2008: Economische crisis in Canada

In de zomer van 2007 ontstond in Amerika een economische crisis die wordt aangeduid als de kredietcrisis. Als gevolg van een stagnerende huizenmarkt en hypotheken die steeds minder waard werden kwamen financiële instellingen in de problemen en konden ze niet meer aan hun verplichtingen voldoen. Niet alleen Amerika, maar ook landen in de rest van de wereld werden getroffen. Canada bleef echter dankzij haar conservatieve regering en nationale banken redelijk ongeschonden.

Wereldwijde financiële crisis

De economische crisis die in 2007 ontstond wordt door economen beschouwd als de ergste crisis sinds de Grote Depressie van de jaren dertig van de vorige eeuw. Financiële instellingen stortten ineen, banken moesten door nationale regeringen gered worden en wereldwijd daalden aandelen in hun waarde. Ook de huizenmarkt had flink te lijden onder de crisis. Huiseigenaren kregen steeds meer moeite om hun woning te verkopen of konden hun hypotheek niet meer opbrengen. Hierdoor raakten veel mensen hun woning kwijt of betaalden ze dubbele woonlasten. Als gevolg van een stagnerende economie werden instellingen, bedrijven en particulieren voorzichtiger met hun geld en gaven ze steeds minder uit. Veel werkgevers werden als gevolg van dalende inkomsten gedwongen om werknemers te ontslaan. Daarnaast begon het werkloosheidscijfer behoorlijk te stijgen.

Wanneer er een verantwoordelijke moet worden aangewezen voor de crisis, gaan de vingers al snel naar de Amerikaanse banken. Deze zouden roekeloos om zijn gegaan met hypotheken en andere leningen. Te gemakkelijk verstrekten zij geld aan mensen die later moeite kregen met het terugbetalen van de lening. Hiermee namen de banken grote risico’s, bleek achteraf. Ook werden geheime belangenconflicten, falende toezichthouders en niet-functionerende ratingbureau’s aangewezen als schuldigen.

Verschil in recessie tussen USA en Canada

Canada’s gezonde financiële situatie

Ondanks de nauwe economische banden tussen de Verenigde Staten en Canada had de crisis weinig grip op Canada. De Canadese overheid hoefde geen banken te redden en het verlies dat de financiële instellingen leden valt in het niet bij de honderden miljarden die banken in andere landen samen verloren. Van de vijf grootste banken in Canada leed er in 2008 maar één verlies, terwijl de andere vier een aanzienlijke winst boekten. Ook konden alle Canadese banken op eigen kracht blijven investeren en hypotheken verstrekken. Dit zorgde ervoor dat het World Economic Forum Canada uitriep als land met het gezondste financiële systeem ter wereld. De Economist Intelligence Unit (EIU) stelde dat over de periode 2008-2012 Canada leider was qua reële economische groei en wees het land aan als beste land van de G7 om in die periode zaken mee te doen.

Er zijn meerdere redenen voor de sterke financiële positie van Canada aan te wijzen. Zo bezat de Canadese overheid rond 2008 een sterke fiscale positie. De overheidsschuld bedroeg 28 procent van het netto BBP, terwijl die in de VS 101 procent was en in de Europese Unie gemiddeld 62 procent. Het budgettaire beleid van de Canadese overheid was al jaren solide. Aan het begin van de jaren 1990 veranderden de Canadese overheidstekorten in overschotten en nam de schuldenlast van het land af. Van een van de G7-landen die de meeste schulden had werd Canada het G7-land met de minste schuld. Hierdoor had Canada weinig buitenlandse leningen nodig en was het niet afhankelijk van de financiële situatie in andere landen.

Niet alleen de sterke financiële positie heeft ervoor gezorgd dat Canada weinig te lijden heeft gehad door de economische crisis. Ook de conservatieve Canadese overheid en de principes van de Canadese bevolking zijn van invloed geweest. Banken in Canada opereren binnen de strakke regels van de overheid. Toen de vijf grootste banken van Canada (Royal Bank of Canada, Toronto-Dominion Bank, Bank of Nova Scotia, Bank of Montréal en Canadian Imperial Bank of Commerce) aan het einde van de jaren 1990 wilden fuseren en samen enkele megabanken wilden vormen, hield de overheid dit tegen. De regering zag een fusie als een actie die het nationale belang – geld beheren en leningen verstrekken aan Canadese burgers en bedrijven – niet diende en verbood een fusie. Hierdoor werd de internationale concurrentiepositie van de banken in eerste instantie niet versterkt, maar het zorgde uiteindelijk wel voor een aantal sterke nationale banken. Deze sterke banken gingen vervolgens met elkaar de concurrentie aan en niet met buitenlandse banken. Hierdoor namen ze relatief weinig risico, wat achteraf gezien de beste keuze was.

Het karakter van de Canadezen heeft ook een rol gespeeld. Canadese leners zouden verantwoordelijke leners zijn, die niet snel een lening aangaan als ze die niet kunnen terugbetalen. Het is in Canada ook relatief lastig om een lening te krijgen (de bank stelt behoorlijk wat voorwaarden) en als men eenmaal een lening heeft, wordt deze ook zo snel mogelijk afbetaald. Het fenomeen ‘hypotheekrenteaftrek’ bestaat niet in Canada en de hoogte van de rente staat vast voor een maximum van vijf jaar, met het risico dat de rente daarna hoger zal zijn. Hoewel deze maatregelen vrij consumentonvriendelijk zijn, zorgen ze wel voor gezonde banken die een eigen vermogen hebben dat ver boven het vereiste minimum ligt.

De bevolking is ook nog op een andere manier van invloed. Het inwoneraantal van Canada is de laatste twintig jaar veel langzamer gegroeid dan het inwoneraantal van bijvoorbeeld Amerika. Ook zijn de allochtone inwoners van Canada vaker hoogopgeleid (en hebben dus meer inkomsten) dan allochtone Amerikanen en hoeft de overheid dus minder in sociale woningbouw te voorzien. Er hoeven om die reden minder leningen en hypotheken verstrekt te worden.

Als gevolg van de gezonde financiële situatie van de vijf grootste Canadese banken maken nu al deze banken deel uit van de mondiale bankentop-50. Hoewel overal ter wereld banken failliet zijn gegaan als gevolg van de financiële crisis en vele andere banken te koop zijn, hebben de Canadese banken het hoofd boven water weten te houden en waren ze zelfs in staat om uit te breiden en andere banken over te nemen.

2006: Canada wordt wereldkampioen lacrosse2010: Olympische Winterspelen in Vancouver