1977: New York City Blackout

De zomer van 1977 geldt als een veelbewogen periode voor New York City. De politie en de FBI zijn op zoek naar de beruchte seriemoordenaar ‘Son of Sam’ en de stad zit in een diep financieel dal. Op 13 juli wordt heel New York in een plotselinge duisternis gehuld. Blikseminslag heeft het elektriciteitsnetwerk in de stad platgelegd en in de uren die volgen ontstaat er een grote chaos.

Oorzaak van de ‘New York City Blackout’

De maand juli van 1977 is erg warm en vochtig. Dit zorgt met regelmaat voor heftige onweersbuien, zoals de bui die in de namiddag van 13 juli ontstaat. De bliksem slaat om half negen ’s avonds in in een onderstation van het stroomcircuit dat New York voorziet van elektriciteit. Twee stroomonderbrekers in Westchester County worden door de inslag onklaar gemaakt en zorgen voor een kettingreactie met grote gevolgen. De veiligheidsmaatregelen die in het stroomcircuit zijn ingebouwd, werken niet goed doordat de bliksem meerdere malen en op verscheidene plaatsen inslaat.

Er ontstaan door de diverse inslagen ook problemen in het Con Edison-onderstation, waar een kwartier na de eerste inslag een automatische herstart van het circuit plaatsvindt. Er is echter geen operateur aanwezig bij het onderstation en de poging tot een herstart mislukt. Hierna volgt een reeks van verkeerde beslissingen van operateurs van nabijgelegen onderstations en door slecht onderhoud van apparatuur valt station na station uit. Even voor half tien in de avond begeeft ook de grootste generator van New York, Ravenwood 3, het en daarmee wordt de hele stad in duisternis gehuld. Men start meteen een herstellingsprocedure, maar het zou nog 25 uur duren voordat de grootste delen van de stad weer van stroom voorzien zouden zijn. Queens is het eerste deel van New York dat weer op het stroomcircuit wordt aangesloten, gevolgd door Manhattan. In de nacht van 13 juli heeft de helft van de stad weer stroom, maar het duurt nog tot de avond van 14 juli tot iedereen weer elektriciteit heeft.

New York City Blackout

Gevolgen van de New Yorkse stroomuitval

De stroomuitval had niet op een slechter moment kunnen komen. Naast grote onrust door de klopjacht op seriemoordenaar ‘Son of Sam’ zit New York midden in een grote financiële crisis die tot een bankroet van de stad dreigt te leiden. Door de uitval van de elektriciteit zitten grote delen van New York zonder werkende koelkasten, televisies, airco’s en in sommige gevallen ook water. Treinen en metro’s staan stil, er is geen vliegverkeer van en naar de stad en duizenden mensen zitten op verschillende plaatsen in de stad vast, afwachtend tot de lichten weer aangaan. De straten zijn donker, met enkel de koplampen van auto’s als lichtpuntjes.

Veel mensen gaan de straat op voor de gezelligheid en tegen de spanning. Twaalf jaar eerder, in 1965, werd ook bijna de hele stad in duister gehuld. Ook toen stonden mensen in het donker op straat om hun vertrouwde stad op geheel andere wijze te ervaren. De sfeer was toen vreedzaam, mensen zongen samen liedjes in de duisternis en er werd veel gelachen. Inwoners die deze stroomuitval mee hadden gemaakt, verlieten nu hun huizen in de verwachting dat ze de duisternis weer gezamenlijk en op vrolijke wijze uit zouden zitten. Tijdens de stroomuitval van 1977 toont de stad zich echter van een heel andere kant. Van de mensen die hun huizen verlaten, hebben maar enkelen vreedzame plannen. Een merendeel grijpt de verhullende duisternis aan om ongestoord winkels en huizen te kunnen plunderen en brand te stichten.

In totaal worden er tijdens de 25 uur durende stroomuitval meer dan 1.000 branden gerapporteerd, 1.600 winkels geplunderd en vernield en 3.700 mensen gearresteerd. De gevangenissen zijn overvol, kelders dienen als noodcellen. Het zijn vooral de armere buurten Crown Heights en Bushwick die slachtoffer worden van branden, rellen en plunderingen. Ook Broadway is een grote chaos. Hier worden meer dan honderd winkels geplunderd, waarvan de helft ook nog in brand gestoken. De plunderaars in de verschillende buurten van de stad proberen elkaar vervolgens te bestelen. De sfeer is agressief en naargeestig. In totaal worden er 31 buurten verwoest en geplunderd en kost de stroomuitval New York circa 300 miljoen dollar.

Gevolgen New York City Blackout

Aanleiding van de plunderingen

De reden voor het grote verschil tussen de vreedzame stroomuitval van 1965 en de vernielingen en plunderingen van 1977 is moeilijk te geven. Sommigen geven de financiële crisis van dat moment de schuld, andere stellen dat de hittegolf van de zomer bij heeft gedragen aan het destructieve gedrag van een deel van de bevolking van New York. Ook wordt er vaak op gewezen dat de stroomuitval van 1965 overdag begon, toen de winkeleigenaren nog in hun winkels aanwezig waren, terwijl de stroomuitval van 1977 in de avonduren begon. Dit verklaart echter niet waarom veel van de plunderaars gedurende de dag van 14 juli doorgingen met hun vernietigingen en stelen, terwijl toen zowel eigenaren als politie ter plekke waren.

Hiphop

Een apart gevolg van de stroomuitval is de verspreiding van het muziekgenre hiphop. In 1977 is dit genre vooral bekend in The Bronx, maar in het jaar na de stroomuitval vindt er ineens een significante groei in bekendheid plaats. Dit is waarschijnlijk te danken aan de plunderingen waarbij elektronicazaken het slachtoffer waren. Opvallend veel dj-uitrusting en apparatuur werd buitgemaakt, welke later hebben meegeholpen met de verspreiding van de hiphop muziek.

Blackout HipHop

Huidig stroomsysteem

Het rampzalige resultaat van de stroomuitval is aanleiding geweest tot een grootschalig onderzoek vanuit de stad en betrokken instellingen. Hierbij is bekeken welke fouten er zijn gemaakt door operateurs en in het onderhouden van de stroomcircuits. Naar aanleiding van de uitkomsten zijn er veel veranderingen aangebracht in het stroomsysteem in en om New York, om de stad te beschermen tegen een situatie als die in 1977. Ondanks deze veiligheidsmaatregelen heeft er in 2003 opnieuw een stroomuitval plaatsgevonden, dit keer veroorzaakt door een systeemfout in Ohio.

1974: Super Outbreak1978: American Indian Religious Freedom Act