Presidentsverkiezingen, een lang proces (1)

door Maurits van den Toorn do 21 jan. 2016 9:00

Alleen mensen die lang en diep onder een steen hebben geleefd zal het zijn ontgaan: we zijn in het jaar van de Amerikaanse presidentsverkiezingen beland. Hoewel die pas in november plaatsvinden, wordt er al behoorlijk lang op alle fronten campagne gevoerd en wordt het de komende weken en maanden alleen maar drukker. Wat staat ons – beter gezegd de Amerikanen – de komende tijd te wachten?

Presidentskandidaten Democraten en Republikeinen

Momenteel speelt zich de strijd af binnen de partijen om te bepalen wie uiteindelijk namens elke partij de definitieve presidentskandidaat wordt. Ook de tv-debatten zijn alleen nog tussen partijgenoten. Bij de Democraten strijden Hillary Rodham Clinton, Bernie Sanders en Martin O’Malley om de nominatie. Bij de Republikeinen is de keus groter: topper in de peilingen is momenteel vastgoedmagnaat Donald Trump, andere kandidaten zijn onder meer Jeb Bush (de broer van), Chris Christie, Ted Cruz, Carly Fiorina, Marco Rubio en Rand Paul. Op 1 januari 2016 waren er dertien Republikeinse kandidaten, terwijl vier in 2015 al hadden afgehaakt wegens gebrek aan geld en respons. De komende weken volgen er ongetwijfeld meer.

Hillary Clinton, Democraten Donald Trump, Republikein

Onafhankelijke kandidaten

Overigens zijn er nog veel meer partijen en kandidaten die een gooi naar het presidentschap doen, maar hun kansen zijn nihil. De enige onafhankelijke kandidaat – dus geen Democraat of Republikein – die de afgelopen decennia electoraal redelijk succes had, was zakenman en multimiljonair Ross Perot, die in 1992 bijna 20% van de stemmen wist te bemachtigen. Vier jaar later kwam hij niet verder dan 8%. Vanwege de indirecte verkiezingen – waarover later meer – zegt het stemmenpercentage trouwens niet eens zoveel.

Primaries en caucuses

Het komende halfjaar zijn er overal voorverkiezingen, in de vorm van caucuses en primairies. Ook dit zijn verkiezingen om per partij uit te maken wie de uiteindelijke presidentskandidaat wordt. De strijd is in deze fase misschien nog wel feller dan later bij de officiële verkiezingen. Een overtuigde Democraat zal immers nooit op een Republikein stemmen en omgekeerd, maar nu vissen de verschillende kandidaten op dezelfde kiezerscohorten binnen hun partij en moeten ze zich zo duidelijk mogelijk profileren.

De eerste caucus is op 1 februari in Iowa, de eerste primary op 9 februari in New Hampshire. Hoewel het in beide gevallen om kleine staten gaat (qua inwoners), krijgen beide evenementen altijd veel aandacht, omdat het de eerste gelegenheid is dat de kiezers zich voor een kandidaat uitspreken. Mogelijk blijkt daar een trend uit. Bovendien kan de winnaar makkelijker nieuwe geldbronnen aanboren.

Logo van de Iowa Caucus

Super Tuesday

De tv-debatten gaan ondertussen vrolijk door en in februari volgen in nog enkele staten caucuses en primairies. De grote klapper valt op 1 maart. Op die dag, Super Tuesday genaamd, worden er dit keer in twaalf staten voorverkiezingen gehouden. Daarmee wordt meestal wel duidelijk wie de kandidaat gaat worden. Je ziet ook dat veel anderen daarna de handdoek in de ring gooien, al was het maar omdat hun sponsors weglopen.

Partijconventies

Al die voorverkiezingen leveren gedelegeerden op voor de ene of de andere kandidaat. Deze gedelegeerden gaan naar de grote nationale partijconventies om daar op hun kandidaat te stemmen. De Republikeinse conventie begint op 18 juli in Cleveland, de democratische conventie is een week later in Philadelphia. Het zijn grote mediaspektakels met veel vlaggengezwaai en goed georkestreerd gejuich. Wie de kandidaat wordt, is dan allang duidelijk door het aantal gedelegeerden dat elke kandidaat bij de voorverkiezingen heeft binnengesleept. Een zogenoemde ‘open conventie’, waarbij er pas na verschillende stemrondes tijdens de conventie zelf een kandidaat uit de bus komt, is er al heel lang niet meer geweest.