de parkeerplaats tegemoet. Ze hebben nog een paar bestellingen van donuts te maken, waaronder voor de Red Socks voor maandag. Ze kunnen er gelukkig een paar missen voor ons… nee we hebben er nog geen genoeg van ;-). Met een beker warme Apple Cider zitten we hier even lekker in het herfstzonnetje.

Daarna is het doorrijden naar de Green Mountains en onze eindbestemming Killington. Ook deze route rijden we via de Scenic Byway, Highway 100. We komen hier onverwacht nog een aantal covered bridges tegen. We kunnen helaas niet overal stoppen, want naar goed Amerikaans gebruik, staan de borden pas bij de afslag en kan je ze altijd pas lezen als je er voorbij rijdt.

We naderen Killington tegen zonsondergang en we hopen dat het niet Norman Bates is die ons welkom heet bij het hotel.

Reacties

Christien A couple of years ago

Weer superverslag. Ik heb genoten...
Je kunt alleen reageren op dit bericht als je bent ingelogd.
Meld je nu gratis aan voor ons webinar over Zuidwest-Amerika.
Klik voor meer info!
Meld je nu gratis aan voor ons webinar over West-Canada.
Klik voor meer info!