1808: Het einde van de slavenhandel met Afrika

Na de ontdekking van de Nieuwe Wereld verrijkten de Europeanen zich met Amerikaanse grondstoffen. Ze legden plantages aan, met de bedoeling om de lokale bevolking daarop te laten werken. De Europeanen brachten echter besmettelijke ziektes mee, waartegen de indianen slecht bestand waren. Een "oplossing" werd gevonden: Afrika. In 1525 werden de eerste slaven vanuit Afrika naar het Amerikaanse continent getransporteerd. Zij zouden het begin zijn van een lang proces, dat bijna drie eeuwen duurde en waarin ongeveer 12,5 miljoen Afrikanen per schip over de Atlantische Oceaan werden vervoerd om op de Amerikaanse plantages te werken.

De slavenhandel

Vooral in het zuidoosten van de koloniën, in de huidige staten Maryland, Virginia en Georgia, werden uitgestrekte plantages aangelegd. De Engelsen zorgden zelf voor het transport van slaven. Hoewel de meeste slaven naar het Caribische gebied en Zuid-Amerika vervoerd werden, was het aantal slaven dat de Engelsen naar Noord-Amerika brachten groot: bijna een half miljoen.

In 1776 werden de Verenigde Staten officieel onafhankelijk en dit was het begin van het einde van de slavenhandel tussen Noord-Amerika en Afrika. In de eeuwen daarvoor was er nauwelijks kritiek geleverd op de manier waarop de Afrikanen behandeld werden. Degenen die de macht hadden om dat te doen profiteerden meestal van de rijkdommen die de handel opleverde. Voorstanders van afschaffing waren te zwak om iets aan de situatie te veranderen. Maar in de tweede helft van de 18e eeuw veranderde dat, en begonnen Europese en Noord-Amerikaanse bestuurders zich in te zetten voor afschaffing van de slavenhandel.

Routes van de slavenhandel

Kritiek op de slavenhandel

De Verlichting, die al begon in de 17e, maar pas echt machtig werd in de loop van de 18e eeuw, had veel invloed op de veranderde opvatting over slavernij en slavenhandel. De Franse Revolutie in 1789 was het hoogtepunt van de Verlichting, en het thema hiervan was ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’. Men begon in te zien dat deze begrippen lijnrecht tegenover de uitbuiting van Afrikaanse slaven stonden. Dat inzicht zorgde voor de opkomst van het abolitionisme: de beweging die de slavernij af wilde schaffen. Een slavenopstand in de Franse kolonie Haïti zorgde in 1794 voor een Frans verbod op slavernij. Dit werd later herzien door Napoleon, maar de toon was gezet: ook nationale regeringen begonnen zich af te zetten tegen de slavenhandel.

Ook in het Britse parlement begon een aantal machtige mensen te roepen om afschaffing van de slavenhandel. De eerste Amerikanen die zich tegen de slavenhandel verzetten waren de Quakers uit Pennsylvania die in 1688 een brief schreven aan de Society of Friends, het nationale bestuur van de Quakers, waarin de slavernij ten strengste verboden werd. Met deze brief werd lange tijd niets gedaan maar ze leidde er wel toe dat de Society of Friends in 1776 de slavernij afkeurde en dat in 1780 Pennsylvania dit als eerste Amerikaanse staat ook deed.'

In 1776 werden de Verenigde Staten van Amerika een onafhankelijke natie door het opstellen van de Onafhankelijkheidsverklaring. Thomas Jefferson, die later de derde president van het land zou worden, had een belangrijk aandeel in het opstellen van deze verklaring; hij was ook een vurig voorstander van afschaffing van de slavenhandel. De oorspronkelijke versie van de Onafhankelijkheidsverklaring bevatte dan ook veel delen waarin gepleit werd voor de vrijheid van Afrikaanse slaven, maar voor de uiteindelijke versie werden deze eruit gehaald door andere leden van de delegatie.

Tussen 1787 en 1804 volgden verschillende Noordelijke staten het voorbeeld van Pennsylvania door de slavernij officieel af te schaffen. Dit zorgde echter niet voor een vermindering van het aantal slaven dat naar Amerika vervoerd werd; in de periode 1801-1810 werd zelfs een nieuwe piek bereikt van 87 500 slaven, een aantal dat in de decennia daarvoor nog nooit gehaald was. Dit kwam doordat de Zuidelijke Amerikaanse staten de slavernij niet afschaften. Het verschil van mening over slavernij tussen Noord en Zuid zorgde voor veel wrijving in het congres. In de grondwet stond niets over de afschaffing van slavernij. De Noordelijke staten hadden dit besluit individueel genomen en probeerden de Zuidelijke staten met zich mee te krijgen; die waren echter te zeer afhankelijk van de slavernij en de slavenhandel en bleven slaven importeren en gebruiken. Al gauw werd dus duidelijk dat de nationale regering zich ook met de kwestie moest bemoeien, en dat er een beleid moest worden uitgestippeld dat voor het hele land van toepassing was.

Symbool van abolitionisme

Afschaffing van de slavenhandel en de gevolgen daarvan

In 1800 werd Thomas Jefferson president van de Verenigde Staten. In 1804 werd hij voor de tweede keer gekozen. Hoewel hij zelf geboren was in Virginia, een staat met een groot aantal slaven, had hij ernstige morele bezwaren tegen de slavernij. Dat werd al duidelijk in zijn versie van de Onafhankelijkheidsverklaring, en toen hij president werd gebruikte hij zijn positie en macht om een einde te maken aan de slavernij. In maart 1807 stemde hij in met een wet die per 1 januari 1808 het invoeren van slaven in de Verenigde Staten verbood. Dit was een belangrijk moment in de geschiedenis van het abolitionisme. Slavenhandelaars reageerden op de wet door te proberen slaven het land binnen te smokkelen, maar door de strenge controle daarop werd dit bijna onmogelijk gemaakt. In de jaren 1811-1820 werden nog maar 5 500 slaven naar de Verenigde Staten vervoerd. De wet betekende niet het einde van de slavernij in de Verenigde Staten. Verkoop en vervoer van slaven binnen de grenzen van het land bleven toegestaan tot 1865, toen het hebben van slaven verboden werd. Maar in 1808 werd een belangrijke eerste stap gezet richting de afschaffing van de slavernij.

Thomas Jefferson
1791: Bill of Rights1830: Indian Removal Act

Boek nu je camper voor 2018!
Bekijk de vroegboekacties