1917: De First Red Scare

De First Red Scare is de eerste openlijke angst voor de roden, ofwel de communisten in Rusland door de bevolking van Noord-Amerika. De bolsjewistische partij had in 1917 de macht gegrepen in Rusland. Noord-Amerika was bang voor de verspreiding van het bolsjewisme naar het Amerikaanse continent, omdat deze doctrine antikapitalistisch en socialistisch was.

Bolsjewisme

De marxistische partij in Rusland stond voor communisme en een samenleving waarin al het bezit verdeeld en de gehele samenleving georganiseerd werd door de overheid. Deze doctrine stond lijnrecht tegenover kapitalisme, waarin het mogelijk is om persoonlijk kapitaal te vergaren. De marxistische partij splitste zich in 1903 op in twee verschillende partijen. Één van deze partijen was de bolsjewistische partij geleid door Lenin. Hij wilde een kleine revolutionaire elite en een harde kern van betrouwbare arbeiders. Dit in tegenstelling tot de mensjewistische partij, die het andere afgesplitste deel van de Marxistische partij vormde. Zij streefden een grote en open partijvorm na. In 1917 gedurende de eerste wereldoorlog kwamen de Russische burgers in opstand tegen de Tsaar. Rusland werd door deze opstand in 1917 een republiek. Lenin slaagde er in april 1917 in de macht te grijpen door de meerderheid te winnen in de verschillende Sovjets in het land. Dit bewerkstelligde hij door zijn uitgebreide partijprogramma dat zich richtte op de eisen van de arbeiders. Lenin wilde zo zijn dictaat van het proletariaat bewerkstelligen. Met Rusland een republiek en Lenin aan de macht was de Russische revolutie die de Noord-Amerikanen zoveel angst zou aanjagen nu een feit.

Spotprent

De Russische revolutie

Nadat Lenin de macht had in Rusland sloot hij in 1918 ten tijde van de eerste wereldoorlog een aparte vrede met Duitsland. Dit vredesverdrag werd bekend als het Brest-Litovsk verdrag. De Amerikanen probeerden het Russische front te heractiveren en de bolsjewieken te elimineren, maar dit was tevergeefs. In maart 1919 hielden de bolsjewieken een conferentie om bolsjewisme en daarmee het proletariaat globaal te activeren. Deze conferentie leek succesvol. Er was een revolutie in Duitsland in 1919 en veel onrust in Polen en Italië, terwijl Hongarije langzaamaan een Sovjet regime bewerkstelligde. De Amerikanen zagen de aparte vrede met Duitsland als verraad en waren geschokt om te zien dat de bolsjewieken zich niet aan de traditionele oorlogsregels hielden. Nu het regime zich steeds verder door Europa leek te verspreiden werd de afkeer van de Amerikanen tegenover de bolsjewieken en het communisme steeds groter. De Amerikaanse pers verspreide vele negatieve verhalen over de bolsjewieken. Maar er was in Noord-Amerika ook steun voor de bolsjewieken. Er werden in 1919 in Amerika twee communistische partijen opgericht die door middel van pamfletten en manifestaties opriepen tot actie in Amerika. Dit was zeer alarmerend voor het grootste deel van de Amerikanen, dat nu geloofde dat de bolsjewieken ook voet aan de grond kregen in Amerika. Wat de Noord-Amerikanen het meest stoorde aan de bolsjewieken waren hun aanvallen op kapitalisme en het Brest-Litovsk verdrag waarmee ze vrede sloten met de Duitsers in 1918. Bolsjewieken werden gezien als verraders. In de pers waren vele antibolsjewist cartoons en artikelen te vinden. Niet alle radicalen in de Verenigde Staten die de bolsjewieken in Rusland steunden waren het er overigens over eens dat hetzelfde bolsjewistische plan van aanpak dat in Rusland in werking was gezet ook in de Verenigde Staten geïmplementeerd zou moeten worden.

Lenin

Wetgeving in Noord-Amerika

In het Noord-Amerika van 1919 waren de meeste mensen redelijk arm. Inflatie was een groot probleem. Georganiseerde arbeidersgroepen gingen steeds vaker staken. Organisaties zoals de Nationale veiligheidsliga, de Amerikaanse defensie genootschap en de door de overheid gesponsorde Amerikaanse beschermingsliga hadden tijdens de eerste wereldoorlog door middel van propaganda vele Amerikanen tot patriotten gemaakt. De Noord-Amerikanen werden er namelijk constant op de gevaren van spionnen en sabotage tijdens de oorlog geattendeerd. Deze groepen stelden zich zelf op tegenover andere groepen waar zij bang voor waren en die zij haatten. De Russische bolsjewieken waren een voorbeeld van één van deze gehate groepen. Maar wederom was ook de Noord-Amerikanen pers verantwoordelijk voor dit soort nationalisme in Noord-Amerika. Het werd via kranten en advertenties wijdverspreid. Ook werden er anticommunistische films zoals de film ‘de Duitse vloek in Rusland’ gemaakt.

