2001: Aanname Patriot Act

De USA Patriot Act is kort na de terroristische aanslagen op 11 september 2001 in werking getreden met als doel overheidsinstanties en veiligheidsorganen meer mogelijkheden te geven om terrorisme aan te pakken. Concreet houdt het in dat de wet de Amerikaanse overheidsinstanties meer vrijheid geeft in de ‘war on terror’. Er mag op meerdere manieren informatie verzameld worden en men mag eerder optreden bij verdenkingen van terroristische activiteiten. Op 1 juni 2015 liep de wet af en werd hij vervangen door de USA Freedom Act.

Inhoud van de Patriot Act

Na de dramatische aanslagen van 11 september 2001 voelden President George W. Bush en het Congres zich genoodzaakt snel met een wetsvoorstel te komen waarbij de veiligheidsmaatregelen werden aangesterkt. Bijna anderhalve maand later trad de wet in werking.

De volledige naam van de wet was de ‘Uniting and Strengthening America by Providing Appropriate Tools Required to Intercept and Obstruct Terrorism Act of 2001’ (USA PATRIOT), vrij vertaald: ‘wet om Amerika te verenigen en te versterken door het verstrekken van geschikte instrumenten om terrorisme te onderscheppen en tegen te gaan’. De Patriot Act bestond uit een aantal onderdelen die de overheid meer vrijheid geven om terrorisme te voorkomen en te bestrijden. Het eerste onderdeel was bijvoorbeeld het verbeteren van de binnenlandse veiligheid, waarbij de macht van de FBI groter werd en bij verdenkingen ook militaire hulp ingeschakeld mocht worden. Het tweede deel draaide om de verbetering van surveillancemethodes en gaf veiligheidsdiensten meer macht om vermeende terroristen in de gaten te houden. Onder surveillance viel onder andere het afluisteren en aftappen van telefoon- en e-mailverkeer en het inzien van onder andere de financiële gegevens van de verdachten. Ook besteedde de wet aandacht aan de slachtoffers van terrorisme. Procedures voor hulp aan slachtoffers werden aangepast en versneld.

Ondertekening Patriat Act

Na de Patriot Act

Aan het einde van 2003 ondertekende president Bush de Intelligence Authorization Act, waarbij er nog meer opsporingsbevoegdheden aan de FBI werden gegeven. Ondanks het feit dat in 2005 een meerderheid van de Senaat tegen de verlenging van de wet stemde, werd de nieuwe USA Patriot Improvement and Reauthorization Act ingevoerd waarmee veel onderdelen van de voormalige Patriot Act in stand werden gehouden. In 2010 verlengde president Barack Obama de wet voor een jaar en in 2011 tekende hij er nog eens vier jaar bij voor specifieke onderdelen over het afluisteren van verdachten, het inzien van zakelijke informatie en de surveillance van verdachten.

Kritiek en vervanging

Er was veel kritiek op de Patriot Act. Vooral de schending van de privacy van het Amerikaanse volk, die volgens sommige ongrondwettelijk was, stond ter discussie. Huizen en bedrijven van burgers mochten zonder huiszoekingsbevel doorzocht worden en de FBI mocht telefoon en e-mailverkeer in de gaten houden en de financiële gegevens van verdachten inzien, en dat allemaal zonder voorafgaande toestemming van het Gerechtshof. Een ander punt van kritiek betrof de omgang met immigranten en buitenlandse bezoekers. Men vreesde dat de bevoegdheden misbruikt werden om ‘ongewenste’ mensen het land uit te kunnen zetten.

Voorstanders van de wet waren daar niet bang voor en hoopten dat de wet terroristische aanslagen in de toekomst kon voorkomen. De prijs die het volk voor een ‘leven zonder angst’ betaalde, was inlevering van een stukje privacy. Al met al is het echter niet verwonderlijk dat er sinds het invoeren van de wet kritiek op is geweest en dat men vraagtekens plaatste bij de gebruikte opsporingsmethoden van de overheid. Pas in 2005 begon de overheid in te zien dat enkele passages van de wet inderdaad vrij radicaal waren en in 2006 werd de wet enigszins aangepast. De Patriot Act is op 1 juni 2015 vervangen door de USA Freedom Act.

2001: Invasie in Afghanistan en de jacht op Osama bin Laden2002: Oprichting Guantanamo Bay