1935: De FBI wordt opgericht

Aan het begin van de twintigste eeuw begint men de aanpak van misdaad gezien als een taak van de overheid. In 1908 wordt er voor het eerst een politiemacht met speciale agenten opgericht, het BOI (Bureau of Investigation). Later, in 1935 wordt het bureau omgedoopt tot FBI (Federal Bureau of Investigation). De FBI is sindsdien uitgegroeid tot het belangrijkste gezicht van federale rechtshandhaving. De speciaal getrainde agenten van dit bureau beschermen de nationale en internationale veiligheid en zorgen voor de handhaving van het Amerikaans recht.

Het progressieve tijdperk en oprichting BOI

In 1892, een tijd waarin rechtshandhaving eerder een politieke dan professionele aangelegenheid is, ontmoet toekomstig president Theodore Roosevelt (1901-1909) generaal Charles Bonaparte. Zowel Roosevelt als Bonaparte zijn progressief en delen de mening dat niet politieke connecties, maar efficiëntie en expertise de belangrijkste factoren zouden moeten zijn als het gaat om het bekleden van overheidsfuncties. In 1901 wordt Roosevelt aangesteld als president en vier jaar later benoemt hij Bonaparte als minister van Justitie.

Rechtshandhaving op nationaal niveau is tot dan toe niet gebruikelijk. In de negentiende eeuw richten burgers zich voor rechtspraak nog voornamelijk tot een stad of gemeente. Een eeuw later is er meer behoefte aan een federale rechtshandhaving, omdat er door betere communicatiemiddelen en transport steeds meer zaken spelen die grenzen overschrijden. Deze behoefte is kenmerkend voor het progressieve tijdperk (1900-1918). Vóór deze periode wordt er van de overheid verwacht dat ze zich niet teveel inmengt in rechtshandhaving, maar de progressieve generatie Amerikanen geloven dat dit juist nodig is om rechtvaardigheid in hun groeiende, industriële gemeenschap veilig te stellen.

Tijdens zijn aanstelling brengt Bonaparte dit progressieve idee in de praktijk en richt in 1908 een politiemacht met speciale agenten op. Tot dan toe huurt het Ministerie van Justitie privédetectives in bij federale zaken en er worden regelmatig geheim agenten ingezet om onderzoek te doen. Bonaparte vindt dit geen goede zaak, omdat deze speciaal getrainde agenten niet alleen erg duur zijn, maar bovendien niet aan hem verslag uitbrengen. Hij wil zelf graag controle houden over onderzoeken die in zijn rechtsgebied worden uitgevoerd. Het Congres biedt hem deze mogelijkheid door hem de leiding te geven over een eigen politiemacht. Het federale onderzoeksteam bestaat uit hoogopgeleide en gedisciplineerde experts en het is hun hoofdtaak om corruptie en misdaad op nationaal niveau te bestrijden.

Bonaparte en Roosevelt bevelen bij hun aftreden in 1909 aan dat het speciale team - bestaande uit vierendertig agenten - als vast onderdeel van het Ministerie van Justitie wordt ingesteld. De opvolger van Bonaparte, George Wickersham, noemt de politiemacht het Bureau of Investigation (BOI).

Bonaparte

De eerste decennia van het BOI

In de jaren na de oprichting van het BOI vinden er nog maar weinig grote nationale misdaden plaats. De politiemacht houdt zich voornamelijk bezig met onderzoek op het gebied van bankzaken, fraude, inburgering, schulden en faillissement. In 1910 vindt een eerste uitbreiding van de BOI plaats wanneer de Mann Act (bijgenaamd White Slave Traffic Act) wordt ingesteld, welke vrouwenhandel illegaal maakt. Stanley Finch wordt aangenomen als commissaris van het team dat zich bezighoudt met opsporing van vrouwenhandel en Bruce Bielaski als nieuw hoofd van het BOI. Vanaf dan groeit de politiemacht uit tot driehonderd speciaal agenten. Er worden kantoren opgericht in verschillende grote steden. Veel van de vestigingen van het BOI bevinden zich langs de grens met Mexico, om smokkelpraktijken en andere illegale zaken in de gaten te kunnen houden.