Voor de Noord-Amerikaanse overheid was de patriottistische propaganda een manier om de publieke opinie in hun voordeel te gebruiken. In het dagelijks leven was dit steeds meer te merken. Mensen met een andere mening of opvatting werden ontslagen en Duits werd als taal uit vele scholen verbannen vanwege de mogelijke negatieve invloed van de taal op kinderen. Mensen gingen zelfs zo ver dat ze hun Duitse achternaam naar iets Engels lieten veranderen. De overheid probeerde ondertussen een wet door te voeren die staken verbood. Deze werd niet succesvol doorgevoerd maar er werden vele andere wetten aangenomen die spionage en opruiing wettelijk mogelijk maakten. De eerste hiervan was de spionage act van 1917. Deze wet richtte zich op verraders, maar maakte het ook mogelijk om mensen die zich niet loyaal toonden aan Amerika te vervolgen. Noord-Amerikaanse burgers die bijvoorbeeld valse verklaringen deden om ervoor te zorgen dat de Amerikaanse overheid of het leger een nederlaag zou leiden, zouden hierdoor twintig jaar celstraf krijgen en 10,000 dollar boete moeten betalen. Deze wet gelde ook voor muiterij. Vervolgens werd in 1918 de ‘sedition act’ ofwel opruiingsact doorgevoerd. Deze wet verbood het om negatieve uitspraken over de overheidsvorm, grondwet of het Amerikaanse leger te uiten in mondelinge vorm,schrift, print of publicatie. Het was niet geoorloofd om verzet tegen de Amerikaanse overheid op te roepen of zijn vijanden te promoten. De straf die op deze wet stond was exact hetzelfde als die van zijn voorganger in 1917. In oktober 1918 werd er een derde wet aangenomen. Deze had niet zo zeer betrekking tot uitspraken maar meer tot mensen die werden gezien als buitenstaanders in de Verenigde Staten. Deze wet had als uitgangspunt dat alle buitenlanders die anarchisten waren of geloofden dat de overheid van de Verenigde Staten vernietigd moest worden, de toegang tot de Verenigde Staten moest worden ontzegd. Voor buitenlanders die al aanwezig waren in de Verenigde Staten en zich tot dit soort zaken lieten verleiden gelde dat ze gedeporteerd zouden worden. Vooral voor Duitse Amerikanen waren deze wetten problematisch. De Noord-Amerikanen dachten namelijk dat de bolsjewistische beweging vol met Duitsers zat. De Amerikaanse soldaten terugkerend van het slagveld, nog denkend aan de oorlog hadden nog een zeer negatief beeld van buitenlanders en dan vooral Duitsers. De mentaliteit van de Amerikanen was er dus één van wantrouwen ten opzichte van buitenlanders.

Red summer 1919

In juli 1919 maakten kranten in Chicago gelezen door de niet blanke Noord-Amerikaanse bevolking hun lezers er op attent dat er stranden waren in de stad waar alleen blanken mochten komen. Omdat het een erg hete zomer was kwam de zwarte bevolking hier tegen in opstand en probeerden de stranden in te nemen. Dit leidde tot een rassenrel die vijf dagen lang voortduurde. In vijf steden in Amerika waren er gedurende juli tot oktober rassenrellen. Het is aannemelijk dat de groeiende angst voor de communisten ook de angst voor niet blanken in de hand heeft gewerkt. Tijdens de Red Scare werden ook steeds meer mensen lid van de radicale Klu Klux Klan die alleen blanken in Noord-Amerika wilden hebben.

