1949: Oprichting en geschiedenis NAVO

De NAVO (Noord-Atlantische Verdragsorganisatie) is een groot militair bondgenootschap, oorspronkelijk in de context van de Koude Oorlog gesloten om West-Europa en de Verenigde Staten tegenover de Sovjetunie te verenigen. De betrokken landen stemden hun buitenlands beleid op elkaar af en spraken af om elkaar met diplomatieke en militaire hulp bij te staan wanneer dat nodig was. Na de Koude Oorlog bleef de NAVO bestaan en richtte het zich wereldwijd op het bestrijden van conflicten, zoals in Kosovo of Libië.

Achtergrond

Het ontstaan van de NAVO (NATO in het Engels) hing nauw samen met het begin van de Koude Oorlog vlak na de Tweede Wereldoorlog, tussen het democratische West-Europa en Amerika en de communistische Sovjetunie. Het bondgenootschap dat Amerika en Rusland in hun strijd tegen Duitsland en Japan bij elkaar hield was uiteengevallen, en wantrouwen en vijandigheid waren ervoor in de plaats gekomen. De Sovjetunie had de landen van Oost-Europa ingelijfd en Duitsland was in tweeën gedeeld. Op hetzelfde moment was West-Europa bankroet en lag het in puin: in Amerikaanse ogen een doelwit voor de verdere verspreiding van het communisme, zowel van buitenaf door de Russen als van binnenuit door communistische partijen.

Kort gezegd gingen de VS de dreiging van binnenuit tegen met de Marshallhulp, een grootschalig programma van economische hulp aan Europa dat de door de oorlog getroffen landen er weer bovenop moest helpen, zodat de communistische partijen niet meer zo aantrekkelijk zouden zijn. En met een militair bondgenootschap moest West-Europa vervolgens tegen de communistische dreiging van buitenaf beschermd worden.

Embleem NAVO

Oprichting

Vóór de oprichting van de NAVO was er in maart 1948 bij het Verdrag van Brussel al de zogeheten Westelijke Unie of WU (later West-Europese Unie) opgezet tussen Frankrijk, de Benelux en Groot-Brittannië. De WU was een organisatie waarin de leden bepaalden dat ze hun veiligheid gezamenlijk zouden waarborgen en dat ze ook op economisch en cultureel gebied samen zouden werken. De WU was echter maar een betrekkelijk kleine organisatie en stelde, zonder dat de VS erbij betrokken waren, tegenover de machtige Sovjetunie niet veel voor. In 1948 namen de Russen Tsjecho-Slowakije over, dat tot dan toe de dans leek te ontspringen en als laatste Oost-Europese land nog vrij was, en datzelfde jaar begonnen de Russen hun blokkade van West-Berlijn. Het besef dat West-Europa bedreigd werd was sterker dan ooit, en dit had zijn weerslag op het beleid van Amerika en de West-Europese staten.

In mei 1948 nam het Amerikaanse Congres een resolutie aan om een Amerikaans-Europees bondgenootschap te vormen en vanaf dat moment zou de regering van president Truman met Europese regeringen onderhandelen over de nieuw te vormen alliantie. De gesprekken begonnen tussen de VS, Groot-Brittannië en Canada; al snel kwamen daar de overige landen van de WU en Noorwegen bij. De onderhandelingen namen, ondanks de overeenstemming dat er wel een bondgenootschap moest komen, enkele maanden tijd in beslag. De WU-landen wilden in eerste instantie geen andere Europese landen erbij, per land afzonderlijke militaire hulp ontvangen en een garantie van de VS dat zij hen hoe dan ook te hulp zouden komen bij een aanval. De VS wilden het nieuwe bondgenootschap uitbreiden met andere landen en eisten dat de Europese landen samen zouden werken. Daarnaast was het idee dat een aanval op één lidstaat een oorlog op alle lidstaten was, in juridisch opzicht lastig te bereiken omdat alleen het Congres de oorlog kon verklaren.

Op 4 april 1949 was het nieuwe bondgenootschap eindelijk een feit en werd in Washington DC de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie opgericht. Naast militaire samenwerking werden de landen ook aangespoord om de democratie te bewaken en zo veel mogelijk op andere terreinen te overleggen. De Engelse Lord Ismay, voormalig stafchef van Winston Churchill, werd de eerste Secretaris-generaal, een positie die tot op de dag van vandaag exclusief door Europeanen wordt bekleed.