Wanneer de Verenigde Staten zich in april 1917 mengen in de Eerste Wereldoorlog, breidt het BOI zich opnieuw uit. Door de oorlog vallen ook zaken als spionage en sabotage onder hun toezicht. Waar uitmuntendheid en expertise eerder als belangrijkste voorwaarden golden voor nieuwe speciaal agenten, worden in verband met de nieuwe taken van het BOI vooral agenten met een grote talenkennis aangenomen. Na de oorlog richt de politiemacht zich weer geheel op de federale misdaden die plaatsvinden in de Verenigde Staten.

De jaren twintig van de vorige eeuw staan bekend als de ‘wetteloze jaren’, wegens de opkomst van grote gangs die ten tijde van de Drooglegging hun geld verdienen met illegale drankverkoop. Hoewel het voor het BOI soms lastig is deze wetsovertreders te pakken op hun werkelijke misdaden, probeert het bureau gangleden alsnog achter de tralies te krijgen. Dankzij hun optreden verkrijgt de tot dan toe vrij onbekende politiemacht ineens status in de Verenigde Staten.

In 1924 wordt Edgar Hoover, afgestudeerd aan Harvards rechtenuniversiteit en tot dan toe werkzaam bij het Ministerie van Justitie, aangesteld als hoofd van het BOI. De keuze voor deze geschoolde en getrainde jongeman versterkt de progressieve traditie van het bureau. Tijdens Hoovers aanstelling heeft het BOI 650 mensen in aanstelling, waarvan 441 speciaal agenten. Hoover hanteert een strak regime met strenge controle van BOI-kantoren en agenten. In 1928 stelt Hoover een speciale training in voor nieuwe agenten, die vanaf dan alleen mogen toetreden als ze tussen de vijfentwintig en dertig jaar oud zijn. Begin jaren dertig is de training geïnstitutionaliseerd, is de veldinspectie van het BOI gestandaardiseerd en vinden er diverse ontwikkelingen plaats op het gebied van federaal strafrecht, waaronder een nationale vingerafdrukkendatabase.

BOI

Ontstaan van de FBI

Na de ‘wetteloze jaren’ volgt door de uitbraak van de Grote Depressie een nieuwe moeilijke tijd waarin criminaliteit sterk de kop op steekt. Om deze nieuwe misdaadgolf aan te pakken besluit president Franklin Roosevelt (1933-1945) de federale rechtshandhaving nog verder uit te breiden. Het BOI wordt in 1935 omgedoopt tot de FBI (Federal Bureau of Investigation). Hoover, die merkt dat de media veel aandacht besteed aan de ‘Oorlog tegen Misdaad’, besluit ook publiek te gaan, onder andere door een FBI nieuws bulletin. Zo krijgt het bureau meer naamsbekendheid onder de Amerikaanse bevolking. Bovendien wordt het volk hierdoor actief betrokken bij bijvoorbeeld het opsporen van een verdachte. De FBI groeit in deze moeilijke jaren nog verder uit en eind jaren dertig heeft het bureau kantoren in tweeënveertig verschillende steden en 654 speciaal agenten en 1141 ondersteunende werknemers in dienst.

Met de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog krijgt de FBI opnieuw meer verantwoordelijkheden en komen sabotage en spionage weer op nummer een op de prioriteitenlijst te staan. De FBI neemt nu ook afgestudeerden van de politieacademie aan. In deze periode groeit het bureau enorm en in 1945 heeft de FBI 13.000 mensen in dienst, waarvan 4.000 speciaal agenten. De FBI is dan uitgegroeid tot het belangrijkste federale bureau van onderzoek en is verantwoordelijk voor al het onderzoek op het gebied van (mogelijke) nationale dreigingen.

In de decennia die volgen blijven de taken van de FBI groeien doordat diverse wetswijzigingen steeds meer zaken tot ‘nationaal’ belang bestempelen. Zo komen zaken als gokken en overtreding van het burgerrecht onder toezicht van de FBI te staan. Snelle ontwikkelingen in technologie zorgen ervoor dat steeds meer misdaden door middel van forensisch onderzoek in het FBI-laboratorium kunnen worden opgelost.

