1929: Beurskrach

Op 29 oktober 1929 (de zogenaamde Zwarte Dinsdag) stortte de effectenbeurs van New York in elkaar. Financiële producten waren in één klap niks meer waard en investeerders verloren hun geld, waardoor veel banken failliet gingen en mensen werkloos werden. Het was de inleiding tot de grootste wereldwijde economische crisis die men ooit gekend had; de Grote Depressie. Hoewel de beurskrach als een verrassing voor velen kwam, waren de voortekenen al zichtbaar sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog.

Duitsland na WO I

De eerste tekenen van internationale economische spanning werden zichtbaar met het Verdrag van Versailles uit juni 1919. Onder druk van Groot-Brittannië en vooral Frankrijk werd Duitsland onevenredig zwaar gestraft voor haar oorlogsdaden en moest het, onder dwang van geallieerde bezetting, herstelbetalingen aan de geallieerde landen doen.

Duitsland had zwaar te leiden onder deze maatregel, want het land was al tijdens de oorlog in armoede geraakt. Mede door een internationale blokkade werd Duitsland een economisch wrak en kon het al snel niet meer aan de vooropgezette herstelbetalingen voldoen. Als reactie hierop bezetten Franse en Belgische troepen in 1923 het Duitse Roergebied, een belangrijk industrieel en economisch gebied. Uit protest riep de Duitse regering arbeiders op niet langer door te werken. De regering beloofde de lonen van de stakende arbeiders te betalen, wat echter een loze belofte bleek, want de Duitse staatskas was leeg. Hierna nam de regering het erbarmelijke besluit op grote schaal geld bij te drukken. Dit resulteerde in hyperinflatie en de Duitse mark kelderde gigantisch in waarde. Waar een brood in 1921 vier mark kostte, was de prijs eind 1923 maar liefst 201 miljard mark.

Er ontstond een grote economische wanorde in Duitsland, getypeerd door massastakingen, ouderwetse ruilhandel en het omruilen van marken voor de veel sterkere Amerikaanse dollar. Amerika was redelijk ongeschonden uit de Eerste Wereldoorlog gekomen en begon na de oorlog zijn plekje in het internationale speelveld te vinden. Het land zag het belang van Duitsland voor de Europese en wereldeconomie en nam individueel het initiatief tot een plan dat Duitsland uit het slop moest trekken.

Beurskrach Amerika 1929

Dawes-plan

Hoewel het plan – dat genoemd was naar initiatiefnemer en zakenman Charles G. Dawes en startte in 1924 – simpelweg inhield dat Amerika geld leende aan Duitsland, zat de werkelijkheid wat ingewikkelder in elkaar en het bleek bepaald geen daad van liefdadigheid. De basis van het plan behelsde dat Duitsland met het geleende geld weer aan haar herstelbetalingsverplichtingen kon voldoen, het Roergebied terug zou krijgen en haar eigen economie weer kon stimuleren. Het plan lukt; de mark werd gestabiliseerd en in 1924 verliet het Franse leger het Roergebied. De VS had echter vooral het Dawes-plan aangenomen om ervoor te zorgen dat Frankrijk en Groot-Brittannië hun schulden aan de VS konden afbetalen. Deze landen hadden veel geld geleend om de dure Eerste Wereldoorlog te kunnen voeren, maar konden hun schulden niet langer afbetalen zolang ze van Duitsland geen herstelbetalingen ontvingen. Op deze manier ontstond een driehoek van geldstromen die de economische problemen niet oploste, maar eerder uitstelde.

Tussen 1924 en 1930 leende de VS 2,5 miljard dollar aan Duitsland, die hiervan 2 miljard dollar aan de geallieerden betaalde in de vorm herstelbetalingen. De Europese geallieerden betaalden in deze periode 2,6 miljard dollar van hun schuld terug aan de VS. De Europese economie als geheel werd hier echter niet door uit het slop getrokken. Europese landen stonden nog steeds bij elkaar in de schuld. Aan het einde van de jaren ’20 ging de geldpomp weer dicht. De geallieerden stopte met het afbetalen van schulden en Duitsland met de herstelbetalingen. Nu zat de VS ook nog te wachten op de afbetaling van schulden die Duitsland had.

