1942: Stichting CORE (Congress of Racial Equality)

In 1942 werd CORE opgericht als gemengde zwart-blanke pacifistische organisatie tegen discriminatie en rassenscheiding. Tijdens de Burgerrechtenbeweging van de jaren 1960 was CORE een van de centrale organisaties met haar geweldloze acties en demonstraties. Later ging CORE een actievere, militantere koers varen en werd het meer een exclusief zwarte belangengroep.

Oprichting

In 1942 richtten vijf studenten, zowel zwart als blank, in Chicago de organisatie CORE op, wat toen nog stond voor Committee of Racial Equality. Hun leider was de zwarte pacifist James Farmer en hun grote gezamenlijke ideaal was het optreden van Gandhi in India, met zijn geweldloze verzet tegen de Britse overheersing. Oorspronkelijk bestond CORE uit losse groepjes vrijwilligers met grote zelfstandigheid, maar vanaf 1953 werd het een professionele organisatie met Farmer als nationale directeur. CORE zou een belangrijke rol spelen in de Civil Rights Movement (Burgerrechtenbeweging), het streven van actievoerders in de jaren ’50 en ’60 tegen segregatie en discriminatie van de zwarte bevolking. Dit was de beweging van Martin Luther King en Jesse Jackson, een andere belangrijke organisatie was het NAACP.

CORE

Acties

CORE begon haar bestaan in het noorden van de Verenigde Staten en organiseerde in 1942 een sit-in in een koffieshop in Chicago. Bij sit-ins, een veel voorkomende vorm van actievoeren, namen zwarte activisten opzettelijk plaats in een winkel, restaurant of bar waar ze niet welkom waren. Hiermee haalden ze zich de woede van de eigenaren en de gasten op de hals, maar doordat ze – naar voorbeeld van Gandhi – niet reageerden op de scheldpartijen of bedreigingen, wekten ze sympathie en konden ze op veel medestanders rekenen, ook onder de blanke bevolking.

Naast sit-ins organiseerde CORE ook normale demonstraties en zogenaamde ‘Freedom Rides’. In 1946 had het Hooggerechtshof van de VS segregatie verboden in bussen die tussen staten reden, en CORE wou testen of zuidelijke staten zich hieraan hielden. Een groep gemengde actievoerders reed in een ‘Verzoeningsreis’ door het zuiden, maar een deel werd in North Carolina opgepakt en tewerkgesteld. North Carolina gold toen nog als een matig racistische staat; in het ‘Diepe Zuiden’ was de toestand nog veel erger en de activisten durfden het dan ook nog niet aan om daar de som op de proef te nemen.

Freedom Rides

De Burgerrechtenbeweging

Eind jaren ’50 verplaatste CORE haar activiteiten naar het zuiden. In 1954 deed het Hooggerechtshof een historische uitspraak die de Burgerrechtenbeweging een belangrijk nieuw momentum zou geven: in de beroemd geworden rechtszaak Brown versus Board of Education bepaalden de opperste rechters dat gescheiden onderwijs voor blank en zwart in strijd was met de grondwet. Zwarte burgerrechtenbewegingen zagen dit als hun kans om ongelijke behandeling, die in het zuiden een deel van het openbaar leven was, eindelijk te beëindigen. De busboycot in Montgomery, Alabama van Martin Luther King werd in 1955 georganiseerd en door CORE ondersteund. Omdat het racisme in het zuiden zoveel dieper was geworteld dan in het noorden werd CORE een zwartere organisatie; er waren nog steeds veel blanke medestanders, maar belangrijke posities werden vooral door zwarte Amerikanen bekleed.

In de jaren ’60 ging CORE door met het organiseren van sit-ins en introduceerde ze ook de jail-in, waarbij activisten zich lieten arresteren en opsluiten om media-aandacht en sympathie te genereren. CORE was sponsor van de Mars naar Washington, een evenement van Martin Luther King waarbij 250.000 mensen bij het monument van Abraham Lincoln in Washington bijeenkwamen en King zijn beroemde ‘I have a dream’-toespraak hield. Farmer zat op het moment van de mars in de gevangenis in Louisiana, maar had een speech geschreven die door iemand anders werd voorgedragen.

Mars naar Washington

Vijandige reacties

Het doel van de campagnes van CORE was het afschaffen van de segregatie en het geregistreerd krijgen van zwarte stemmers. Officieel was het sinds de Burgeroorlog verboden om op basis van ras te discrimineren, maar de zuidelijke staten hadden allerlei indirecte wetten geïntroduceerd zodat zwarten alsnog geweerd konden worden. Sommige conservatieve blanken in het zuiden reageerden vijandig op de demonstraties, soms zelfs gewelddadig; CORE-demonstranten werden in elkaar geslagen en met traangas bestookt en de lokale politie maakte er weinig werk van hen te beschermen. In 1964 werden drie CORE-leden in Philadelphia, Mississippi vermoord door de Ku Klux Klan en ook op James Farmer werd een (mislukte) moordaanslag gepleegd.

Ook nieuwe Freedom Rides in 1961 werden begroet met geweld, waarbij banden werden doorgesneden, activisten werden mishandeld en bussen zelfs met brandbommen bekogeld werden. In verschillende staten werden ze gearresteerd of teruggestuurd; uiteindelijk konden ze alleen onder escorte van de National Guard hun tocht hervatten.

KKK

Veranderende opvattingen

In de tweede helft van de jaren ’60 richtte CORE zich weer meer op het noorden en westen van de VS, waar ook nog steeds sprake van segregatie was, zij het minder openlijk dan in het zuiden. Ook hier kwamen er steeds meer leden bij en werd het duidelijk een zwarte belangenorganisatie. Het accent verschoof van een overtuigd pacifisme naar actievere actievoering, en veel nieuwe leden stonden een militantere koers voor. In 1966 moest Farmer aftreden omdat zowel leden als geldschieters hem te behoedzaam vonden. Floyd McKissick, die met de term ‘Black Power’ kwam, volgde Farmer op. CORE was echter slecht georganiseerd zonder centraal gezag en had grote schulden, en twee jaar later nam Ray Innis het stokje van McKissick over. Innis begon CORE te herorganiseren en bouwde langzaam de grote schuld van een miljoen dollar af, waarvoor hij een sterker centraal bestuur moest instellen.

Innis noemde zijn koers pragmatisch, maar anderen vonden hem vooral conservatief en bekritiseerden zijn centralisatie. CORE werd minder een verbond van losse afdelingen dan een centraal geleide organisatie. Ook de doelstellingen van CORE veranderden. Het is zich steeds meer gaan richten op slachtoffers van criminaliteit, het verbeteren van de economische situatie en arbeidspositie van zwarten en meer zeggenschap voor de zwarte gemeenschap in Amerika.

McKissick
1941: Leen- en Pachtwet1942: Brand in Cocoanut Grove