1763: Verdrag van Parijs

Wanneer de grootmachten van Europa met elkaar overhoop liggen tijdens de Zevenjarige Oorlog, probeert Engeland haar koloniale macht in Noord-Amerika en Canada uit te breiden. Ze verslaat het sterk verzwakte Frankrijk en krijgt daardoor het grootste deel van Canada in handen. De Franse overheersing ten oosten van de Atlantische oceaan is voorgoed voorbij en op 10 februari 1763 geeft Frankrijk zich officieel over met het ondertekenen van het Verdrag van Parijs.

Zevenjarige Oorlog

Franse en Engelse ontdekkingsreizigers maken zich na de ontdekking van Canada steeds meer gebieden eigen. Ze hebben ieder heel wat provincies in handen, maar de Britten verlangen naar meer. Zowel op Canadees grondgebied als in Europa rommelt het tussen de grootmachten en in 1756 begint officieel de Franse en Indiaanse oorlog, in Europa beter bekend als de Zevenjarige Oorlog. De strijd gaat tussen Pruisen, Groot-Brittannië en Hannover enerzijds (de geallieerden) en het Russische Rijk, Oostenrijk, Zweden, Saksen en Frankrijk anderzijds. In Canada speelt de oorlog zich alleen af tussen Frankrijk en Engeland. Frankrijk lijdt al gauw grote verliezen waardoor ze niet in staat is extra troepen naar de koloniale gebieden te sturen. Dit is echter wel nodig, want de regering is bang dat de Canadezen zich door alle ongeregeldheden tegen het Franse regime zullen keren. De Britten maken strategisch gebruik van deze verzwakte positie en zetten de aanval in op de Franse bezittingen in Noord-Amerika. In september 1756 krijgt Engeland Québec in handen en een jaar later verovert ze bijna heel Nieuw-Frankrijk. Om weer op krachten te komen, kan Frankrijk niets anders dan zich overgeven. Op 10 februari 1763 wordt de Vrede van Parijs getekend.

1763: Verdrag van Parijs

Het vredesverdrag

Het vredesverdrag bestaat uit zevenentwintig hoofd- en enkele sub-artikelen en is opgesteld door John Russel, César Gabriel de Choiseul en Jerónimo Grimaldi. Het verdrag legt officieel vast dat er vrede komt, zowel te land als ter zee, en dat oorlogsgevangenen moeten worden vrijgelaten. Het verdrag is gebaseerd op eerdere vredesverdragen, zoals de Vrede van Utrecht uit 1713. De meeste artikelen zijn gewijd aan de verdeling van gebieden tussen Frankrijk en Groot-Brittannië. Hierbij gaat het niet alleen om Canadees grondgebied, maar bijvoorbeeld ook om het voormalig Indië en eilanden in de Caribische zee. De koning van Groot-Brittannië is vanaf nu eigenaar van voormalige Franse gebieden, zoals Cape Breton en de kust van de Saint Lawrencerivier. Daarmee verliest de Franse regering haast alles wat zij te zeggen had in Canada. Frankrijk behoudt wel haar visrechten op bepaalde delen van de kust van Newfoundland en krijgt de eilanden Saint-Pierre en Miquelon terug, op voorwaarde dat deze eilanden alleen gereserveerd zijn voor de visserij en dat er niks mag worden gebouwd dan wat daarvoor strikt noodzakelijk is. Franse inwoning lijkt hierdoor verboden. In het Oosten, onder andere op Sumatra, geeft Groot-Brittannië haar grondgebied terug aan Frankrijk. Opvallend, want hierdoor ruilen de Britten een relatief hoge economische kracht in voor grond die stukken minder oplevert. In ruil daarvoor hebben ze wel alle macht over Canada.

Meer dan dertig keer wordt in het verdrag verwezen naar 'Zijne Britse Hoogheid en meest christelijke Majesteit', waarmee wordt gerefereerd aan de macht van het christelijke geloof. Het punt is nu dat de Britten over het algemeen protestants zijn, terwijl de Fransen het rooms-katholieke geloof aanhangen. Aangezien na het Verdrag van Parijs Groot-Brittannië de baas is over Canada, is de verwachting dat het protestantisme veel invloed zal winnen in Canada. In het verdrag staat echter iets opgenomen over de vrijheid van katholieke religie, waardoor het rooms-katholicisme zal worden gedoogd - voor zover de Britse wet dat toestaat. Wie het niet eens is met het verdrag, krijgt achttien maanden de tijd om ongestoord zijn of haar woonomgeving te verlaten. Als gevolg van deze regel verlaten ongeveer 1.600 katholieken Nieuw-Frankrijk.

Gevolgen

De Britse overheersing leidt tot grote onvrede onder veel Franstalige Canadezen: zij kunnen niet geloven dat hun grondgebied is afgestaan aan Groot-Brittannië en voelen zich bedrogen. Desondanks is er een verzachtende omstandigheid. De Britten staan alle koloniale provincies namelijk toe om (in enige mate) eigen wetten uit te voeren. Als gevolg weet men in Lower-Canada, het huidige Québec, beperkte erkenning van Franse burgerrechten en beperkte vrijheid van taal en godsdienst af te dwingen. Het is niet helemaal duidelijk waarom Québec hierin slaagt, maar het zou kunnen zijn dat de Britten bang zijn. Hun deel van Canada telt op het moment dat het contract wordt getekend ruim 65.000 Franstalige inwoners (tegenover ruim twee miljoen Engelstaligen): een aantal dat genoeg kan zijn om een opstand te formeren. De Britten vrezen dat Franse kolonisten Canada verlaten om de Franse nederzettingen in Noord-Amerika te versterken en - uiteindelijk - in opstand te komen tegen het koloniale regime. De Britten besluiten dus de Canadezen te beschermen om ze bij zich te houden. Daarnaast schijnt het zo te zijn geweest dat de Britten grootmacht Frankrijk niet tegen het hoofd wilden stoten door het uitstoten of gedwongen bekeren van andersdenkenden.

Nog jarenlang is Canada in Britse handen. Pas wanneer in 1775 de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog uitbreekt en de Amerikanen zich in acht jaar tijd losmaken van de eeuwenlange Britse overheersing, begint het ook in Canada te rommelen. Er breken gewapende conflicten uit, die eerst worden neergeslagen, maar uiteindelijk leiden tot de eerste processen van hereniging.

1670: De Fransen richten de Hudson's Bay Company op1774: Quebec Act