1960: Stille Revolutie Québec

In de periode 1960-1970 vonden in de Canadese provincie Québec veel veranderingen plaats. De Franstalige provincie die volgens de inwoners altijd ondergeschikt was geweest aan het Engelstalige gedeelte van Canada werd in deze periode zelfstandiger en ontwikkelde zich tot een autonome staat. Deze in eerste instantie vreedzame beweging werd de Révolution tranquille (Stille revolutie) genoemd. De revolutie werd gestart door Jean Lesage, die op 22 juni 1960 premier van Québec werd.

Aanleiding

De verdeeldheid van Canada in een Frans- en Engelstalig gedeelte gaat ver terug. Hoewel de Britse John Cabot in 1497 de oostkust van het huidige Canada verkende in opdracht van koning Hendrik VII van Engeland, waren het de Fransen die in 1534 het Canadese land betraden. In 1605 werden de eerste nederzettingen in het huidige Port Royal gesticht en de stad Québec volgde in 1608. Niet alle nederzettingen bleven overeind in het land dat de Fransen Nieuw-Frankrijk noemden. De enkele duizenden pioniers (die overigens allemaal katholiek waren; een voorwaarde om in het nieuwe land te mogen wonen) woonden voornamelijk langs de kust en leefden van de landbouw en visserij.

Rond 1600 waren de Fransen niet langer de enige bewoners van Nieuw-Frankrijk en deelden zij het land met de Engelsen, die zich inmiddels in Newfoundland en Nova Scotia gevestigd hadden. De vrede bleef niet lang bewaard en al snel waren conflicten tussen de Fransen, Engelsen en de oorspronkelijke indianenstammen aan de orde van de dag. Hierbij moesten de natives het regelmatig afleggen tegen de Europeanen met hun wapens. Ook de ziektes van de pioniers eisten de nodige indianenlevens, die niet bestand waren tegen de uitheemse ziektekiemen.

In de jaren die volgden bleef de verdeling van het Canadese land een probleem. In verschillende oorlogen vochten de Fransen en de Engelsen het grondbezit uit, maar dit resulteerde steeds vaker in een overwinning van de Engelsen. In 1713 moest Frankrijk Newfoundland en delen van het huidige Nova Scotia afstaan aan de Britten, maar behield het Québec. In september 1756 viel ook dit gebied in handen van de vijand, en in 1763 tekende Frankrijk de Vrede van Parijs waarin stond dat het land al haar gebieden in Noord-Amerika afstond aan de Engelsen. Hiermee kreeg het Verenigd Koninkrijk de controle over de Franstalige bewoners van Canada. De Britten hoopten dat de Franstalige Canadezen zich in de gemeenschap zouden intergreren en stelden in 1774 de Quebec Act op. In deze Act stond dat Québec voortaan als provincie gezien zou worden, en dat het katholieke geloof erkend werd.

Ondanks de erkenning van de provincie Québec bleef er weerstand bestaan tegen het Engelse bezet. Door de jaren heen hebben talloze leiders geprobeerd om de verschillende bevolkingsgroepen dichter bij elkaar te krijgen, maar zonder resultaat. In 1840 stelde Lord Sydenham de Act of Union op, die van Upper en Lower Canada (een Engels- en een Franstalig gedeelte; het huidige Ontario en Québec) één provincie maakte: de provincie Canada. In theorie zouden beide gedeeltes evenveel zeggenschap krijgen, maar aangezien de voertaal Engels was en er pogingen werden gedaan om de Franstalige gemeenschap volledig te verengelsen, voelde het voormalige Lower Canada zich weggedrukt. Vanwege de groeiende weerstand van het Franse gedeelte werd het Frans niet lang na het opstellen van de Act wederom een van de officiële talen van Canada.

1960: Stille revolutie

Québec: een autonome deelstaat in het Engelse Canada

In 1867 werd de provincie Canada opgedeeld in de provincies Québec en Ontario. De eerste minister van Canada, Sir John A. Macdonald, was van mening dat het ideaal van één provincie waarin Franstalige- en Engelstalige Canadezen bestuurd werden door een eensgezind parlement, niet haalbaar was. In de British North America Acts (BNA Acts) werd vastgelegd dat Québec een autonome deelstaat werd, waarvan de taal en religie werden erkend. Achteraf kan Canada worden gezien als een van de eerste multiculturele samenlevingen waar de rechten van verschillende bevolkingsgroepen op papier stonden en werden gerespecteerd. Dit resulteerde in een stroom immigranten van over de hele wereld die in Canada hun huis probeerden te vinden. Canada was geen land dat een duidelijke nationale identiteit had of waar één godsdienst domineerde. In eerste instantie zou die nationale identiteit bewust troebel zijn gehouden, zodat de Franstaligen gemakkelijker zouden integreren in de maatschappij, maar na verloop van tijd woonden er zoveel immigranten in Canada dat het land niet langer het Brits Noord-Amerikaanse karakter had.

