1837: Rebellions of 1837

De opstanden van 1837 in Canada verwijzen naar verschillende kleine opstanden in Lower en Upper Canada die grotendeels los van elkaar stonden. De opstanden werden in beide gebieden veroorzaakt door ontevredenheid over de manier waarop de gebieden bestuurd werden. De rebellen hoopten een meer democratische staatsvorm te kunnen creëren. In Lower Canada (tegenwoordig Québec) was het conflict grootschaliger en had het meerdere oorzaken, terwijl de opstand in Upper Canada (het huidige Ontario) kleinschaliger was en minder breed gesteund werd door de bevolking. Rebellions of 1837

Lower Canada

De opstand in Lower Canada vond zijn oorsprong in een al lang voortslepend conflict in het parlement van deze kolonie. De Patriottenpartij, die vooral de Franstalige middenklasse vertegenwoordigde, verwierf een meerderheid in het parlement en eiste hervorming op het gebied van overheidsinkomsten, belastingen en de machtsverdeling binnen de kolonie. De partij, onder leiding van Louis-Joseph Papineau, wou een grotere autonomie voor het gebied, maar dit werd door de Britse gouverneurs afgewezen.

Vanaf het begin van de jaren dertig van de negentiende eeuw verslechterde de situatie in Lower Canada. Er kwamen grote Britse immigratiestromen op gang, die de verhouding tussen de van oorsprong Franse en Britse bevolking verstoorden. Daarnaast had heel Canada in die tijd te maken met hongersnood, wat de maatschappelijke onrust verergerde. In het midden van de jaren dertig was er sprake van een sterk gepolariseerde situatie tussen de Patriottenpartij en haar Franssprekende aanhang aan de ene kant en de loyalistische, Engelstalige bevolking aan de andere kant. Toen de aanhangers van de Patriottenpartij door middel van boycots en parlementaire obstructie de overheid in Lower Canada platlegden, begon de Britse regering als reactie met het verplaatsen van troepen naar het gebied.

In november 1837 liet de regering verschillende patriottenleiders oppakken om de angel uit het conflict te halen, maar deze vluchtten naar het Fransgezinde platteland waar ze hun verzet voortzetten. De gewapende ontmoeting vond plaats op 23 november in St. Denis, iets ten noorden van Montréal, waarbij de opstandelingen de regeringstroepen wisten te verjagen. Het was een van de weinige overwinningen van de rebellen, want naderhand bleken de Britse troepen oppermachtig. In de overwonnen steden en dorpen gingen de Britse legers daarna flink tekeer en bevelhebber John Colborn kreeg de bijnaam ‘vieux brûlot’ (oude vlam) van de Franse bevolking vanwege de vele branden die door zijn troepen werden gesticht.

Honderden mensen waren als gevolg van de eerste opstand omgekomen en vele Patriottische sympathisanten vluchten naar de Verenigde Staten. De Britten stuurden vervolgens Lord Durham als gouverneur naar het gebied om de situatie in kaart te brengen en de betrokkenen te straffen. Toen Durham amnestie wilde verlenen aan opstandelingen brak er ontevredenheid uit onder de Britse bevolking van Lower Canada en weigerde de Britse regering hem te steunen. Hierop vertrok Durham in november 1838 en brak een tweede opstand uit. De rebellen vielen aan vanuit de Verenigde Staten en hoopten Montréal te isoleren, maar deze opstand bleek slecht georganiseerd en was binnen een week onder controle gebracht. Britse troepen trokken vervolgens ter vergelding andermaal brandstichtend door het platteland en vele rebellen werden gearresteerd.

Hoewel er nog een tijdlang vrees bestond voor nieuwe opstanden of aanvallen die vanuit de Verenigde Staten georganiseerd werden, was de steun voor de rebellen onder de bevolking verdwenen. De regering stelde zich uiteindelijk ook verzoenend op en gaf veel gevangen strafvermindering of amnestie. Papineau, die naar Parijs was gevlucht, mocht in 1844 terugkeren naar Québec, waar hij zijn politieke loopbaan hervatte.

Lower Canada

Upper Canada

De opstand in Upper Canada vond zijn oorsprong in de ontevredenheid over de heersende klasse in deze provincie. De bovenlaag van de maatschappij, die de Family Compact werd genoemd, bestond uit conservatieve politici en ambtenaren die elkaar banen toebedeelden en geen inmenging van buitenaf duldden. Daarnaast waren ze erg pro-Brits en stimuleerden ze de komst van Britse immigranten naar het gebied. Veel bewoners hadden hier moeite mee en eisten hervormingen. Velen van hen waren geboren in de Verenigde Staten en voelden zich achtergesteld ten opzichte van de Britse inwoners.

Toen de hervormers de verkiezingen van 1836 verloren besloot een deel van hen zich radicaler te gaan opstellen. Aanvankelijk wilden de rebellen, onder leiding van William Lyon MacKenzie, geen militaire opstand organiseren. Toen echter veel Britse troepen naar Lower Canada werden gezonden om de opstand te onderdrukken, riep MacKenzie in december 1837 onverwacht een opstand uit in York, het huidige Toronto. MacKenzie wou een staat oprichten gemodelleerd naar de Verenigde Staten en hoopte dat het volk spontaan achter zijn revolutie zou staan. Het totaal van MacKenzies troepen overtrof echter nooit duizend man en de opstand werd binnen enkele dagen neergeslagen. MacKenzie vluchtte in eerste instantie naar de Verenigde Staten, maar keerde al in januari 1838 terug naar Canada. Hij verschanste zich met een kleine groep rebellen op het eiland Navy in de Niagararivier. Vanaf het eiland riep hij de Republiek van Canada uit, maar hij moest zich opnieuw vrij snel gewonnen geven. Britsgezinde soldaten bestookten het eiland met bommen en staken het enige bevoorradingschip van de rebellen in brand. MacKenzie vluchtte hierop opnieuw naar de Verenigde Staten. In het grensgebied in het zuiden van Upper Canada bleef het echter nog enige tijd onrustig, waarbij rebellen ook Amerikaanse troepen aanvielen. Dit leidde kortstondig tot spanningen tussen Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, tot de opstand eind 1838 definitief uitdoofde.

Upper Canada

Gevolgen

Beide opstanden waren relatief kleinschalig en ook het aantal slachtoffers was laag. De bevolking ging nooit echt achter de rebellen staan en de Britse legers hadden weinig moeite om ze onder controle te krijgen. De opstanden droegen desondanks bij aan een veranderende koers van Groot-Brittannië ten opzichte van de Canadese provincies. Het rapport dat gouverneur Lord Durham van Lower Canada in 1838 schreef naar aanleiding van de onrust bevatte de aanbevelingen om de twee provincies te verenigen, ze belangrijker te maken binnen het Britse rijk en ze meer onafhankelijkheid te geven. Durham hoopte met deze maatregelen ook het Franse verzet in Québec te breken. In 1840 werden hierop de twee provincies samengevoegd. In 1848 stemde het Britse parlement vervolgens in met meer zelfbestuur voor het gebied.

1778: Kapitein James Cook1841: Oprichting United Province of Canada