1950: Koreaoorlog

In 1950 brak er een oorlog uit tussen Noord-Korea en Zuid-Korea, waarbij het noorden door de Sovjet-Unie gesteund werd en het zuiden door de Verenigde Staten. Nadat de strijd nu weer in het voordeel van Amerika, dan weer in het voordeel van haar tegenstanders verliep, werd er begonnen met onderhandelingen. In 1953 werd er een officiële wapenstilstand gesloten.

Achtergrond

Aan de oorlog ging een lange voorgeschiedenis vooraf. Korea was in 1910 door Japan, dat een agressieve expansiepolitiek voerde, veroverd, en tijdens de Tweede Wereldoorlog was het in feite Japans grondgebied. De VS en de Sovjet-Unie hadden afgesproken dat het land na de oorlog weer zelfstandig en vrij zou worden, wat in 1945 gebeurde. Om de overgang van Japans bestuur naar zelfbestuur mogelijk te maken werd Korea, niet veel anders dan met Duitsland gebeurde, voor de ene helft (het noorden) onder Russisch gezag gesteld en voor de andere helft (het zuiden) onder Amerikaans gezag. De grens tussen de twee zones lag op de 38e breedtegraad, halverwege het Koreaanse schiereiland.

In tegenstelling tot Duitsland zou Korea na deze scheiding niet meer verenigd worden. Er waren allerlei verschillende Koreaanse fracties, uiteenlopend van communisten tot nationalisten, die ieder hun eigen ideeën hadden over de toekomst van Korea. De Sovjet-Unie in het noorden gaf de voorkeur aan de communisten van Kim Il-Sung, terwijl de Amerikanen in het zuiden de conservatieve politicus Syngnam Rhee steunden. De verslechterende relaties tussen de VS en de Sovjet-Unie leidden ertoe dat er van een unificatie weinig meer terecht kwam. In 1948 werd de scheiding definitief en ging het zuiden verder als de Republiek Korea. Het noorden, vanaf dat moment de Democratische Volksrepubliek Korea, kreeg actieve steun van de Sovjet-Unie in de vorm van wapens en goederen. De Amerikanen hielden het zuidelijke leger slechts lichtbewapend om een escalatie te voorkomen. In de daaropvolgende twee jaar bleven de verhoudingen erg onrustig. Er vonden constant schermutselingen aan de grens plaats en in het zuiden woedde een door het noorden gesteunde opstand die met harde hand werd onderdrukt. Hoewel de bezettingslegers in 1949 vertrokken waren uit Korea, hadden de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie grote groepen adviseurs achtergelaten. ![Kaart Korea's](/dynamic/img/geschiedenis/amerika/1950-koreaoorlog-1.8.6040.png" sizes="(max-width: 768px) 100vw, 40vw" srcset="/dynamic/img/geschiedenis/amerika/1950-koreaoorlog-1.1771.b453.png 300w, /dynamic/img/geschiedenis/amerika/1950-koreaoorlog-1.1772.c712.png 768w, /dynamic/img/geschiedenis/amerika/1950-koreaoorlog-1.1773.d49a.png 450w 'Kaart Korea's')

Verloop van de strijd

Op 25 juni 1950 viel Noord-Korea onverwacht het zuiden binnen, met medeweten van Sovjetleider Stalin en Mao Zedong, de leider van de Chinese communistische partij. De opstand en onderhandelingen hadden Korea niet kunnen verenigen, dus nu moest met gewapende strijd het doel van één communistisch Korea bereikt worden.

De oorlog golfde in het begin op en neer; nu weer in het voordeel van het noorden, dan weer in het voordeel van het zuiden. In eerste instantie overrompelde het goed getrainde en goed bewapende Noord-Koreaanse leger het zwakke, gedemoraliseerde Zuidelijke leger en viel de hoofdstad Seoul in rap tempo. De Amerikanen waren geschokt en zagen in de aanval het bewijs dat het internationale communisme de wereld probeerde over te nemen. Het ging hier volgens president Truman niet om een lokale burgeroorlog, maar om het beschermen van de wereld tegen verspreiding van het communisme. De VS riepen meteen na de inval de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties bij elkaar om de agressie af te keuren. De Sovjets boycotten de vergadering en in hun afwezigheid nam de raad een resolutie aan om het zuiden te helpen.

Amerikaanse en internationale troepen, afkomstig uit meer dan twintig landen, werden onder generaal Douglas MacArthur, een drieste ijzervreter uit de Tweede Wereldoorlog, naar Korea gedirigeerd. Een grote vloot sloot het noorden af voor overzeese hulp. De VN-troepen bleken echter, net als het Zuid-Koreaanse leger, niet opgewassen tegen het noordelijke geweld. Ze werden flink teruggedrongen en rond september hadden ze alleen nog het zuidoostelijke puntje van Zuid-Korea, rondom de havenstad Pusan, in handen.

Na verloop van tijd wisten de coalitietroepen echter samen met de Zuid-Koreanen de Noord-Koreaanse aanval tot staan te brengen en begonnen de legers op te rukken naar het noorden. In september voerden Amerikaanse mariniers een gewaagde amfibische aanval uit nabij Inchon, een stad aan de westkust van het schiereiland, waarmee ze de Noord-Koreanse legers in de rug bedreigden. De Noord-Koreanen trokken zich wanordelijk terug, op de hielen gezeten door troepen van de VN en Zuid-Korea.