Dit alles gold echter niet voor de Franstalige gemeenschap. De Franstaligen identificeerden zich na verloop van tijd enkel nog met het provinciale bestuur en de cultuur van Québec. Franstalige Canadezen die buiten Québec woonden kregen het steeds moeilijker doordat hun taal niet werd erkend en Franse scholen werden opgeheven. Ze voelden zich gediscrimineerd en velen trokken terug naar Québec. In deze periode, rond 1920, was Québec een zwaar conservatieve provincie die zich afkeerde van het Engelstalige gedeelte van Canada en zich probeerde af te zonderen van de rest van het land. De regering van Québec zag het conservatisme als enig houvast op het behoud van de religieuze vrijheid en taalrechten.

Revolutie redt Québec

Als gevolg van de industrialisatie en urbanisatie trokken veel Frans-Canadese katholieken rond de jaren 1920 vanaf het platteland naar Montréal. Hiermee verzwakte de greep van de katholieke kerk op haar Frans-Canadese volgelingen. Ook kwamen er steeds meer immigranten naar de provincie, waardoor de provincie geleidelijk aan minder autonoom werd. In eerste instantie was het voor de Franstaligen lastig om met deze veranderingen om te gaan, maar uiteindelijk restulteerde de industrialisering en urbanisering in een Révolution tranquille (Stille revolutie) in de jaren 1960. De slogan van deze revolutie, die werd gestart door Jean Lesage, premier van Québec sinds 22 juni 1960, was ‘Maîtres chez nous’ (heerser in ons eigen huis). Lesage geloofde dat de revolutie nodig was om van het achtergestelde Québec, dat nog steeds op een tweede plek kwam als het om nationale sociale, politieke en economische zaken ging, een volledig functionerende en goed ontwikkelde provincie te maken. Québec zou voor altijd afrekenen met het verleden en een belangrijke speler in de Canadese politiek worden.

De overheid begon aan een reeks hervormingen die de levens van de inwoners van Québec een stuk aangenamer moesten maken. Ze investeerde in onderwijs en moderniseerde het onderwijssysteem. Onderwijs werd verplicht tot het zestiende levensjaar en er werden oudercommissies opgezet. Daarnaast werden schoolboeken gratis beschikbaar gesteld en verstrekte de regering van Québec subsidies aan scholen en universiteiten. De hervormingen hadden tot gevolg dat er een ministerie van Onderwijs en zelfs een Hoge Raad van Onderwijs werd opgezet. Ook de hogescholen en de openbare universiteiten schoten als paddenstoelen uit de grond. Dit alles had tot gevolg dat de bevolking van Québec beter geschoold werd en dus breder inzetbaar was.

Ook in de gezondheidssector vonden er ingrijpende veranderingen plaats. De gezondheidszorg werd een publieke verantwoordelijkheid en de regering introduceerde gratis ziekenzorg. Een aantal jaren later voerde de staat een universele ziektenkostenverzekering in, waardoor zorg betaalbaar werd voor iedereen. Andere ontwikkelingen deden zich voor in de culturele sector. De regering van Québec stelde een ministerie van Cultuur aan dat voornamelijk belast werd met het conserveren en verdedigen van de Franse taal. Verder werden er toonaangevende gebouwen geopend, zoals het Museum van Moderne Kunst in Montréal en het Grand Theâtre en de Nationale Bibliotheek in de stad Québec. In 1964 werden vrouwen in Québec juridisch gelijkgesteld aan mannen en mochten vanaf ze dat jaar ook verschillende verantwoordelijkheden aangaan, zoals het afsluiten van een lening.

Naast het verbeteren van de leefomstandigheden van de inwoners van Québec investeerde de regering in de jaren zestig ook in de economie. Het elektriciteitsnet werd genationaliseerd en er werden investeringsprogramma’s en een inkoopbeleid geintroduceerd. Met de investeringsprogramma’s werden onder andere de bedrijven en de infrastructuur van Québec gemoderniseerd. Dit alles had tot het gevolg dat Québec zichtbaar werd op de wereldkaart. Dankzij de flamboyante burgemeester Jean Drapeau wist Montréal zelfs de Wereldtentoonstelling van 1967 en, een decennium later, de Olympische Spelen van 1976 naar zich toe te halen.

Jean Lesage
1939-45: Canada in de Tweede Wereldoorlog1961: Saskatchewan Medical Insuranse Bill