Music Monday - klassieke muziek, deel 2

door Maurits van den Toorn ma 27 feb. 2017 19:32

Amerikaanse componisten hielden na de Tweede Wereldoorlog meer dan hun Europese collega’s vast aan traditionele structuren en vormen, zoals symfonieën en concerten. In Europa echter vierden in de jaren vijftig en zestig allerlei experimenten hoogtij. Amerikaanse componisten werden door hun Europese collega’s dan ook vaak wat ouderwets gevonden.

Piano

Conservatieve muziek is voor iedereen

Dat stijlverschil is door twee zaken te verklaren. In Amerika moeten orkesten en ensembles van oudsher een groot deel van hun inkomsten zelf binnenhalen; langdurige subsidiëring door de overheid komt er veel minder voor dan in Europa. Niet onlogisch dat je er dan naar streeft zoveel mogelijk mensen naar binnen te krijgen. Te extreme muziek – vaak spottend aangeduid als ‘piep-knars-muziek’ – moet je daarvoor niet programmeren. Een tweede reden is dat veel Amerikaanse componisten ook filmmuziek maken. Dat is geen genre waarin het experiment voorop staat.

Experimentele componisten

Overigens waren en zijn er ook in Amerika ruimschoots avant garde-componisten, die vaak in Europa een warmer onthaal kregen dan thuis. Neem Elliott Carter, Conlon Nancarrow en vooral John Cage (1912-1992, verwar ‘m alsjeblieft niet met John Cale van de Velvet Underground). Het beroemdste werk van Cage is 4'33", bestaande uit precies vier minuten en drieëndertig seconden stilte. Wie dat wat saai vindt, kan naar zijn stukken voor prepared piano luisteren, waarin hij piano’s bespeelt met allerlei klemmetjes, schroeven en andere zaken tussen de snaren, met bijzondere geluidseffecten als gevolg.

Hypnotiserende klanken

Moeilijke muziek? Mogelijk als reactie daarop ontstond in de jaren zestig in New York een heel nieuwe muzieksoort: minimal music, soms ook hypnotic genoemd. Deze wordt gekenmerkt door bepaalde patronen die steeds herhaald (lijken te) worden, maar die gaandeweg heel subtiel veranderen, zodat er na verloop van tijd compleet andere harmonieën en melodieën zijn ontstaan. Het is de Amerikaanse bijdrage bij uitstek aan de klassieke muziek, maar sinds lang ook elders in de wereld populair. Denk maar aan Canto Ostinato van de Nederlandse componist Simeon ten Holt.

Minimalist Terry Riley

Een van de eerste en belangrijkste Amerikaanse minimalisten is Terry Riley (1935), die zich vooral laat inspireren door Indiase muziek. Beroemde stukken van hem zijn In C en A Rainbow in Curved Air . Dat laatste stuk vormde een inspiratiebron voor Mike Oldfield (Tubular Bells) en Pete Townshend van The Who (Baba O’Riley), terwijl de Britse progrock-band Curved Air zich ernaar vernoemde.

De marimba van Steve Reich

Zeker zo belangrijk is Steve Reich (1936), die in 1974 beroemd werd met het stuk Music for 18 Musicians, met het kenmerkende gebruik van xylofoon en marimba die in veel van zijn werken te horen zijn. Zijn stuk met de eenvoudige titel Six Marimbas laat wat dat betreft niemand in onzekerheid.

Minimalisme verwerkt in traditionele muziek

Collega en tijdgenoot Philip Glass (1937) verwierf in de jaren tachtig bijna de roem van een popidool met zijn muziek bij de film Koyaanisqatsi (1982). Grappig is dat hij als minimal-componist deze componeertechniek gebruik voor traditionele muziekvormen, zoals opera (Einstein on the Beach en Satyagraha zijn de oudste en bekendste), strijkkwartetten (zeven), symfonieën (tien tot dusverre, de elfde gaat ter gelegenheid van zijn 80e verjaardag in januari 2017 in première in New York) en heel veel filmmuziek. En wat die populariteit betreft: er zijn niet veel klassieke componisten die een album met Greatest Hits op naam hebben staan. Glass was bovendien goed bevriend met Bowie en als eerbetoon aan de popartiest maakte hij in de jaren negentig herbewerkingen van Bowies Berlijn-trilogie: Low (Symphony no. 1 - Glass), Heroes (Symphony no. 4) en Lodger (Symhony no. 3).

Minimal music: love it or hate it

Minimal music laat niemand onberoerd, je vindt het geweldig of je krijgt er de zenuwen van. Een tussenweg lijkt er niet te zijn – of je moet denken aan de componist John Adams (1947). Hij is ooit begonnen als minimalist, maar is met behoud van elementen daaruit tot een andere manier van componeren gekomen. Zijn werk is toegankelijk gebleven, maar ook afwisselender en spannender om naar te luisteren dan de soms wel eens wat voorspelbare structuren van de ‘pure’ minimalisten. Een hoogtepunt in zijn werk is de symfonie Harmonielehre. Wie in heel kort bestek een indruk van zijn muziek wil krijgen moet Short Ride in a Fast Machine eens beluisteren. Het is een stuk van iets meer dan vier minuten dat de energiestoot van een dubbele espresso geeft: als je het gehoord hebt, kun je er weer even tegenaan. Play it loud!

Verhuisbericht! Je vindt ons voortaan in Zwolle!
Bekijk ons nieuwe adres
Boek nu je camper voor 2018!
Bekijk de vroegboekacties
Tarieven Fraserway 2018 bekend
Check de vroegboekkorting