1898: Spaans-Amerikaanse oorlog

In 1898 vocht Spanje een oorlog tegen de onlangs van Groot-Brittannië onafhankelijke geworden Verenigde Staten van Amerika. Hierbij verloor Spanje een groot deel van haar laatste koloniën, waardoor het land alleen nog koloniale bezittingen in Afrika overhield. Voor de Verenigde Staten van Amerika begon het tijdperk van kolonisatie pas.

Achtergrond

Spanje had door het agressieve imperialisme van het Spaanse koningshuis gedurende lange tijd vele koloniën in heel Amerika. Deze koloniën leverden een zeer grote bijdrage aan de welvaart van Spanje. De Verenigde staten van Amerika werden in 1812 onafhankelijk van Groot-Brittannië. Ze besloten hierbij ook een Spaanse kolonie, namelijk Florida te veroveren. Hier slaagden de Noord-Amerikanen in, met als gevolg dat de Spanjaarden weinig land meer in bezit hadden in Noord-Amerika. Alleen plaatsen zoals San Francisco waren nog in Spaans bezit. Verder hadden de Spanjaarden nog vele kolonies in Zuid en Centraal-Amerika. De periode na de onafhankelijkheid van Noord-Amerika was er één van opstanden in vele koloniale gebieden. In de Spaanse koloniale gebieden hadden voornamelijk de Britten en de Creolen belang bij het onafhankelijk worden van hun landen van overheerser Spanje. De Britten hadden tijdens de Napoleontische oorlogen in Europa zeer geprofiteerd van de soepelere regels omtrent handel in Zuid-Amerika. De export van de Britten naar deze landen was in die tijd meer dan twintig keer verdubbeld. Ze hadden er dan ook belang bij dat de Zuid-Amerikaanse landen niet nogmaals door de Spanjaarden overheerst zouden worden. De belangrijkste groep echter die in opstand kwam tegen de Spaanse overheersers waren de Creolen. Dit waren de blanke bevolking van Spaanse afkomst die geboren waren in Zuid-Amerika. Zij ondervonden voor hun ambities veel hinder van de Spaanse overheersers omdat deze vanuit Spanje naar Zuid-Amerika werden gestuurd om de kolonies te besturen. Hiermee kaapten ze de beste banen voor hun neus weg. De Creolen hadden als gevolg weinig invloed in het Zuid-Amerikaanse koloniale rijk. Het probleem was echter dat de meeste mensen in het Spaanse Zuid-Amerika inheemsen of mensen waren die half Spaans en half inheems waren. Zij leefden vaak ver van de hoofdsteden en in erbarmelijke economische situaties. Er was dus geen wijdverspreide steun voor een opstand in Spaans Zuid-Amerika. Ook was het lastig voor de landen om een eenheid te vormen in de opstanden vanwege natuurlijke barrières.

1898: Spaans-Amerikaanse oorlog

De opstanden

Toch kwamen die opstanden er wel. In 1808 maakte Napoleon Bonaparte zijn neef Joseph Bonaparte koning van Spanje. De revolutionairen in Zuid en Centraal-Amerika bleven loyaal aan Ferdinand VII de voormalige koning van Spanje. Toen hij echter weer aan de macht kwam in 1814 ging hij nauwelijks op de eisen van de opstandelingen in. Op het zelfde moment dat de Fransen de revolutie in Spanje zelf de kop in drukten kwamen de Zuid-Amerikaanse landen die Spanje in bezit had ook in opstand. Een aantal leiders stapte in Zuid-Amerikaanse landen naar voren. Zij hadden meestal in Europa gestudeerd en wisten hoe ze een opstand moesten organiseren. Simon Bolivar slaagde er in om Venezuela en Colombia te bevrijden van het juk van de Spanjaarden en samen met San Martin bevrijdde hij Peru, terwijl San Martin zelf als bevrijder van Argentinië en Chili werd gezien. Alleen in Mexico kwamen de inheemsen en mensen van gemengde afkomst in opstand. Deze opstand werd echter snel neergeslagen door de midden en hoogste klasse. Bij het congres van Verona in 1822 pleitte Tsaar Alexander van Rusland om een interventie tussen Spanje en haar koloniën. Hij wilde de opstanden de kop in drukken. De Engelsen waren hier vanzelfsprekend tegen, omdat zij dan een belangrijk deel van hun handel zouden verliezen. De Amerikaanse president Monroe maakte gedurende deze tijd een statement waarin hij stelde dat revoluties in Amerika als zij resulteerden in regimes die de Verenigde Staten van Amerika goed keurden buiten de bemoeienis van de Europeanen moesten worden gehouden. Door middel van de Britse houding tegenover de Spaanse koloniën kon Noord-Amerika deze doctrine vrij gemakkelijk bewerkstelligen.

