1972: Watergate Scandal

Het Watergateschandaal was een Amerikaans politiek schandaal tijdens de presidentsverkiezingen in de jaren zeventig van de twintigste eeuw. Achteraf bleek dat er door president Nixon en zijn Republikeinse Partij op illegale wijze informatie was verkregen die in de verkiezingscampagnes werd gebruikt. Zo was er afluisterapparatuur geplaatst in het hoofdkantoor van de Democraten en had de partij gestolen documentatiemateriaal in handen. Het schandaal is genoemd naar het Watergate Hotel, het hoofdkantoor van de Democraten. De praktijken kwamen aan het licht toen inbrekers in op heterdaad betrapt werden in het Watergate Hotel. Uiteindelijk moest Nixon hierom aftreden.

Voorverkiezingen

In 1972 vonden de gebruikelijke vierjaarlijkse Amerikaanse presidentsverkiezingen plaats. Bij de Republikeinen was Richard Nixon de genomineerde presidentskandidaat. Bij de Democraten was de strijd nog onbeslist. Zowel de linkse McGovern als de gematigde senator Edmund Muskie waren in de race. Muskie was favoriet en men verwachtte dat hij Nixon zou kunnen verslaan. Nixon was de voorafgaande vier jaar president geweest en was er door de Vietnamoorlog niet populairder op geworden.

Tijdens de voorverkiezingen gebeurden er vreemde dingen. Het leek erop dat de Republikeinen de strategie van Muskie precies kenden. Vaak had Muskie geen weerwoord op de Republikeinen, die Muskies informatie tegen hem gebruikten. Men achtte Muskie hierdoor incapabel en onbetrouwbaar. McGovern, Muskies grootste concurrent binnen de Democratische Partij, maakte hier goed gebruik van en won aan populariteit. Nadat Muskie op een gegeven moment op het podium in tranen uitbarstte, was het met hem gedaan. McGovern won voorverkiezing na voorverkiezing en werd presidentskandidaat voor de Democraten. Dit was gunstig voor zijn tegenkandidaat, Richard Nixon. Nixon wist dat McGovern veel te radicaal was voor het Amerikaanse volk en er geen noemenswaardige tegenstander in hem schuilde. Met andere woorden: Nixon zou herkozen worden.

Nixon

De inbraak

Op 17 juni 1972, dus voordat Nixon werd herkozen, hield de politie vijf mannen aan bij een inbraak in het hoofdkantoor van de Democratische Partij, gevestigd in het Watergate Hotel in Washington DC. Het betrof een inbraak in het kantoor van Larry O’Brien, de voorzitter van het campagneteam van de Democraten. De vijf mannen werden gearresteerd en schuldig bevonden aan de inbraak. Niemand hield nog rekening met een groter complot

Op 18 juni 1972 kopte de Washington Post met een artikel over de inbraak. Twee jonge reporters, Carl Bernstein en Bob Woodward, waren geïntrigeerd door de zaak. Een geheime bron vertelde hen dat de vijf gearresteerde mannen uit Miami kwamen, chirurgische handschoenen droegen en duizenden dollars cash bij zich hadden. Zogezegd een ‘professionele operatie’. De journalisten ontdekten dat een van de inbrekers, James McCord, op de loonlijst van het Republikeinse herverkiezingscomité stond.

Watergate

Deep Throat

Na een aantal weken publiceerden Woodward en Bernstein dat de Grand Jury die de inbraak onderzocht, twee mannen had verhoord die voor het Witte Huis gewerkt hadden. Het betrof CIA-officier E. Howard Hunt en voormalig FBI-agent G. Gordon Liddy. Beide mannen zouden uiteindelijk aangeklaagd worden voor begeleiding van de inbrekers via walkietalkies, vanuit een tegenoverliggend gebouw.

De twee journalisten bleven zich in de zaak verdiepen en artikelen publiceren. Ze vertrouwden daarbij op een geheime bron, die ze ‘Deep Throat’ noemden. In 2005 werd onthuld dat dit Mark Felt was, een hooggeplaatste bij het FBI. Felt gaf Woodward en Bernstein niet direct informatie, maar kon wel bevestigen of de dingen die de journalisten ontdekten correct waren. Ook gaf Felt hints over de te volgen weg. Over de zoektocht van de twee journalisten is een film gemaakt: All the President’s men (1976).

Deep Throat

Ontdekkingen van Woodward en Bernstein

Met hulp van Deep Throat kwam naar boven dat procureur-generaal John Mitchell een geheim fonds beheerde dat onderzoek naar de Democraten financierde. Om Nixons herverkiezing veilig te stellen, had zijn herverkiezingscomité zich schuldig gemaakt aan politieke spionage en sabotage. Toch had dit geen grote invloed op het gedrag van de kiezers. President Nixon bleef ontkennen en andere media namen het verhaal niet over. In november 1972 behaalde hij een glorieuze overwinning. Nog nooit had een presidentskandidaat zo overtuigend de verkiezingen gewonnen: Nixon won in alle staten, behalve in Massachusetts.

