1882: Chinese Exclusion Act

Al vanaf het eind van de achttiende eeuw is er sprake van een toestroom van Chinezen richting de Verenigde Staten, die vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw een piek beleeft tijdens de goudkoorts die dan in Californië heerst. In totaal komen ongeveer 300.000 Chinezen een baan zoeken, totdat het Congres in 1882 een wet aanneemt, die de immigratie stopzet.

Chinese immigranten in de 19e eeuw

De negentiende eeuw betekent voor veel Chinezen een tijd van overbevolking en slechte leefomstandigheden. Waar China in de eeuwen ervoor een bloeiende textielindustrie kende, is deze door een tekort aan landbouwgrond en een gegroeide goederenimport nu deels in verval geraakt. Voormalige textielarbeiders zijn dan ook hard op zoek naar andere werkmogelijkheden. Rond dezelfde tijd, in 1848, wordt er in Sutter’s Mill in Californië goud ontdekt. Binnen korte tijd ontstaat er een fikse goudkoorts die zich al snel uitspreid over heel Californië. In de goudmijnen ontstaat er een grote behoefte aan arbeidskrachten en het loon dat wordt uitbetaald voor het mijnwerk is relatief hoog. Naast Amerikaanse arbeiders die vanuit alle staten naar Californië trekken, vinden ook Chinezen hun weg naar de staat die zij de ‘Mountain of Gold’ noemen. Op dat moment is de slavernij in de Verenigde Staten al afgeschaft en de goedkope Chinese arbeiders zijn dan ook meer dan welkom.

De Chinese immigranten maken de oversteek met Amerikaanse schepen. De meesten komen op eigen initiatief en kopen hun kaartje op krediet, enkelen worden via een tussenpersoon aan Amerikaanse werkgevers verhandeld. Na aankomst vinden vrijwel alle immigranten werk in de mijnbouw. De eerste twintig jaar na de uitbraak van de goudkoorts in Californië bevinden de Chinese immigranten zich dan ook voornamelijk in deze staat. De meeste Chinezen die werk komen zoeken in de Verenigde Staten doen dit met het idee dat het om een tijdelijke verhuizing gaat. Deze kortstondige immigranten worden ook wel sojourners genoemd, wat letterlijk zoiets betekend als ‘tijdelijke verblijvers’. Wanneer men het over de Chinese immigranten heeft, wordt echter meestal de term ‘Kantonezen’ gebruikt, omdat veel van hen uit de provincie Kwantung en de stad Kanton afkomstig zijn en met een Kantonees dialect spreken. Ongeveer twintig jaar na het ontstaan van de Californische goudkoorts is maar liefst 8% van de bevolking hier Chinees. De verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke Chinese immigranten is allerminst gelijk, met rond de 70.000 mannen tegen maar 4000 vrouwen. Deze kromme balans geldt op dat moment overigens voor heel Californië, doordat de goudkoorts voornamelijk mannelijke gelukszoekers heeft aangetrokken.

Vanaf 1870 beginnen de Chinese arbeiders zich ook te verspreiden over andere staten in West-Amerika. Hier vinden ze werk in de tuinbouw en ook de aanleg van de eerste transcontinentale spoorlijn (1869) biedt veel mogelijkheden voor werk. Chinese arbeiders spelen een grote rol in dit laatste project. Door omstandigheden in de Amerikaanse arbeidsmarkt en schaarse middelen is de Central Pacific Railroad genoodzaakt Chinese immigranten in te huren. Al snel blijken deze arbeiders zeer harde werkers en al snel werken meer dan 13.000 Chinezen aan de spoorlijn. Om aan de vraag naar Chinese arbeidskrachten te kunnen blijven voldoen, worden er zelfs mensen in China gerekruteerd.

Chinezen

Anti-Chinese gevoelens

De eerste golven immigranten uit China zijn meer dan welkom in Californië en andere Amerikaanse staten. Chinezen staan bekend als harde en toch goedkope werkers en Californië stimuleert dan ook de toestroom van deze immigranten. In de eerste instantie worden de buitenlandse arbeiders vooral met nieuwsgierigheid bekeken door andere blanke arbeiders en wordt hun aanwezigheid gedoogd. De Chinese immigranten proberen ook aanvaringen uit de weg te gaan door bijvoorbeeld vooral de minder grote mijnen te ontginnen die Amerikaanse arbeiders links lieten liggen. Ondanks deze houding en de goede werkmentaliteit van de Chinese arbeiders, zien veel blanke Amerikanen de alsmaar groter groeiende stroom nieuwkomers met steeds meer wantrouwen en soms zelfs vijandelijkheid aan. Omdat de immigranten zich genoodzaakt zien om tegen zeer lage lonen te werken om hun overtocht terug te kunnen betalen en een beetje geld naar huis te kunnen sturen, zijn Amerikaanse arbeiders bang dat ze een bedreiging vormen voor hun banen. Verder zijn de Chinese immigranten erg op zichzelf en vestigen ze zich in wijken waar enkel andere Chinezen verblijven. Deze Chinatowns krijgen in de volksmond een slechte naam en worden gezien als plekken waar de prostitutie, kansspellen en drugs welig tieren.

