Het speelveld

door Maurits van den Toorn di 26 jan. 2016 9:00

Nu de eerste voorverkiezingen voor de deur staan, in Iowa (1 februari) en New Hampshire (9 februari), belanden de presidentsverkiezingen in hun tweede fase. Als we het afgelopen halve jaar overzien zijn er twee verrassingen: bij de Republikeinen Donald Trump – wie kent ’m niet – en bij de Democraten Bernie Sanders. Verrassend is niet dat ze meedoen, verrassend is dat ze nog steeds meedoen, en ook nog eens met veel succes.

Bovenaan in de peilingen

De bejubelde en verafschuwde Trump staat al maanden lang onafgebroken in alle peilingen stevig bovenaan. Dat is in tegenspraak met de verwachtingen van allerlei mensen die het weten konden: Trump was een clown, een eendagsvlieg, een strovuurtje dat snel zou verdwijnen. Als ik even reclame voor mezelf mag maken, tegen die onderschatting heb ik in dit blog een half jaar geleden al gewaarschuwd.

Inmiddels voert Trump de peilingen nog steeds aan met percentages tussen de 33 en 41 (peilinggegevens half januari). Senator Ted Cruz volgt op twee met 10 tot 20 procent, senator Marco Rubio is meestal derde met 6 tot 13 procent. De resultaten van de verschillende polls lopen behoorlijk uiteen, wat al aangeeft dat er niet al teveel belang aan moet worden gehecht. De overige kandidaten – voormalig neurochirurg Ben Carson, ex-gouverneur Jeb Bush, gouverneur Chris Christie, senator Rand Paul, ex-CEO van computerbedrijf HP Carly Fiorina, gouverneur John Kasich, ex-gouverneur Mike Huckabee, ex-senator en zakenman Rick Santorum en ex-gouverneur Jim Gilmore – zitten allemaal hooguit op 10 procent, maar meestal (ver) daaronder. De scores van hekkensluiter Gilmore liggen zelfs ver achter de komma.

Slogan Trump Make America Great Again

(Ex)-gouverneurs scoren slecht

Opvallend is verder dat de deelnemende (ex-)gouverneurs relatief zo slecht scoren. Het gebruikelijke idee is dat gouverneurs met hun bestuurlijke ervaring het beter doen dan de senatoren van wie de meeste kiezers geen idee hebben wat ze in Washington eigenlijk uitspoken. We zien nu dat de twee gouverneurs die aanvankelijk als behoorlijk kansrijk werden ingeschat, Christie (New Jersey) en Bush (Florida), het matig doen, terwijl de senatoren Cruz en Rubio serieus te nemen kanshebbers op de Republikeinse nominatie zijn. Overigens was Obama ook senator voor hij president werd.

Peilingen Iowa

In de staat waar het er als eerste op aan komt, Iowa, is het beeld nauwelijks anders. Ook hier staat Trump bovenaan met 27,9 procent, maar hij wordt op de hielen gezeten door Cruz met 27,7. Rubio volgt op afstand met 12,7 procent. Ik ben eerlijk gezegd verbaasd dat Trump zelfs hier zo populair is. Iowa is een agrarische staat zonder grote steden (de hoofdstad Des Moines heeft minder dan 200.000 inwoners en is bepaald geen metropool) met een behoorlijk kerkelijke bevolking, bijna het archetypische smalltown America van vroeger. Dat de luidruchtige multimiljonair met z’n stadse fratsen uit de poel des verderfs New York – ja, ik overdrijf – zelfs hier zoveel handen op elkaar weet te krijgen toont aan dat de zorgen en de onzekerheid bij het electoraat groot zijn. Dat de zéér conservatieve Cruz hier praktisch even hoog scoort, toont aan dat Iowa ook deels zichzelf blijft.

Overigens lopen de standpunten van de verschillende Republikeinse kandidaten over zaken als het homohuwelijk (tegen) en Obamacare (ook tegen) nauwelijks uiteen. Dat Trump er zo goed mee scoort is vooral een geval van c’est le ton qui fait la musique.

Bernie Sanders

Dan de Democraten, want ook die hebben hun verrassing. Hier is Bernie Sanders, senator voor Vermont, die zichzelf ‘democratisch socialist’ noemt, lange tijd behoorlijk onderschat. Met het begrip ‘socialist’ kwam je tot dusverre in de VS niet ver, maar Sanders zit qua populariteit Hillary Clinton zo langzamerhand behoorlijk dicht op de hielen. In de landelijke peilingen leidt Hillary nog met een behoorlijke 53 procent, maar in Iowa is het verschil veel kleiner: 46 procent voor Hillary, 42 procent voor Sanders. Het is beslist niet meer zo dat Hillary haar kandidatuur voor het grijpen heeft, zoals het aanvankelijk leek; de onderlinge debatten zijn dan ook feller van toon geworden. Er is nog een derde Democratische kandidaat, gouverneur Martin O’Malley, maar met een populariteitsscore van 2,6 procent is hij geen reële kanshebber.

Met zijn stellingname tegen Wall Street, de banken en het grootkapitaal – klassieke socialistische standpunten – scoort Sanders goed bij dat deel van het electoraat dat de crisis amper te boven is gekomen en met moeite het hoofd boven water kan houden, zelfs met een baan – zeg maar de Amerikaanse Jan Modaal, ook wel bekend als Joe Sixpack.

Opmerkelijk is de manier waarop de Sanders-campagne aan z’n geld komt: niet via de zo langzamerhand gebruikelijke miljoenendonaties van grote bedrijven en organisaties, maar door talloze kleinere bijdragen van heel veel vakbonden en ‘de gewone man’. Een riskante en bewerkelijke manier van fundraising die opmerkelijk goede resultaten heeft geboekt; volgens recente berichten heeft Sanders nu meer dan 70 miljoen dollar in kas. Misschien wel belangrijker is dat de vele mensen die geld aan Sanders hebben gedoneerd ook op ’m zullen stemmen: hij is als het ware hun investering. De cijfers in de peilingen zouden bij hem dan ook best eens een betrouwbaardere indicatie van de toekomstige resultaten kunnen zijn dan bij de andere kandidaten. Een reden temeer voor Hillary en haar campagnestaf om zich zorgen te maken.

Bernie Sanders presidentskandidaat

Niets is wat het lijkt

Toch is het nog steeds te vroeg om kandidaten nu al af te schrijven, want één ding staat vast: het loopt anders dan we nu denken. Bovendien maken een of twee van de verliezers misschien alsnog carrière als vicepresident.