1941: De aanval op Pearl Harbor

In de vroege ochtend van zondag 7 december 1941 viel een Japanse expeditionaire vloot Hawaii aan. Het doel was de vernietiging van de Amerikaanse vloot in de Grote Oceaan, die zijn basis had in Pearl Harbor, op het eiland Oahu, Hawaii. De aanval was zorgvuldig voorbereid en gecoördineerd en kwam als een totale verrassing. De Japanners slaagden erin een groot deel van de aanwezige oorlogsschepen te beschadigen of tot zinken te brengen. Een dag na de tragedie verklaarde president Franklin D. Roosevelt Japan de oorlog, wat in feite Amerika’s deelname aan de Tweede Wereldoorlog inluidde. De aanval op Pearl Harbor wordt gezien als een van de belangrijkste gebeurtenissen in de moderne geschiedenis en als een van de keerpunten in de Tweede Wereldoorlog. Tot op de dag van vandaag maakt het bombardement op Pearl Harbor veel indruk.

Voorgeschiedenis

Hoe verrassend het ook was, de aanval op Pearl Harbor werd logischerwijs voorafgegaan door een periode van groeiende spanning tussen specifiek Japan en de Verenigde Staten en tussen Japan en de geallieerden in het algemeen. Dit begon al in de jaren 1930. Japan had zich na een overwinning in een oorlog met Rusland in 1907 steeds meer ontwikkeld als een imperialistische macht, zoals veel westerse landen al eerder hadden gedaan. In het begin van de twintigste eeuw bereikte het westerse imperialisme een hoogtepunt en wou Japan als moderne natie niet achterblijven.

Om zich beter te kunnen verdedigen tegen het communistische Rusland (inmiddels de Sovjetunie), besloot Japan in 1931 Mantsjoerije binnen te vallen. Deze regio in het noordoosten van China was voor de Japanners van strategisch belang om het eilandenrijk te beschermen tegen eventuele agressie van de aangrenzende Sovjetunie. Daarnaast was de regio rijk aan grond- en delfstoffen, die in Japan schaars waren. Toen al was het land grotendeels afhankelijk van de import.

De VS had na de Japans-Russische oorlog enkele verdragen met Japan gesloten waarin het de Japanse zeggenschap in Mantsjoerije erkende. De agressie waarmee Japan de regio in 1931 had ingenomen had de Amerikaanse regering echter verrast. Japan overtrad een belangrijke (maar tandeloze) internationale wet uit 1928, het Kellogg-Briandpact. Dit pact was een universele verklaring tegen oorlog, echter zonder ernstige pressiemiddelen.

Henry L. Stimson, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, stelde zich passief en neutraal op tijdens de crisis in Mantsjoerije. Hij greep niet direct in, maar weigerde de nieuw verworven gebieden van Japan te erkennen. Japan ging intussen steeds verder in zijn expansiedrift; in januari 1932 marcheerde het leger Shanghai binnen, ver buiten Mantsjoerije. Mede omdat er een Amerikaans garnizoen gestationeerd was in Shanghai probeerde Stimson de Japanners te overbluffen. Hij sprak over de aanwezigheid van het Amerikaanse leger in Guam (een Amerikaanse eilandkolonie in de Grote Oceaan) en dreigde de marine in de gehele oceaan te versterken. Hoewel de Japanse expansie stopte bij Shanghai, was het duidelijk geworden dat de westerse landen weinig in te brengen hadden in dit deel van Azië. De macht die de VS in Midden-Amerika had, ontbrak in Azië. Japan haalde dit voorbeeld ook aan en vergeleek zijn opmars in China met de Amerikaanse macht in haar eigen werelddeel.

In het licht van internationale betrekkingen stonden de jaren 1930 in het teken van ‘appeasement’, wat betekende dat westerse landen, na de traumatische Eerste Wereldoorlog, te allen tijde oorlog wilden voorkomen en agressieve naties als Duitsland en Japan door middel van verdragen en diplomatie wilden afremmen. Deze aanpak bleek uiteindelijk niet te werken en zorgde er mede voor dat Duitsland en Japan al voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog veel leed veroorzaakten met hun expansiedrift en dictatoriale agenda’s.

In augustus 1936 zette de Japanse overheid haar plannen in Azië uiteen in een document dat grof vertaald kan worden met ‘Fundamentele principes van nationale strategie’. In het plan kwam naar voren dat Japan voornemens was zijn rijk ‘vreedzaam’ uit te bereiden naar het zuiden, richting de Britse, Franse en Nederlandse kolonies in het gebied. 1936 was ook het jaar waarin Japan de VS bovenaan de lijst met potentiele vijanden zette. Hiermee ontstond toen al het idee om de VS in een oorlog te lokken door een verrassingsaanval op Pearl Harbor uit te voeren.