Aan de euforie kwam een einde toen de rechter Hunt en de vier andere inbrekers schuldig bevond. McCord en Liddy, de ‘walkietalkiemannen’, werden voorgeleid en veroordeeld. Halverwege 1973 was de Watergate-affaire uitgegroeid tot een nationaal schandaal. Er liepen twee officiële onderzoeken, een geleid door speciale aanklager Archibald Cox en een geleid door Ervin, de Senator van North Carolina en nu ook voorzitter van de Senate Watergate Comittee. Belangrijk was de bewering van John Dean, ook verbonden aan het Witte Huis. Hij stelde dat Nixon afwist van het cover-up plan, dat bestond uit de verdoezeling van bewijs, het in de doofpot stoppen van de gebeurtenissen en het tegenwerken van de FBI.

Woodward en Bernstein

Saturday Night Massacre

Het onderzoek kreeg een nieuwe impuls toen bleek dat sinds 1971 alle presidentiële (telefoon)gesprekken in het Witte Huis op band opgenomen waren. Toen Cox en de voorzitter van het Watergate Comittee Nixon om de tapes vroegen, weigerde Nixon ze te overhandigen. Na onderhandelingen kwamen beide partijen overeen dat het Witte Huis geschreven samenvattingen van de opgenomen conversaties zou overhandigen aan beide onderzoekscommissies. Ervin accepteerde dit, Cox niet. Op zaterdag 20 oktober gaf Nixon daarom zijn procureur-generaal Richardson de opdracht Cox te ontslaan. Richardson weigerde en pakte zijn biezen. Zijn plaatsvervanger, Ruckelshaus, deed hetzelfde. Uiteindelijk deed kersverse procureur-generaal Robert Bork wat Nixon van hem vroeg. Deze gebeurtenissen vonden plaats op zaterdagavond 20 oktober en kregen de bijnaam ‘Saturday Night Massacre’. Een maand later kwam Nixon opnieuw in de problemen toen een advocaat verbonden aan het Witte Huis een rechter vertelde dat een van de belangrijkste tapes een gat van 18 minuten bevatte.

Nixon treedt af

Aan het einde van het jaar 1972 waren behalve de inbrekers en hun twee ‘begeleiders’ maar liefst twaalf andere personen schuldig bevonden aan Watergate-gerelateerde overtredingen. Nixon bleef volhouden dat hij niets verkeerds gedaan had, maar het volk keerde zich langzaam tegen hem en het Judiciary Comittee van het Huis van Afgevaardigden begon te overwegen de hoogste sanctie tegen een president de onderzoeken: impeachment, een afzettingsprocedure. De druk op de president nam verder toe in maart 1974, toen voormalig procureur-generaal John Mitchell, hooggeplaatsten Haldeman en Erlichman en vier andere stafleden aangeklaagd werden voor samenzwering, obstructie van de rechtsgang en meineed wat betreft de Watergate-inbraak. In juli bepaalde het Supreme Court dat Nixon alle tapes in moest leveren en twee dagen later werd het eerste deel van de afzettingsprocedure unaniem goedgekeurd.

Een week later gaf Nixon de tapes vrij. Het bleek dat hij, in tegenstelling tot wat hij altijd beweerd had, vanaf het begin een leidende rol in de cover-up speelde. De publieke druk tot aftreden bereikte het hoogtepunt en op 8 augustus 1974 diende Nixon zijn ontslag in.

1972: Watergate Scandal

Bijzonderheden

De dag nadat President Nixon officieel was afgetreden plaatste de krant Washington Post op zijn banenpagina een enorme foto van Gerald Ford, de nieuwe president. Onder de foto stonden de woorden ‘I got my job through the Washinton Post’, ik heb mijn baan aan de Washington Post te danken. Hiermee verwees de krant naar zijn twee journalisten die in de krant hun ontdekkingen uit de doeken hadden gedaan. De artikelen waren aanleiding geweest voor het instellen van onderzoek en de ontmanteling van het schandaal.

Het schandaal werd het Watergate Schandaal genoemd vanwege de rol van het Watergate Hotel, het hoofdkantoor van de Democraten. Sindsdien is de uitgang ‘-gate’ vaker gebruikt om grote politieke schandalen aan te duiden.

President Nixon is tot op de dag van vandaag de enige president van de VS geweest die zelf zijn ontslag heeft ingediend.

Gerald Ford
1972: Apollo 17 gaat als laatste naar de maan1973: Oil Crisis