The L in Chicago

door Maurits van den Toorn do 3 sep. 2015 15:00

Metro’s in grote steden zijn handig om snel te komen waar je wezen moet. Ze zijn druk, lawaaiig en je zit een groot deel van de tijd in het donker. Wel praktisch, maar verder niet zo’n interessant vervoermiddel. Pardon, wat zegt u? Dat ligt in Chicago een tikje anders, want zoals Londen zijn rode bussen heeft, heeft Chicago de L.

The Loop, Chicago Quincy Station aan de Loop

The El

Eigenlijk geeft de naam al aan dat het anders ligt: de metro heet in Chicago ‘the L’, ook wel ‘the El’, wat in beide gevallen staat voor ‘elevated’, opgetild. Onderdeel van de L is ‘the Loop’, een bijna drie kilometer lange lus van viaducten door het centrum waarover met grote regelmaat metrotreinen passeren. Sterker nog, het hele centrum binnen de ring wordt tegenwoordig met deze term aangeduid. De L is gewoon niet te missen – als je de trein niet ziet dan hoor je ’m wel – en is tegenwoordig een van de ‘landmarks’ van de stad.

Hoe komt dat zo? De viaducten ontstonden eind negentiende eeuw als doortrekking van de spoorlijnen die tot dan toe aan de rand van de stad eindigden. Op straatniveau was onpraktisch en tunnels waren te duur, zodat viaducten als enige oplossing overbleven. Naast de doorgaande treinen kwamen er steeds meer stadsdiensten en gaandeweg ontwikkeld de L zich tot een bovengronds metronet met vertakkingen in verschillende richtingen. Later kwamen er ook lijnen bij die in het stadscentrum onder de grond rijden, waaronder de Blue Line naar de luchthaven O’Hare. Chicago heeft tegenwoordig een metronet van 165 kilometer met acht lijnen, een van de grootste netwerken in de Verenigde Staten.

Quincy Station

Lange tijd werd de Loop lelijk en ouderwets gevonden. Het stadsbestuur wilde het gevaarte graag slopen (waar geen geld voor was) en zoals dat wel vaker gaat: gaandeweg werd het ‘mooi van lelijkheid’ en tegenwoordig is het niet meer weg te denken. Als bezoeker van de stad krijg je door een rit met de L een snel overzicht van het centrum; prettig is daarbij dat het allemaal niet zo hard rijdt. Hoewel de treinen modern zijn, ademen de negen stations aan de Loop de sfeer van weleer: veel oud ijzerwerk met grote klinknagels, smalle en steile trappen en perrons van houten planken. Eén station, Quincy, is de afgelopen jaren helemaal gerestaureerd in zijn oorspronkelijke, eind negentiende-eeuwse toestand. Het verschil met de overige stations is niet eens heel erg groot.

Herkenbaar voor filmliefhebbers is tenslotte het pingeltje waarmee de deuren van de treinen dichtgaan. Dat geluid speelt een essentiële rol in de film The Fugitive uit 1993 met Harrison Ford en Jeroen Krabbé.