Lidstaten

Twaalf landen waren vanaf het begin lid: de VS en Canada aan de ene kant van de Atlantische Oceaan, en Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië, de Benelux, Noorwegen, Denemarken, IJsland en Portugal aan de andere kant. Gedurende de jaren werd de NAVO steeds verder uitgebreid: in 1952 kwamen Griekenland en Turkije erbij, in 1955 West-Duitsland en in 1982 Spanje. Nederland heeft drie keer een Secretaris-generaal geleverd: Dirk Stikker in de jaren ’60, Joseph Luns in de jaren ’70-’80, en Jaap de Hoop Scheffer van 2004 tot 2009.

De toetreding van West-Duitsland (dat op dat moment nog door geallieerde troepen bezet werd) was gecompliceerd; veel andere landen waren na de Tweede Wereldoorlog huiverig voor een herbewapend Duitsland. Als grootste en economisch belangrijkste land van Europa was het echter essentieel dat het lid zou worden: zonder Duitsland stelde het Europese deel van de NAVO weinig voor. Het land zelf streefde er onder bondskanselier Konrad Adenauer naar om weer geaccepteerd te worden in Europa, en nadat de bezettingslegers het land verlaten hadden in 1954, trad Duitsland in ’55 toe tot de NAVO.

Frankrijks relatie met het bondgenootschap verliep ook niet altijd even soepel. Onder president Charles de Gaulle verlieten de Fransen in 1966 de NAVO omdat ze de Amerikaanse invloed te groot vonden; pas in 2009 voegden ze zich weer bij het bondgenootschap. Het hoofdkwartier moest verhuizen naar België en alle buitenlandse troepen moesten Frankrijk verlaten. Toch verklaarde Frankrijk zich nog steeds solidair met haar bondgenoten en bleef het Franse leger geïntegreerd in de militaire structuur van de NAVO.

Na afloop van de Koude Oorlog, vanaf de jaren ’90, voegde een grote groep voormalig communistische landen zich bij de NAVO: in 1999 Hongarije, Polen en Tsjechië, in 2004 Bulgarije, de Baltische staten, Slowakije, Slovenië en Roemenië. De meest recente toetredingen zijn Albanië en Kroatië, in 2009. Rusland heeft heftig geprotesteerd tegen de toetredingen van Oostbloklanden, en zegt zich bedreigd te voelen door buurlanden die lid zijn van een bondgenootschap dat opgericht is om het communistische Rusland te bestrijden.

Leden NAVO

NAVO tijdens de Koude Oorlog

Het belangrijkste punt in het verdrag was artikel vijf, dat stelde ‘een gewapende aanval op één of meerdere van hen in Europa of Noord-Amerika als een aanval tegen hen allen beschouwd zal worden’. Het is echter kenmerkend voor de Koude Oorlog dat dit mechanisme tijdens de oorlog nooit in werking is gesteld: nooit werd er een NAVO-land aangevallen door de Sovjetunie of een ander land.

De Korea-oorlog in 1950 en de Vietnamoorlog in de jaren waren ’60 geen NAVO-inspanningen, maar oorlogen van de VS, en in het geval van Korea de VN. En ook bij de bouw van de Berlijnse Muur in 1961 of de Cubacrisis van het jaar daarop was de NAVO geen partij, net zo min als toen Frankrijk en Engeland op eigen houtje Egypte aanvielen in 1956. Het kostte tijd om tot een diepere en meer oprechte integratie te komen op politiek en militair gebied.

Wel had het bondgenootschap een preventieve werking. Het was uitgesloten dat de Sovjetunie één land apart aan zou vallen, omdat dit meteen tot een wereldoorlog zou leiden. Zo zorgde de NAVO ervoor dat het machtsevenwicht tussen oost en west in de Koude Oorlog behouden bleef, zeker toen de Oostbloklanden in 1995 het Warschaupact, hun eigen bondgenootschap, oprichtten. Omdat het Warschaupact veel grotere legers had, besloten de Amerikanen dat ze bij elke aanval zouden overgaan op massive retaliation (‘massale vergelding’): een grootschalige aanval met kernwapens. Dit zou elke provocatie van de Russen, hoe klein dan ook, afschrikken. Hoewel ze later een minder escalerende strategie navolgden, bleef een nucleaire patstelling toch het belangrijkste onderdeel van de Koude Oorlog.