De houding van blanke Amerikanen leidt er in de eerste instantie toe dat Chinese arbeiders niet overal meer welkom zijn. Bovendien worden slechts twee jaar na de uitbraak van de Californische goudkoorts al diverse wetten aangesteld die de handelingsvrijheid van de Chinese immigranten flink moeten beperken. Een van die wetten bepaalt bijvoorbeeld dat alle buitenlandse mijnwerkers twintig dollar aan belastingen moesten betalen per maand. Tien jaar na het ontstaan van de goudkoorts, in 1858, wordt de eerste wet aangenomen die Chinese immigranten geheel verbiedt om Californië te betreden. Op het overtreden van deze wet staat een fikse geldstraf of zelfs een tijd in de gevangenis. Ondertussen leidt de vijandige houding van blanke Amerikanen op verschillende plekken tot geweld en vernietigingen. In 1877 brandt bijvoorbeeld een deel van de gebouwen in de Chinatown in San Francisco af, die met opzet aan zijn gestoken.

In 1879 lukt het advocaten die voor een geheel immigratieverbod staan een wet aan het Congres voor te leggen, die het aantal immigranten dat richting Amerika komt terug moet dringen tot 15 per schip. De republikeinse president Rutherford B. Hayed spreekt echter zijn veto uit, omdat deze maatregel in tegenspraak zou zijn met bestaande handelsovereenkomsten die de Verenigde Staten dan met China heeft. Democraten willen het liefste zien dat Chinese immigranten de toegang tot hun land geheel verboden wordt. Republikeinen snappen de zorgen van de Democraten, maar zitten in een moeilijke positie wegens bestaande afspraken met China. Uiteindelijk roept president Hayes op tot een herziening van de Burlingame-Seward Treaty uit 1868, waarin China akkoord ging met gelimiteerde immigratie naar de Verenigde Staten.

Drie jaar later, in 1882, lukt het dan toch de Chinese Exclusion Act langs het Congres te krijgen. De wet wordt goedgekeurd en ondertekend door president Chester A. Arthur. Deze wet kan in veel opzichten worden gezien als het hoogtepunt van alle anti-Chinese maatregelen en is de eerste Amerikaanse wet die van grote betekenis is voor immigranten. De Chinese Exclusion Act stelde vast dat Chinese immigranten de tien jaar die op de wet volgen niet meer de Verenigde Staten in mogen komen. Dit gold overigens vooral voor Chinese arbeiders, er werd een uitzondering gemaakt voor bijvoorbeeld studenten en leraren en particuliere koopmensen en reizigers. Ter versterking van het effect van de Chinese Exclusion Act wordt er in 1888 ook nog de Scott Act aangenomen, waarmee het Chinese arbeiders die tijdelijk naar hun moederland terugkeren verboden wordt weer terug naar de Verenigde Staten te komen. De wet wordt van kracht op het moment dat 20.000 Chinezen weer tijdelijk bij hun families zijn.

1882: Chines Exclusion Act

Na de Chinese Exclusion Act

Ondanks de diverse wetten die de bewegingsvrijheid van Chinese arbeiders behoorlijk inperken en zelfs onmogelijk maken, verandert er weinig in de anti-Chinese houding van veel blanke Amerikanen. Vakbonden die door velen van hen zijn opgericht zijn ondertussen tot grote organisaties uitgegroeid met veel macht in de steden. De Chinese Exclusion Act blijkt voor hen niet genoeg en in de loop van de jaren tachtig van de negentiende eeuw krijgen ze het voor elkaar dat veel Chinese goederen totaal worden geboycot en proberen ze reeds gesettelde Chinezen weg te pesten. In 1892 zou de Chinese Exclusion Act verlopen, maar wordt dan door het Congres verlengd met nog eens tien jaar middels de Geary Act. Deze verlenging wordt vervolgens in 1902 permanent gemaakt, wat betekent dat Chinese immigranten zich moeten registreren en een certificaat in het bezit moeten hebben om te kunnen verblijven en werken in de Verenigde Staten. Is dit niet het geval dan worden ze gedeporteerd.

Door alle genomen maatregelen om het de Chinese immigranten zo moeilijk mogelijk te maken, kennen deze arbeiders een zwaar bestaan in de Verenigde Staten. Een deel van de immigranten die al voor de Chinese Exclusion Act richting Amerika waren gekomen, blijft werkzaam in de Verenigde Staten, vooral in sectoren waar zij niet concurreren met blanke arbeiders. In de praktijk betekent dit dat ze vaak erg zwaar werk verrichten wat zeer slecht betaald. Slechts een klein deel van de immigranten dat in de eerste instantie begint als arbeider, werkt zichzelf omhoog tot ondernemer in bijvoorbeeld de landbouwsector of sigarenindustrie.

De Geary Act reguleert de totale Chinese immigratie tot de jaren twintig van de vorige eeuw. Na de Eerste Wereldoorlog neemt de immigratie echter flink toe en het Congres past hierop de wetgeving aan. In 1934 worden alle ‘exclusion acts’ afgeschaft, maar blijft er een strikt limiet staan op de mogelijkheid tot settelen. Dit strenge limiet blijft van kracht tot het Congres in 1965 de Immigration Act aanneemt, waardoor in totaal 170.000 immigranten de grens over mogen steken, waaronder 20.000 Chinezen. Tegenwoordig is het door de herziene Immigration Act die in 1990 werd doorgevoerd mogelijk redelijk flexibele visa’s te verkrijgen op familie- of werkbasis.

Geary Act
1869: Grote brand van Chicago1898: Spaans-Amerikaanse oorlog

Tarieven Road Bear 2018 bekend
Bekijk de aanbiedingen
Tarieven Fraserway 2018 bekend
Check de vroegboekkorting