Beurskrach 1929 Amerika

De VS in de jaren ‘20

Zoals eerder gemeld was de VS als een wereldmacht uit de Eerste Wereldoorlog gekomen, omdat het in tegenstelling tot veel Europese landen redelijk ongeschonden uit de strijd was gekomen. Daarnaast was de VS na de oorlog ineens kredietverstrekker geworden, terwijl het voor de oorlog nog schulden had in Europa.

De Amerikaanse jaren ’20 staan ook wel bekend als de Roaring Twenties, een periode van ongekende economische groei en welvaart waarin veel nieuwe uitvindingen werden gedaan. Het consumentenvertrouwen was hoog en de investeringen op Wall Street namen toe, waardoor aandelen sterk in waarde stegen. Veel van de Amerikaanse welvaart was echter gebaseerd op geleend geld; men was zo positief over de toekomst dat er ongebreideld geld geleend werd bij binnenlandse banken die actief waren op Wall Street.

De eerste sector die nog vóór de beurskrach in de problemen kwam, was de landbouwsector. Investeringen in de landbouwsector zorgden ervoor dat men tijdens de Eerste Wereldoorlog aan de vraag naar landbouwproducten in Europa kon voldoen. Toen de oorlog voorbij was, gingen de Europese landen zelf weer produceren, waardoor Amerikaanse boeren een groot deel van hun afzet misliepen. De landbouwbedrijven kwamen in geldproblemen en met hen ook de vele regionale banken die landbouwkrediet hadden verschaft. Aangezien de hele Amerikaanse financiële sector op deze kleine banken dreef en deze, was de economie uiterst kwetsbaar geworden.

Inmiddels werd het ook steeds duidelijker dat de internationale cyclus van herstelbetalingen en het aflossen van schulden een eventuele Amerikaanse recessie zou kunnen verergeren tot een internationale crisis. Dit is precies wat er uiteindelijk zou gebeuren.

Economische piek

Richting het einde van de jaren ’20 leefde in het rijke en optimistische Amerika het gevoel dat de perfecte cocktail was ontwikkeld die tot eeuwige rijkdom en welvaart zou leiden. Van de problemen die op het platteland waren ontstaan had men nog geen benul. President Hoover zei in de zomer van 1928 zelfs dat ‘Amerikanen dichter bij de overwinning over armoede zijn dat elk ander land in de geschiedenis’.

Vlak voordat het in oktober 1929 verschrikkelijk misging, maakte Amerika zijn grootste economische groei door. In 1928 was het handelen op de effectenbeurs op zijn top. De prijzen van aandelen lagen erg hoog en handel, vraag en aanbod waren zo gigantisch in afmeting dat de federale overheid er controle over verloor. Terwijl regulatie nu buiten bereik leek, besloot de overheid een belastingverlaging in te voeren om zo de consumptie nog verder aan te wakkeren. Dit bleek een kapitale fout. Rijke Amerikanen waren nog meer overtuigd van hun rijkdom en armere Amerikanen zagen nu een kans om via het verhandelen van aandelen rijk te worden.

Er vond een ware ‘beursrun’ plaats en de rentes stegen fors. In 1927 kon men eenvoudig tegen een rente van 4% geld lenen, maar door de enorme belangstelling voor aandelen stegen de rentes tot wel 20%. Mensen uit alle lagen van de bevolking snelden naar de beurs. Ze deden dit met spaargeld of geleend geld. Er werd zelfs gespeculeerd op de leningen die naar Duitsland gingen en daardoor werd Europa nog meer gekoppeld aan de Amerikaanse economie. Er ontstond een ‘bubble’, want nog nooit eerder was zo’n groot deel van het totale Amerikaanse kapitaal in verhandeling op de beurs.

Beurskrach Amerika 1929

De Krach

De beursindex (Dow Jones) had haar top bereikt in september 1929, vlak voor de krach. De index bereikte een piek van 381 punten op een moment dat er meer 300 miljoen aandelen op Wall Street werden verhandeld. Toen kwam de kentering; de koopkracht van consumenten daalde omdat de top bereikt was. Dit veroorzaakte een verlaging van afzet bij fabrieken en er ontstonden overschotten. Deze overschotten werden weggewerkt door de productie te verlagen, wat in de praktijk betekende dat veel mensen ontslagen werden. De werklozen waren de eerste slachtoffers van de aankomende Grote Depressie.