Ondanks deze verslechtering in relaties, waren de VS en Japan belangrijke handelspartners van elkaar. Japan was afhankelijk van olie-import uit de VS en het land was de derde grootste afnemer van Amerikaanse producten. De VS nam op haar beurt 40% van de Japanse export voor haar rekening. Vanaf 1936 namen ook de spanningen in de handelssfeer toe en maakte Japan het steeds moeilijker voor westerse landen om te investeren in China. Naast de handel hadden Japan en de VS nog een belangrijk overeenkomstig belang; beide landen zagen de Sovjetunie als een bedreiging. Vandaar dat Japan in 1936 het Anti-Komintern Pact sloot met Duitsland, een verdrag dat zich uitsprak tegen het communisme.

In de periode 1933-1936 werd er niet of nauwelijks oorlog gevoerd door Japan in China, dus voor de nieuwe president Franklin D. Roosevelt was er aanvankelijk weinig reden om het beleid van Stimson te veranderen. Roosevelt vergrootte wel de Amerikaanse marine, als onderdeel van zijn New Deal-beleid tijdens de Grote Depressie. Japan kon in 1937 niet achterblijven en vergrootte ook zijn marine, met de intentie om de VS op dit vlak voorbij te streven. Achter de schermen was Roosevelt op subtiele wijze Japan onder druk aan het zetten. Hij had in 1933 de Sovjetunie erkend en stuurde een adviseur naar de China om de luchtmacht daar te ondersteunen met Amerikaanse piloten.

In juli 1937 braken, na een lange periode van stilte, weer gevechten uit tussen Japanse en Chinese troepen vlakbij Beijing. Daarna ging het snel. Shanghai werd in november ingenomen na hevige gevechten en bombardementen op de burgerbevolking. Het dieptepunt volgde de maand daarna, toen Japanse troepen de toenmalige Chinese hoofdstad Nanking innamen en 300.000 Chinese burgers afslachtten.

China had, los van de Japanse invasie, al jarenlang een intern machtsprobleem. Sinds 1927 was het land in staat van burgeroorlog tussen de gevestigde nationalistische macht en de revolutionaire communisten. De nationalistische partij (Kwomintang) stond onder leiding van Chiang Kai-shek, terwijl de communistische partij geleid werd door Mao Zedong. De burgeroorlog werkte de Japanse invasie in de hand. Kai-shek was tot aan 1937 vaker in gevecht met Zedong’s troepen dan met de Japanners. Uit onvrede over de gang van zaken ontvoerden dissidenten uit het regeringsleger hun leider eind 1936 in een poging hem tot een alliantie met de communisten tegen Japan te dwingen. Met hulp van de Sovjetleider Jozef Stalin werd Kai-shek bevrijd en ontstond er een verenigd front tegen Japan.

Na de oplaaiing van geweld in juli 1937 besloot Roosevelt de Amerikaanse neutraliteit op te geven, al bleef hij vaag in zijn bewoordingen. Hoewel er nog geen duidelijke strategie bestond, raadden Amerikaanse isolationisten Roosevelt aan zich niet te mengen in landen die voor leiders hadden gekozen die hen oorlog brachten. Het isolationisme was een stroming die de VS de eerste helft van de twintigste eeuw aanhield. Beschermd door twee oceanen had de VS internationaal een geostrategische positie en moest zich niet laten verleiden militair in te grijpen in probleemgebieden elders in de wereld. In plaats daarvan moest de VS met economische en diplomatische middelen bijdragen aan oplossingen, zo was de gedachte. Het enige moment dat dit beleid doorbroken werd was tijdens de Amerikaanse militaire bijdrage aan de Eerste Wereldoorlog, vanaf 1917. Dit voorbeeld werd dan ook meermaals aangehaald door isolationisten als een akelige voorbode van wat er ging komen.

Japan was, ondanks zijn tomeloze expansiedrift en agressieve handelswijze, nog wel verstandig genoeg om smartgeld te betalen nadat gevechtsvliegtuigen een Amerikaanse escortboot op de Yangze-rivier hadden bestookt in december 1937, met twee doden als gevolg. Niettemin ging de Japanse opmars in 1938 gewoon door, ook de Chinese alliantie kon daar weinig verandering in brengen. Eind 1938 was het gehele noordoosten (plus Mantsjoerije) en vrijwel alle grote steden in het oosten en zuidoosten in Japanse handen. Terwijl dit zich voltrok besloot de Amerikaanse regering een reeks voorzichtige maatregelen te treffen:

1) Door het kopen van Chinees zilver stelde men het Chinese leger in staat om Amerikaanse militaire artikelen te kopen. 2) Er werd door Cordell Hull, de minister van Buitenlandse Zaken, een ‘moraal verbod’ op de verkoop van vliegtuigen aan Japan afgevaardigd. 3) De VS bood verdere technische assistentie om de Chinese infrastructuur te verbeteren. 4) Er werden twee nieuwe vliegdekschepen gebouwd en het aantal gevechtsvliegtuigen van de marine werd verdubbeld. 5) De VS nam een aantal onbewoonde eilanden in de Grote Oceaan in, die eventueel konden dienen als legerbases. 6) De VS stuurde een gezant naar Londen om afspraken met Groot-Brittannië te maken over troepenopbouw in Azië.

Geen van deze acties schrikte Japan af. Roosevelt hoopte dat de Amerikaans-Japanse handelscontacten verslechtering van de diplomatieke relatie in de weg zouden staan. De regering weigerde echter met harde maatregelen te komen, waardoor de handel onafgebroken doorgang vond. In 1939 waren er weinig ontwikkelingen. Hoewel de VS geen handelscontracten in China meer mocht sluiten van Japan, beloofde Japan wel de agressie tegen buitenlanders in China in toom te houden. In november 1939 bouwde de VS nog twee oorlogsschepen.

De Tweede Wereldoorlog was inmiddels uitgebroken in Europa met de Duitse invasie in Polen. Hoewel het Amerikaanse buitenlandse beleid in het teken stond van een ‘Europa eerst’-strategie in geval van grootschalige oorlog, was deze strategie nog niet duidelijk uitgewerkt. De banden tussen Groot-Brittannië en de VS waren goed en belangrijk voor de publieke opinie in de VS. Pas in november 1940, toen de luchtoorlog tussen Duitsland en Groot-Brittannië in het nadeel van de eerste beslecht was, maakte Roosevelt zijn ‘Plan Dog’ bekend. Dit plan bepaalde het gedrag van de Amerikaanse marine. Deze zou een defensieve houding aanhouden in de Grote Oceaan, Duitsland als primaire vijand aanwijzen en als belangrijkste doel het behoud van Groot-Brittannië hebben.

In 1940 begon Japan aan zijn tweede grote offensief in Azië, waarbij het in rap tempo het Franse Indochina opslokte. In september 1940 tekende Japan het Driemogendhedenpact met Duitsland en Italië, waarin de landen afspraken elkaar bij te staan in het geval een van de drie werd aangevallen door een land dat tot dan toe nog niet deelnam aan de oorlog. Aangezien Duitsland en de Sovjetunie officieel hadden besloten elkaar niet aan te vallen, betekende dit volgens de VS bijna automatisch dat Japan zijn pijlen zou richten op de VS.

Voor Japan was het Driemogendhedenpact een middel om de VS ervan te weerhouden te interveniëren in de Grote Oceaan en Atlantische Oceaan en de banden met de Sovjetunie aan te halen. De VS besloot meer maatregelen te treffen; de export van schrootijzer naar Japan werd aan banden gelegd en het Chinese leger werd financieel ondersteund om Japan langer bezig te houden. De export van olie ging echter onverstoorbaar door. Roosevelt dacht dat een olie-embargo een conflict in de Grote Oceaan zou genereren, wat ongewenst was in het kader van het ‘Europa eerst’-principe.

Om de getroebleerde relaties tussen de VS en Japan niet te laten escaleren trad de diplomatieke machine in werking, mede mogelijk gemaakt door een goede persoonlijke verstandhouding tussen Roosevelt en Kichisaburo Nomura, de nieuwe Japanse ambassadeur in Washington. Een document genaamd ‘Draft Understanding’ riep op tot een ontmoeting tussen Roosevelt en de Japanse minister-president Fumimaro Konoe en vroeg om een opvoering van druk op China om de Japanse dominantie in Mantsjoerije te erkennen in ruil voor een Japanse exit uit het Driemogendhedenpact. Het document was een eerste opzet, maar de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hull zag het als een Japans initiatief en had vier universele voorwaarden:

1) Het respecteren van territoriale integriteit en soevereiniteit van alle naties 2) Non-interventie in binnenlandse zaken van andere naties 3) Het respecteren van gelijke kansen in de handel 4) Het ondersteunen van vreedzame oplossingen in de Grote Oceaan

Nomura rapporteerde de Draft Understanding aan zijn meerderen in Tokio, maar benadrukte de voorwaarden van Hull onvoldoende. Dit leidde tot wederzijds onbegrip en miscommunicatie, waardoor de geplande ontmoeting tussen Roosevelt en Konoe geen doorgang vond. Japans vastberadenheid om China niet op te geven en verder uit te breiden maakte een oplossing op de korte termijn onmogelijk. Toen het duidelijk werd dat in het geval van oorlog tussen de VS en Japan Duitsland de VS de oorlog zou verklaren, stopte de VS alle handel met Japan. Japan dreigde Britse en Nederlandse olievelden in Zuidoost-Azië in te nemen als de VS de export niet zou herstarten. De VS wees naar de vier punten van Hull als pressiemiddel.