1898: Spaans-Amerikaanse oorlog

De oorlog

In 1895 haalde president Cleveland van de Verenigde Staten van Amerika de Monroe doctrine nogmaals aan. Hij probeerde de Britten te verbieden om zich te mengen in een grens dispuut met de Britse kolonie Brits-Guiana en het nu onafhankelijke Venezuela. Door internationale arbitrage waren de Britten genoodzaakt dit te accepteren. Toen Colombia in 1903 te maken kreeg met een revolutie waarbij Panama een onafhankelijk land werd, besloten de Verenigde Staten de opstandelingen zonder internationaal overleg direct te steunen. Ze begonnen meteen met de bouw van een gefortificeerde kanaalzone om het Panama kanaal te bouwen. Zo werd Panama een protectoraat van de Verenigde Staten van Amerika. Van het oude Spaanse rijk was niet erg veel over. Alleen Puerto Rico, Cuba en de Filippijnen waren de nog grote landen in Spaanse handen, maar ook deze landen begonnen te vechten voor hun onafhankelijkheid. Aangezien dit de laatste Spaanse kolonies waren wilde Spanje ze niet zomaar kwijt. De Amerikanen hadden echter veel geld geïnvesteerd in Cuba en bovendien was de suiker die geproduceerd werd op het eiland van belang om de Amerikaanse levensstandaard te onderhouden. Het eiland lag ook strategisch ten opzichte van het in aanbouw zijnde Panama kanaal en ook strategisch in de Cariben. De Spaanse autoriteiten probeerden vanzelfsprekend de opstanden op de eilanden neer te slaan. Dit vonden de Amerikanen ongehoord. In kranten zoals de ‘yellow press’ werd er een zeer negatief beeld van de Spanjaarden gecreëerd.

In de haven van Havana lag het Amerikaanse oorlogsschip genaamd de Maine. Dit zonk in 1898 onder zeer verdachte omstandigheden. Vanzelfsprekend werden de Spanjaarden verdacht van het zinken van het schip. Na deze gebeurtenis droegen de Amerikanen de Spanjaarden op Cuba onmiddellijk aan hen over te geven. Dit weigerden de Spanjaarden. Madrid verklaarde vervolgens Washington de oorlog en vice versa. In 1898 was de Spaans-Amerikaanse oorlog een feit. Puerto Rico werd vrijwel meteen door de Amerikanen geannexeerd. San Juan, de hoofdstad van het eiland werd gebombardeerd en de haven van de stad werd geblokkeerd door het Amerikaanse oorlogsschip de Uss Yosemite. Maar vooral in Cuba en de Filippijnen behaalden de Amerikanen grote successen. Roosevelt, de Amerikaanse president in 1898 haalde wederom de Monroe doctrine aan om Cuba te bevrijden van het juk van de Spanjaarden. De haven van Santioga de Cuba werd het voornaamste doelwit van de Amerikaanse campagne om Cuba te bevrijden van de Spanjaarden. De Amerikanen vielen de Spanjaarden vanuit het nabijgelegen Guantanamo bay aan. Op 3 juli werden de Spanjaarden op Cuba verslagen. Veel van hun schepen werden tot zinken gebracht. De Amerikanen maakten van Cuba vervolgens een zogenaamde onafhankelijke republiek. Aan deze afspraak zaten natuurlijk vele haken en ogen, want de Cubanen moesten het ‘Plat Amendement’ van de Amerikanen respecteren. Dit hield in dat de Amerikanen het recht hadden om de overzeese relaties van Cuba te overzien en bovendien mochten ze tussenbeide komen met betrekking tot het leven, bezit en individuele vrijheid van de Cubanen en bovendien met betrekking tot Cubaanse onafhankelijkheid. Cuba was dus niet meer dan een protectoraat van de Verenigde Staten van Amerika.

1898: Spaans-Amerikaanse oorlog

Azië

Ook in Azië bevochten de Amerikanen de Spanjaarden. In de Filippijnen, wat ook een Spaanse kolonie was, steunden de Amerikanen de opstandelingen direct om zich los te maken van de Spaanse overheersers. De opstandelingen wilden de eerste Aziatische democratie met een republikeinse grondwet worden. Op 13 augustus 1989 werd Manilla met Amerikaanse hulp geanexeerd van de Spanjaarden. De Spanjaarden droegen de Filippijnse eilanden na deze overwinning echter direct over aan de Amerikanen. Van onafhankelijkheid was geen sprake. Dit tot woede van de Fililipino’s die nu tegen de Amerikanen in opstand kwamen. Deze oorlog zou voor de Amerikanen moeilijker te winnen zijn. Ook het eiland Guam werd zeer gemakkelijk geannexeerd, er waren niet veel Spaanse troepen aanwezig en er was dus nauwelijks verzet. Voor de Amerikanen was de Spaans-Amerikaanse oorlog dus een groot succes, ze annexeerden in mum van tijd Puerto Rico, Cuba en de Filippijnen van Spanje.

Het verlies van Spanje

Spanje had tijdens zijn koloniale dagen een groot rijk weten te vergaren wat zich van Noord tot Zuid-Amerika en zelfs tot in Azië uitstrekte. Door de Noord-Amerikaanse onafhankelijkheid verloor het een aantal gebieden waaronder Florida. Door opstanden in Zuid-Amerika die hierop volgden verloor Spanje het grootste deel van de rest van haar koloniën, tot alleen Cuba, Puerto Rico en de Filippijnen nog over waren. Tijdens de kort durende Spaans-Amerikaanse oorlog werden deze landen echter ook door de Amerikanen geannexeerd. De tijd van een groot Spaans koloniaal rijk was nu voorbij. Voor Amerika leek het tijdperk van kolonisatie echter pas te beginnen.

1898: Spaans-Amerikaanse oorlog
1882: Chinese Exclusion Act1900: Geschiedenis van de Amerikaanse vrouwenemancipatie

Boek nu je camper voor 2018!
Bekijk de vroegboekacties