Begin september 1929 begonnen de prijzen van producten te dalen, nog een manier van bedrijven om hun overschotten weg te werken en de koopkracht van consumenten weer te vergroten. Dit zorgde ervoor de koersen op de beurs begonnen te dalen. Op 24 oktober brak voor het eerst grote paniek uit op de beurs, omdat veel aandeelhouders zo snel mogelijk hun aandelen wilden verkopen. Veel banken konden een dergelijke belasting op hun kapitaal niet aan en gingen failliet. De grote klap volgde op Zwarte Dinsdag, vijf dagen later. Op deze dag werden meer dan 16 miljoen aandelen verkocht, maar de waardedaling zette alsmaar voort.

Uit angst om hun spaargeld te verliezen haalden veel burgers en bedrijven hun spaargeld van de banken om het veilig te stellen. Door deze actie gingen nog meer banken failliet, omdat ze het kapitaal niet konden uitkeren. Vooral de kleine regionale landbouwbanken (die als sterk verzwakt waren door de eerdere landbouwcrisis) vielen bij bosjes. Zo werd het fundament onder het Amerikaanse bankensysteem weggeslagen en stortte het genadeloos in elkaar.

Vele Amerikanen werden direct getroffen. Rijke industriëlen verloren hun totale kapitaal plus het bedrag dat ze daar bovenop nog moesten terugbetalen voor de extra investeringen die ze in hun optimisme gedaan hadden. Arme Amerikanen verloren net dat beetje spaargeld dat ze in aandelen hadden zitten. In de drie weken die volgden op de krach verloren Amerikanen zo’n 30 miljoen dollar, evenveel als de deelname aan de Eerste Wereldoorlog had gekost.

Door de economische en financiële verzwakking kon de VS geen geld meer lenen aan Duitsland en de cyclus van betalingen en schuldaflossingen hield op. Na enige tijd sloeg de crisis daarom ook toe in Duitsland en daarmee in de rest van Europa. De internationale handel nam sterk af en de wereld maakte kennis met de eerste grote wereldwijde economische crisis.

Beurskrach Amerika 1929

Conclusie en nasleep

Er zijn meerdere oorzaken van de beurskrach te onderscheiden. Het ongebreidelde risicovolle investeren in de beurs zonder te kijken naar onderliggende ontwikkelingen is er een van. Daarnaast faalde de Amerikaanse overheid door te laat, niet of foutief in te grijpen. Ook het internationale systeem van het rondpompen van geld droeg niet bij aan een gezond internationaal economisch beleid.

De periode na de krach werd gekenmerkt door een Amerikaanse overheid die moeite had de Grote Depressie op te lossen. Men was groot geworden door het systeem van ‘laissez-faire’ (letterlijk: ‘maar op zijn beloop laten’), waarbij de overheid niet of nauwelijks ingreep in de hoop dat bedrijven en banken zelfverrijkend zouden zijn en voor een algemene economische groei zouden zorgen.

Dit systeem was zichzelf helaas ver ontgroeid en zo groot geworden dat niemand er verandering in kon brengen. Toen het eenmaal mis ging, waren de gevolgen daarom ook zo enorm. De overheden in het begin van de jaren ’30 hadden geen ervaring met het centraal oplossen van economische crises en lieten de laissez-faire aanpak nog een tijdje doorvaren. Pas toen de New Deal onder president Roosevelt in werking trad, werd het duidelijk dat overheidsingrijpen wel degelijk een belang onderdeel is van het onderhouden van gezonde economieën.

Beurskrach Amerika 1929
1928: Steamboat Willie en de beginjaren van Disney1929: Valentijnsdag Bloedbad

Verhuisbericht! Je vindt ons voortaan in Zwolle!
Bekijk ons nieuwe adres
Boek nu je camper voor 2018!
Bekijk de vroegboekacties