Reizigers vertellen reizigers over Canada op de Reizigersbeurs (22 maart). Gratis aanmelden
7 maart: infodag met presentaties West-Canada, Zuidwest-Amerika en Noordwest-Amerika: Gratis aanmelden
WIJ ZIJN 31 DECEMBER OM 16:00 UUR GESLOTEN I.V.M. OUDJAARSAVOND

President Carter: de waardering kwam laat

De op 29 december 2024 overleden James Earl Carter Jr. (1924-2024) was de 39e president van de Verenigde Staten (1977-1981). Hij was het schoolvoorbeeld van iemand die op het verkeerde moment president werd. Zijn enige termijn vormde een Democratisch intermezzo tussen twee Republikeinen, de schurk Richard Nixon en de vage Ronald Reagan. En zoals het vaker gaat: pas veel later kreeg hij de waardering die eerder had ontbroken.

Jimmy Carter

Het verhaal van Carter

Carter kwam uit een middenklasse-gezin in Georgia, waar zijn vader een winkel en wat grond had waarop hij pinda’s teelde. James jr. koos in 1946 voor een carrière in de marine, maar toen zijn vader overleed nam hij in 1953 ontslag om de familiezaak over te nemen. Hij wist de pinda-business tot een succes te maken. In 1963 kwam hij in de Senaat van Georgia, waar hij – geïnspireerd vanuit het christendom, altijd een belangrijke drijfveer – voorstander was van afschaffing van de rassenscheiding. In 1971 werd hij gouverneur van Georgia, vijf jaar later slaagde hij er als verrassende buitenstaander in de Democratische presidentsnominatie binnen te halen. Als eerste uit the deep south sinds 1848 werd hij president. Hij werd wel eens onderschat door zijn tegenstanders, alsof hij een onervaren boertje van buut’n was.

Maar één termijn

Carter zat maar één termijn. Dat kwam eigenlijk vooral door pech, want zo slecht was zijn beleid niet. Het ging economisch beroerd (oliecrisis, inflatie, werkloosheid) en het land zat met het trauma van de Vietnamoorlog. Bovendien brak in 1979 de revolutie in Iran uit. Amerika verleende de verjaagde sjah onderdak; uit woede daarover bezetten militanten de Amerikaanse ambassade in Teheran en gijzelden 52 Amerikanen. Dat betekende andermaal een knauw voor Amerika’s trots, zeker toen een reddingsoperatie in april 1980 uitliep op een faliekante mislukking. De beelden van de in de Iraanse woestijn neergestorte helikopters maakten duidelijk dat herverkiezing een zware dobber zou worden. Bovendien kregen de maatregelen om de economie weer aan te zwengelen pas langzaam effect; Reagan zou met de eer gaan strijken.

Verschillende akkoorden

Daar stond tegenover dat Carter bereikte dat de Egyptische president Sadat en de Israëlische premier Begin in 1978 een vredesverdrag tekenden, het Camp David-akkoord. Met Sovjetleider Brezjnev werd het SALT II-akkoord over beperking van het aantal strategische kernwapens getekend. Desondanks liepen de internationale spanningen op, de Sovjetinvasie van Afghanistan eind 1979 bracht de Verenigde Staten en veel bondgenoten ertoe de Olympische Spelen van 1980 in Moskou te boycotten. En dan was er de neutronenbom, een tactische kernbom of -granaat die ‘gebouwen liet staan’. Dat leidde ook in Nederland tot veel protest onder aanvoering van het comité ‘Stop de Neutronenbom’. Carter besloot in 1978 de ontwikkeling ervan op te schorten. Reagan zette de werkzaamheden een paar jaar later weer in gang. Nog zoiets: Carter liet in 1979 zonnepanelen bij het Witte Huis installeren, Reagan liet ze later weghalen.

Jimmy Carter

Weggevaagd in de verkiezingen

Dat Carter de steun aan twijfelachtige regimes in Latijns-Amerika ter discussie stelde en aan de Nicaraguaanse dictator Somoza zelfs beëindigde, leverde hem het imago van een linkse softie op. Ook zijn uitspraken tegen de doodstraf en pleidooien voor strengere wapenwetgeving droegen bij aan dat imago. Bij de verkiezingen van november 1980 werd hij weggevaagd: hij boekte met slechts zes staten plus Washington DC (49 kiesmannen versus 489 voor Reagan) een van de slechtste resultaten in een presidentsverkiezing ooit. (Schrale troost: Carters voormalige veep Walter Mondale deed het vier jaar later tegen Reagan nog slechter.) Carter kon terug naar Georgia, waar zijn pinda-imperium door mismanagement aan de rand van de afgrond was beland.

Nobelprijs van de vrede

De oud-president bleef zich inspannen op humanitair gebied. Hij richtte in 1982 het Carter Center op voor mensenrechten en democratie (het centrum heeft toezicht gehouden op bijna honderd verkiezingen in 38 landen), en voor het bestrijden van ziektes. Bij internationale conflicten werd hij als elder statesman te hulp geroepen; zo bemiddelde hij in het geschil over de Ogaden-woestijn tussen Somalië en Ethiopië, was hij actief in Bosnië-Herzegovina en reisde hij in 1994 op verzoek van president Clinton naar Noord-Korea in een (vergeefse) poging om een einde te maken aan het nucleaire programma van het land. Al die activiteiten leverden hem in 2002 de Nobelprijs voor de Vrede op. In later jaren liet hij nog regelmatig van zich horen als hij het niet eens was met het beleid van zijn opvolgers (inclusief zijn partijgenoten Clinton en Obama). Hij sprak zich uit tegen de nietsontziende War on Drugs, keerde zich tegen de oorlog in Irak en riep al in 2005 op tot sluiting van Guantanamo Bay. De toenemende macht van geheime diensten baarde hem zorgen; ‘America has no functioning democracy at this moment,’ zei hij daar in 2013 over. Je kunt van een vooruitziende blik spreken. Veel effect hadden zijn opmerkingen niet, dat is het gebruikelijke lot van een elder statesman.

Jimmy Carter