Japanse afhankelijkheid van Amerikaanse olie maakte het land kwetsbaar, maar ook wanhopig. Nadat het duidelijk werd dat de VS de oliekraan dicht zou laten, bereidde Japan zich voor op een oorlog. De Japanse marinecommandant meldde aan keizer Hirohito dat als Japan oorlog ging voeren, het dan maar beter snel kon gebeuren, aangezien de reserves al op aan het raken waren. De VS dacht dat Japan aan het bluffen was, zelfs nadat spionagediensten een serieuze troepenopbouw in de Grote Oceaan waarnamen. Deze miscalculatie zou de VS duur komen te staan.

1941: Aanval op Pearl Harbor

De aanval

Het Japanse besluit om de VS aan te vallen kwam niet tot stand uit radeloosheid; Japan was ervan overtuigd dat een lange oorlog de VS zou doen besluiten een akkoord te sluiten met Japan zonder dat het land daarbij China moest verlaten. Het werd verstandiger geacht de VS aan te vallen dan China op te geven. Ook dit is een forse miscalculatie, zoals de uitkomst van de Tweede Wereldoorlog laat zien.

Op 25 november 1941 vertrok vanuit Japan een grote expeditionaire vloot (met zes vliegdekschepen en meer dan 400 vliegtuigen) voor een reis van 4.800 kilometer over de Grote Oceaan. Vijf dagen voor de aanval schakelde elk schip zijn communicatiemiddelen uit om totale radiostilte te garanderen. In de vroege ochtend van 7 december vertrokken de vliegtuigen om na een vlucht van 350 kilometer bij de Amerikaanse marinebasis in Pearl Harbor aan te komen. Zij vielen direct en zonder waarschuwing de aan wal liggende vloot aan en na een paar uur waren er acht oorlogsschepen gezonken of zwaar beschadigd. Meer dan 2.403 Amerikanen (voornamelijk mariniers) lieten tijdens de aanval het leven; de Japanners verloren slechts 29 vliegtuigen en 64 manschappen. Hoewel de aanval schokkend was voor het Amerikaanse publiek, bleek de materiele schade nog redelijk beperkt te zijn. De drie vliegdekschepen die gestationeerd waren in Pearl Harbor waren op open zee tijdens de aanval, waardoor ze hun lot waren ontsnapt. Daarnaast konden zes van de acht getroffen oorlogsschepen gerepareerd worden om daarna alsnog dienst te doen in de oorlog.

aanval op Pearl Harbor

Nasleep

De dag na de aanval verklaarde Franklin D. Roosevelt Japan de oorlog, met goedkeuring van het Congres. Over de oorzaak van de aanval zijn veel onderzoekers het eens. Het was een combinatie van fouten, onopgemerkte voortekens, zelfoverschatting en pech. Hoewel Amerikaanse veiligheidsdiensten de Japanse code op diplomatische kabelberichten hadden gekraakt, gaf niets een indicatie dat een aanval zou volgen. Ook de vlootbewegingen van Japan werden als ongevaarlijk ingeschat, terwijl achteraf bleek dat ze verkeerd gelezen waren. Bovendien hadden de Amerikanen tot op het laatste moment de oorlogstaal van Japan afgedaan als bluf. Toch wogen de Amerikaanse gebreken niet op tegen de enorme vaardigheid en dedicatie waarmee Japan de aanval gepland had. Niemand had voorspeld dat Japan over een dergelijk grote afstand een gewaagde aanval zou uitoefenen. Men had verwacht dat het in Zuidoost-Azië tot een militaire confrontatie zou komen. Hoewel de aanval op Pearl Harbor een tactische zege was, betekende het strategisch toch de ondergang van Japan. Binnen vijf jaar zou het land zich overgeven.

Op 11 december verklaarden Duitsland en Italië de VS de oorlog, waarmee zij hun verplichtingen onder het Driemogendhedenpact nakwamen. Het isolationisme had plaatsgemaakt voor realisme; de VS was nu verwikkeld in een aankomende strijd op twee fronten.

1941: Aanval op Pearl Harbor
1939: Duitsland valt Polen binnen1941: Leen- en Pachtwet