NAVO sinds de Koude Oorlog

Met de val van het communisme vanaf 1989 verdween de dreiging van de Sovjetunie, en werden de voormalige lidstaten van het Warschaupact in Oost-Europa beetje bij beetje democratisch. Hiermee verdween in feite ook de bestaansreden voor de NAVO: Europa beschermen tegen Rusland. Het bondgenootschap werd echter niet opgeheven: in plaats daarvan werd het omgevormd tot een moderne organisatie voor veiligheid en samenwerking. De twee doelstellingen waren nu het aanhalen van de banden met de voormalige tegenstanders in Oost-Europa, en om conflicten in Europa (waarmee vooral de voormalige communistische landen bedoeld werden, waar agressief nationalisme soms de overhand kreeg) op te lossen. Waar de NAVO tot dan toe een inactieve organisatie was waarvan het bestaan en de aanwezigheid op zich al een doel waren, moest er nu een veel actiever beleid worden nagevolgd.

Ingrepen om de veiligheid in Europa te waarborgen lieten niet lang op zich wachten. Nationalistische conflicten braken in de jaren ’90 uit in de Balkan en in 1995 kwam de NAVO voor het eerst in haar geschiedenis in actie. In het voormalige Joegoslavië woedde een burgeroorlog tussen diverse etnische groepen. Met een mandaat van de VN voerde de NAVO bombardementen uit en stuurde ze een vredesmacht van 60.000 man. Enkele jaren later (1998) gebeurde er ongeveer hetzelfde in Kosovo, waar met luchtaanvallen en een vredesmacht een einde werd gemaakt aan de vijandelijkheden. Tot dat moment was het centrale artikel 5 nog nooit ingezet. De terroristische aanslagen op Amerika op 11 september 2001 waren echter de aanleiding om dat voor het eerst wel te doen: alle NAVO-leden verklaarden dat ze gezamenlijk tot zelfverdediging over zouden gaan. De inval in Afghanistan een maand later was echter een aparte Amerikaans-Britse aangelegenheid, net zoals de inval in Irak in 2003. Wel leidde de NAVO in Afghanistan de bezettende troepenmacht.

Warschaupact

NAVO in de 21e eeuw

In het nieuwe millennium verbreedde de NAVO zijn werkterrein, zowel in de breedte als in de diepte. Met de oude vijand Rusland is de NAVO in 2002 een aparte raad begonnen, en in 2004 werd het Samenwerkingsverband van Istanboel begonnen om samenwerking met het Midden-Oosten te stimuleren.

In de diepte is ‘veiligheid’ voor het bondgenootschap meer gaan betekenen dan alleen het oplossen van oorlog tussen landen. Het bestrijden van terrorisme, extremisme en onderdrukking van onschuldige personen zijn nu ook taken van de NAVO geworden. Veel NAVO-missies gaan om ‘peacekeeping’, het bewaren van de vrede. Men wil nu niet alleen de acute crisis zelf oplossen, maar ook de effecten ervan beperken en als het even kan de aanloop ernaar al vermijden.

Deze hedendaagse crises zijn echter meestal te complex en te diepgaand om door de NAVO alleen opgelost te worden: als het erop aankomt heeft het bondgenootschap een zuiver militaire functie. Zaken als wederopbouw en stabiliteit op de lange termijn kunnen beter aan andere organisaties (zoals de VN) overgelaten kunnen worden, of in ieder geval samen met hen gedaan worden. Naast militaire macht zijn nu ook diplomatie en samenwerking met andere organisaties belangrijk.

De strijd in Libië in 2011 is een voorbeeld van de nieuwe koers. Dictator Ghadaffi voerde een bloedige strijd tegen gewapende rebellen, die voortgekomen waren uit prodemocratische demonstraties van Libische burgers. Toen de VN overeen waren gekomen om een vliegverbod in te stellen, stelde de NAVO in het land een vliegverbod in waardoor Ghadaffi uiteindelijk verslagen werd. Dit maakt duidelijk dat de NAVO een lange weg heeft afgelegd: van een militair bondgenootschap van Westerse landen tegen de Sovjetunie, naar een organisatie die buiten Europa ingrijpt wanneer de internationale gemeenschap dat nodig acht.

Ghadaffi
1947: Geschiedenis en ontwikkeling van de CIA1950: Korea Oorlog

Superaanbieding West-Canada
Vanaf €1705 p.p. (bij 2 personen)