Reuring rond campagnesongs

door Maurits van den Toorn ma 29 feb. 2016 9:00

Het is bijna een traditie in de marge van de presidentsverkiezingen aan het worden: reuring rond de muziek die de kandidaten in hun campagne gebruiken. Vooral de Republikeinen daarover raken nogal eens in ruzies verzeild. Politici willen onomstreden songs, artiesten willen onomstreden politici.

Een goeie campagnesong

Een goeie campagnesong is een bekend nummer dat goed in het gehoor ligt, een beetje tempo heeft – de kandidaat kan dan lekker vlot de zaal binnenkomen – en een tekst die op z’n minst niet in tegenspraak is met de boodschap die hij wil uitdragen. Anderzijds moet het lied niet zo uitgesproken zijn dat het mensen ergert. In de Verenigde Staten komt dat tegenwoordig neer op een (liefst mainstream) rock- of popsong, uiteraard van een Amerikaanse artiest. Die artiest heeft er trouwens ook wat aan, want zijn of haar muziek komt weer eens fijn in de aandacht.

Born in the USA

Kat in ‘t bakkie, zou je zeggen, maar niets is minder waar. Zo ging het in 1984 goed fout toen Ronald Reagan (Republikein) in zijn herverkiezingscampagne de song Born in the USA van Bruce Springsteen gebruikte. Springsteen was er niet van gediend, terwijl bovendien de tekst over een Vietnam-veteraan niet erg positief van toon is:


Down in the shadow of the penitentiary
Out by the gas fires of the refinery
I'm ten years burning down the road
Nowhere to run ain't got nowhere to go.

Luistert er dan niemand in de campagnestaf eerst eens even naar zo’n songtekst? Nadat de ruzie was uitgebroken probeerde de Democratische uitdager Walter Mondale vervolgens Springsteen in te lijven, maar ook daar bedankte de rocker voor.

Take a Chance on Me

Minder bekend is dat de zanger John Mellencamp (Democraat) in 2008 bezwaar maakte dat Republikein John McCain een paar van zijn songs gebruikte. Overigens gebruikte McCain in de eerste fase van zijn campagne Take a Chance on Me van Abba. Geestig en toepasselijk, maar zo on-Amerikaans dat hij later toch maar teruggreep op Amerikaanse muziek, met het beschreven gevolg.

Vier jaar later was de groep Survivor er niet van gediend dat presidentskandidaat Newt Gingrich hun song Eye of the Tiger (themasong van een van de ontelbaar vele Rocky-films van Sylvester Stallone) gebruikte. De groep stapte zelfs naar de rechter om een verbod te eisen, maar de zaak werd uiteindelijk buiten de rechtszaal en de publiciteit geschikt. Kennelijk zó goed dat het Mike Huckabee, een andere Republikeinse presidentskandidaat, was ontgaan dat hij het lied beter niet kon gebruiken. Ook hij kreeg een klacht aan zijn broek. Nadien is er niets meer van vernomen.

Rockin' in the Free World

Ook deze verkiezingen is het weer raak. Donald Trump gebruikte Rockin’ in the Free World van Neil Young tijdens de aftrap van zijn campagne. Ook dit is niet direct een song waar het optimisme vanaf spat:


I see a woman in the night
With a baby in her hand
Under an old street light
Near a garbage can
Now she puts the kid away,
and she's gone to get a hit
She hates her life,
and what she's done to it
There's one more kid
that will never go to school
Never get to fall in love,
never get to be cool.

En ook hiervoor geldt: luistert er dan niemand, enzovoort. Bovendien is breed bekend dat Young zeer kritisch gestemd is over multinationals en ongebreideld kapitalisme. Kortom, hij is links. Dat hij protest aantekende tegen het muziekgebruik, was dan ook voorspelbaar. Trump sloeg terug door op Twitter een foto te plaatsen waarop Young en hij elkaar hartelijk de hand schudden en – een tikje minder sterk – te twitteren dat hij de song ‘toch al niet goed vond’.

Trump kreeg opnieuw een probleem toen hij It's the End of the World as We Know It (And I Feel Fine) gebruikte van R.E.M., een song die qua tekst behoorlijk raadselachtig is. Nou is R.E.M. een groep die bepaald niet als rechts of conservatief te boek staat, dus de reacties waren voorspelbaar. Bassist Mike Mills haalde op Twitter fel uit naar Trump (‘The Orange Clown’, volgens Mills) en belandde in een bijkans eindeloze Twitterfittie. Zanger Michael Stipe liet weten dat hij élk politiek gebruik van een van zijn songs zonder uitdrukkelijke toestemming verbood. Waarschijnlijk de handigste manier om dergelijk gedoe te vermijden.

Dream On

Ook buitenlandse artiesten hebben protest aangetekend, en niet de minste: Adele en de Rolling Stones hebben laten weten dat hun muziek niet meer mag worden gebruikt.

Wie nu denkt dat alleen links georiënteerde of pro-Democratische rocksterren moeilijk doen heeft het mis. Trump kreeg voor derde keer problemen toen Steven Tyler van de groep Aerosmith het gebruik van zijn ballad Dream On verbood, tot twee keer toe zelfs. Tyler is Republikein, maar net als Michael Stipe wil hij niet dat zijn songs gepolitiseerd worden.

Na zoveel heisa en wat langskomende gedachten over ezels en stenen zou je toch zeggen: regel dit soort dingen even van tevoren. Waar heb je als presidentskandidaat een campagnestaf voor?