De Amerikaanse president Harry Truman besloot toen dat het herstellen van de oorspronkelijke grens tussen Noord- en Zuid-Korea niet voldoende was. De troepen moesten in plaats daarvan meteen van de gelegenheid gebruikmaken om het noorden te veroveren. Rusland had zich niet actief met de oorlog bemoeid en China was nog aan het herstellen van zijn eigen burgeroorlog, dus het leek er even op dat de VS hun gang konden gaan. Binnen twee maanden, in november 1950, hadden de geallieerde troepen meer dan 500 kilometer terreinwinst geboekt en stonden ze bijna bovenaan Korea, nabij de Chinees-Koreaanse grens.

Douglas McCarthur

Escalatie

Truman had zich echter vergist in de Chinese reactie. De Chinezen voelden zich zwaar bedreigd door de westerse troepen die tot op een steenworp afstand opgerukt waren, en besloten op aandringen van Stalin actie te ondernemen. Ze verzamelden een enorme troepenmacht die als ‘vrijwilligersleger’ bestempeld werd en begonnen eind november een grote aanval die de Amerikanen totaal verraste. De VN-troepen werden op hun beurt teruggedrongen en stonden in januari 1951 weer ver ten zuiden van de 38e breedtegraad, de oorspronkelijke grens. Het was onzeker wat er nu moest gebeuren: veel Europese bondgenoten vreesden dat de oorlog verder uit de hand zou lopen en op een nieuwe wereldoorlog zou uitlopen. Het was nu al een internationale strijd: Zuid-Koreanen, Amerikanen en andere VN-landen vochten tegen Noord-Koreanen en Chinezen, die bovendien Russische vliegtuigen en wapens gebruikten.

Generaal Douglas MacArthur wist de gecombineerde Chinees-Noord-Koreaanse legers terug te dringen en stak de 38e breedtegraad voor de derde keer over, weer richting noorden. In tegenstelling tot degenen die meenden dat men moest waken voor verdere escalatie, wou MacArthur juist nog harder optreden door Chinese steden te beschieten en zelfs kernwapens tegen China in te zetten. Truman weigerde dit echter en toen MacArthur de president in het openbaar afviel werd de generaal ontslagen als opperbevelhebber. De frontlinies zouden vanaf de zomer van 1951 nauwelijks meer veranderen, maar het zou nog tweeënhalf jaar duren voordat de strijd ten einde kwam.

Onderhandelingen

Terwijl er nog kleinschalige gevechten plaatsvonden, begonnen de betrokken landen in juli 1951 met onderhandelingen over een staakt-het-vuren. De grens tussen noord en zuid lag rond de 38ste breedtegraad en de situatie was dus vrijwel hetzelfde als vóór de oorlog. China en de VS, beide moegestreden, waren dan ook graag bereid de status quo te handhaven en Korea blijvend te verdelen. De Amerikanen, inmiddels onder leiding van president Eisenhower, konden claimen dat ze de communistische opmars gestopt hadden en de Chinezen konden zeggen dat ze hun communistische bondgenoot hadden beschermd.

Er werd een nieuwe grens aangeduid, met daaromheen een strook waar geen van beide partijen mocht komen, de Gedemilitariseerde Zone. Het grootste obstakel waren de krijgsgevangenen die gemaakt waren door de Amerikanen en de Zuid-Koreanen: een grote groep Chinese en Noord-Koreaanse gevangenen wou niet teruggaan naar hun communistische thuisland. De Amerikanen vonden dit geen probleem - er waren ook enkele Amerikaanse gevangenen die in China wilden blijven -, maar de Chinese overheid was het hier niet mee eens en eiste dat elke krijgsgevangene gerepatrieerd werd. Er werd een internationale commissie ingesteld die de verzoeken van de gevangenen zou bekijken; meer dan 20.000 Chinezen en Noord-Koreanen kozen er uiteindelijk voor om niet terug te keren.

Op 27 juli 1953 sloten Noord-Korea, China en de VN een definitieve wapenstilstand. Tot op de dag van vandaag is er nooit echt vrede gesloten tussen Noord- en Zuid-Korea en verkeren de landen in feite nog steeds in staat van oorlog. Zuid-Korea is een moderne economische grootmacht geworden, terwijl Noord-Korea een in zichzelf gekeerde, volledig gemilitariseerde dictatuur is gebleven die nog altijd als een bedreiging voor de veiligheid wordt gezien. De politieke spanningen tussen de landen duren voort en zorgen regelmatig voor diplomatieke crises.

Onderhandelingen Korea Oorlog

Gevolgen

De Koreaoorlog wordt wel de ‘vergeten oorlog’ genoemd, omdat hij ondergesneeuwd is geraakt tussen de Tweede Wereldoorlog en de soortgelijke maar veel bekendere Vietnamoorlog (1955-1975). Toch is dit niet terecht; de oorlog was een van de ‘hete’ momenten tijdens de Koude Oorlog. In totaal verloren bijna 40.000 Amerikaanse soldaten het leven en kostte de oorlog meer dan 100.000 gewonden. In Washington DC bevindt zich op de Mall een herdenkingsmonument voor deze gevallenen. De Chinezen hadden 400.000 doden en bijna een half miljoen gewonden te betreuren en ook de beide Korea’s leden zware verliezen, vooral in de vorm van de 2,5 miljoen burgerslachtoffers.

Voor Amerika was de oorlog bepalend voor haar Aziatische buitenlands beleid. China had zich gevestigd als een grootmacht die niet bang was om tegen Amerika in te gaan en dus probeerden de VS hun invloed in Azië te vergroten. Ze namen een feller anticommunistisch standpunt in en haalden hun banden aan met bevriende landen als Thailand en Vietnam, waar ze in een nog veel kostbaardere oorlog terecht zouden komen.

Arlington Cemetery
1949: Oprichting en geschiedenis NAVO1955: Begin African-American Civil Rights Movement
Superaanbieding West-Canada
Vanaf €1705 p.p. (bij 2 personen)