1917: De First Red Scare

Incidenten in de red scare

In 1919 deden zich een aantal incidenten voor die de Noord-Amerikaanse bevolking nog angstiger maakten voor bolsjewieken en communisten. De eerste daarvan was de Seattle General Strike van 21 januari 1919. 35,000 arbeiders op de scheepswerf van Seattle gingen in staking omdat ze hogere lonen wilden. De directeur van de werf ging niet op hun eisen in. De arbeidersraad die vrij radicaal was, besloot om een georganiseerde staking in Seattle te beginnen. De staking werd op 3 februari aangekondigd in de kranten om op 6 februari plaats te vinden. Dit soort georganiseerde stakingen waren geheel nieuw in Noord-Amerika en brachten vele mensen in paniek. Mensen gingen voedsel en wapens hamsteren omdat ze dachten dat de communisten achter de staking zaten. De staking had echter niet veel nut en op 10 februari werd er besloten om hem te stoppen. In kranten in heel Noord-Amerika kon men lezen over de bolsjewistische staking van Seattle. Ook in Boston werd gestaakt in 1919. Ditmaal door de politie. Op 9 september 1919 leverden de politieagenten hun badges in en weigerden een week lang te werken. De stad was gedurende een week onbeschermd en er braken vele gewelddadige rellen uit. De agenten staakten omdat ze een arbeidersunie wilden vormen die gerelateerd zou zijn aan de Amerikaanse abeidersfederatie. Voor vele Noord-Amerikanen was deze anarchistische staking echter nog een voorbeeld van de invloed van het bolsjewisme. De staking werd na een week beëindigd. Eveneens werd er gestaakt in de staal industrie. 365.000 werknemers staakten op 22 september 1919 voor betere arbeidsvoorwaarden. De Amerikaanse Arbeidersunie steunde deze staking echter niet. De staalfabrieken namen in plaats van hun stakende werknemers tijdelijk buitenlanders of niet blanken aan. Deze staking duurde vrij lang; pas op acht januari 1920 was zij officieel voorbij. Na de staking werden de tijdelijke zwarte en buitenlandse werknemers vaak weer ontslagen. In de steenkoolindustrie begon alsmede in 1919 een grote staking. De mijnwerkers hadden tijdens de oorlog ingestemd met bepaalde arbeidsvoorwaarden ten opzichte van hun loon en werkuren. Deze zouden na de oorlog stoppen, maar overheidsadvocaat A.Mitchell Palmer liet de Lever act los op de mijnwerkers. Volgens deze wet was het een misdaad om de productie of het transport van noodzakelijke goederen (zoals steenkool) te verhinderen. Hierdoor zouden de mijnwerkers niet de betere arbeidsvoorwaarden krijgen waar ze op hoopten. Meer dan 450.000 werknemers gingen na de uitspraak van Palmer op één november 1919 in staking. In totaal staakten er meer dan vier miljoen arbeiders gedurende de stakingen in 1919. De angst voor communisme en anarchisme was door deze stakingen zeer snel aangewakkerd. Vervolgens vonden er in tussen 1917 en 1919 een aantal bombardementen plaats, die de bevolking van Noord-Amerika ook erg opschrikte. In mei 1918 werd ontdekt dat er bommen per post verstuurd waren. Er waren er 36 verstuurd, maar slechts twee kwamen ook daadwerkelijk aan. Deze bommen waren bedoeld voor politici en ambtenaren zoals A. Mitchell Palmer. Ook waren er bommen geadresseerd aan succesvolle kapitalisten. In juni 1918 gingen er vervolgens in acht verschillende Noord-Amerikaanse steden tegelijkertijd bommen af. Ook deze bommen waren voor hetzelfde soort mensen bedoeld. Één ervan vernietigde de voorkant van het huis van Mitchell Palmer. Voor de Amerikaanse burgers was dit nog een extra reden om communisten te wantrouwen en dus werd de angst voor de ‘Red Scare’ nog extra aangewakkerd. Mensen dachten dat er een communistische samenzwering tegen Noord-Amerika plaatsvond. Mitchell Palmer deed er vanaf dit moment alles aan om de samenzwering te stoppen. Hij ging zich bezig houden met de buitenlandse dreiging van communisten, anarchisten, radicalen en socialisten. Deze acties werden de ‘Palmer raids’ genoemd. Naast dat Palmer zelf slachtoffer van de bombardeerders was geweest, wilde hij bovendien meedoen aan de presidentsverkiezingen. Hij geloofde dat hij door de strijd aan te gaan met buitenlandse radicalen hier een goed platform voor creëerde. Meer dan 3000 mensen werden opgepakt tijdens de ‘Palmer raids’. Palmer wilde ze allemaal deporteren naar de Sovjet unie, ongeacht hun land van herkomst. Hij had hierbij in eerste instantie vrij spel omdat president Woodrow Wilson een hersenbloeding had gehad en werd opgenomen gedurende die tijd. De arbeidssecretaris van Wilson, die tijdens zijn afwezigheid de macht in handen had, stak echter een stokje voor de deportaties. Slechts 249 van de 3000 gearresteerden zijn gedeporteerd. Ook werden onder andere uit de vergadering van de staat New York vijf socialisten weggestemd door de overige leden. Dit is ook weer een voorbeeld van anticommunistische angst in alle niveaus van de samenleving.

Toen de ‘Palmer raids’ voorbij waren in 1920 werden bij een bom in Wall Street 30 mensen gedood. Dit leidde echter niet meer tot een grote angst voor communisten onder de Amerikaanse burgers, omdat ze vonden dat Mitchell Palmer overdreven had met zijn arrestaties tijdens de bombardementen tussen 1917 en 1919. De overheid stemde in met zijn burgers en de First Red Scare was voorbij.

Palmer Raids
1916: Jeannette Rankin eerste vrouw in het Congres1919: Black Sox Scandal
Superaanbieding West-Canada
Vanaf €1705 p.p. (bij 2 personen)