Films in Los Angeles

door Maurits van den Toorn wo 3 aug. 2016 9:00

Voor de combinatie Los Angeles en film is een bezoek aan TCL Chinese Theatre op Hollywood Boulevard een must. Het is een grote bioscoop in de vorm van een Chinese tempel, gebouwd in 1927 en sindsdien het toneel van talloze filmpremières en Oscar-uitreikingen. Zelfs als je niet naar binnen kunt, is het de moeite waard vanwege de hand- en voetafdrukken en handtekeningen in nat cement van talloze groten uit de filmwereld. Bovendien is hier ook de Hollywood Walk of Fame, het origineel waar alle andere Walks of Fame van zijn afgeleid.

Films in Los Angeles Films in Los Angeles

Thuiswedstrijd

Het aantal films dat in en om Los Angeles is opgenomen, moet in de duizenden lopen. De filmindustrie speelt hier een thuiswedstrijd. We kunnen er dan ook maar een paar noemen waarin de stad min of meer herkenbaar de achtergrond vormt of zelf een rol speelt. Een beetje filmliefhebber kan het lijstje moeiteloos aanvullen.

Een populaire filmlocatie is de meestal vrijwel droge bedding van de LA River, die in de jaren dertig in een lelijke betonnen bak (met mooie art deco bruggen eroverheen) is gekanaliseerd. Die ruime bak is geliefd bij filmmakers voor races en achtervolgingsscènes, zoals in Grease (1978) en Terminator 2 (1991). Soms is het ook een mooie achtergrond voor een autorit met ontluikende liefde, zoals in Drive (2011) met Ryan Gosling en Carey Mulligan als romantisch koppel.

Actie!

Bij films in Los Angeles is er ook vrijwel altijd een rol weggelegd voor de vele snelwegen. Mooie voorbeelden zijn de op hol slaande autobus in Speed (1994) en de vluchtende Mini’s in The Italian Job (de versie uit 2003); ook daarin komt trouwens de LA River voor.

En nu we toch bij het hoofdstuk crime, thrillers en actie zijn: de klassieker Chinatown (1974) met Jack Nicholson, Die Hard (1988) met Bruce Willis, Heat (1995) met Robert de Niro en Al Pacino voor het eerst samen, L.A. Confidential (1997) met de toen nog onbekende Kevin Spacey (House of Cards was nog ver weg), Pulp Fiction (1994) en Jackie Brown (1997) van Quentin Tarantino en het raadselachtige Mulholland Drive (2001) van David Lynch.

Aliens en natuurrampen

Opvallend is hoe vaak Los Angeles door natuurrampen of buitenaardse activiteiten op grootse wijze wordt weggevaagd. Zouden de filmmakers zo’n hekel aan hun stad hebben? Ze gaan in ieder geval lekker los in Earthquake (1974), Independence Day (1996), Volcano (1997), The Day after Tomorrow (2004) en 2012 (2009). En dat is nog maar een heel kleine selectie uit alle – voornamelijk digitale – rampspoed.

Serieuzere films zijn er (gelukkig) ook genoeg, zoals Short Cuts (1993) van Robert Altman met een all star cast waarin allerlei levenslopen in verschillende delen van de stad elkaar kruisen, en Boyz ’n the Hood (1991), over pogingen om op het rechte pad te blijven te midden van de gang wars in de zwarte wijken.

Serieuze films

Uiteraard zijn er ook films over de filmindustrie, zoals Barton Fink (1991), een bizarre fantasie van de gebroeders Coen over het Hollywood van de jaren veertig. Ook over de filmindustrie: The Player (1992) van de al genoemde Robert Altman met in de hoofdrol Tim Robbins, Boogie Nights (1997) over de opkomst en ondergang van de pornofilmindustrie en het sfeervolle The Artist (2011), een stille film in zwartwit over de overgang naar de geluidsfilm (een Franse film overigens, goed voor vijf Oscars). Twee klassiekers over hetzelfde onderwerp zijn de musical Singin’ in the Rain (1952) van en met Gene Kelly en het meesterwerk Sunset Boulevard (1950) van Billy Wilder. Heel mooi in deze zwartwit film zijn de cameo appearances van filmsterren van weleer die zichzelf spelen.

Als vrolijke afsluiter is er als een soort combinatie van bijna alles – crime, thriller, filmgeschiedenis, de stad, Hollywood Boulevard – de film Who Framed Roger Rabbit, een spectaculaire combinatie van live action en tekenfilm.