Hoover

De FBI vanaf de jaren 1970

In 1972 sterft Hoover, na achtenveertig jaar bij de FBI te hebben gewerkt. President Nixon wijst Patrick Gray als nieuw hoofd aan. Gray is de eerste die vrouwen toelaat als speciaal agent. Vlak na zijn aanstelling vindt er een schandaal plaatst, waarbij enkele mannen in het Watergate Office-gebouw in Washington inbreken om belangrijke documenten te fotograferen. Na onderzoek van de FBI blijkt Gray’s rol in het schandaal dubieus te zijn. Hij besluit afstand te nemen van zijn functie als directeur. FBI-agent Clarence Kelley neemt de functie in 1973 over.

Kelley is vastbesloten het publieke vertrouwen in de FBI na het schandaal met Gray weer te herstellen. Hij verscherpt daarom opnieuw de selectieprocedure en training van speciaal agenten en de controle van de diverse FBI-kantoren. De grootste innovatie die Kelley doorvoert is zijn regel van kwaliteit boven kwantiteit. De belangrijkste zaken voor een bepaalde regio krijgen de hoogste prioriteit. Om deze regel nog eens te versterken, stelt de FBI drie nationale prioriteiten vast: georganiseerde misdaad, witteboordencriminaliteit en buitenlandse intelligentie. Eind jaren zeventig heeft het bureau 8.000 speciaal agenten in dienst.

In 1978 wordt Kelley opgevolgd door voormalig federaal rechter William Webster. Hij stelt, na een reeks incidenten begin jaren tachtig, terrorisme aan als vierde nationale prioriteit. De verantwoordelijkheden van de FBI breiden zich opnieuw uit in de jaren tachtig, wanneer drugssmokkel een groot probleem vormt. In 1987 bekleedt John E. Otto kort de functie van directeur en hij voegt drugscriminaliteit toe als vijfde nationale prioriteit. Zijn opvolger, William Sessions, maakt zich sterk voor het terugdringen van de vraag naar drugs. Zo worden er in samenwerking met de FBI leerprogramma’s ontwikkeld voor scholen om leerlingen de gevaren van drugs bij te brengen.

FBI in de jaren 90

In de jaren negentig voegt Sessions gewelddadige misdaad als zesde nationale prioriteit aan de FBI-lijst toe. Een van de projecten die het bureau in samenwerking met de politie begint is Operatie Veilige Straten, die criminelen en gangs van de straat moet houden. Misdaadplegers kunnen steeds beter worden opgespoord door grote doorbraken op het gebied van forensisch onderzoek, waaronder DNA-technologie. Verschillende staten beginnen naast een vingerafdrukkendatabase ook een DNA-database bij te houden.

Met de intrede van betere en snellere publieke communicatiemiddelen worden internationale zaken steeds meer van belang. In 1993 wordt Louis Freeh aangesteld als directeur en hij legt zich toe op zowel binnen- als buitenlandse criminaliteit. In 1994 wordt het eerste FBI-kantoor buiten de Verenigde Staten geopend, in Moskou. Het jaar erop volgen nog eens 21 nieuwe vestigingen overzee. Sinds de jaren negentig staat ook cybercrime op de lijst van de FBI. Het bureau richt het CITAC op, een instelling die cyberaanvallen op de overheid moet voorkomen. Subdivisies van deze instelling houden zich bezig met andere vormen van internetcriminaliteit, waaronder de verspreiding van kinderporno.

FBI

De FBI in de eenentwintigste eeuw

In 2001 wordt Robert Mueller als directeur aangesteld met de specifieke taak de technologische infrastructuur en beveiliging van de FBI te verbeteren. Enkele dagen later vindt echter de aanslag op het World Trade Center plaats en wordt alle aandacht van de FBI op het daaropvolgende onderzoek gericht. Terrorisme komt op de eerste plaats op de prioriteitenlijst te staan en Mueller begint aan een herstructurering van de FBI, zodat het bureau zich meer kan toeleggen op het voorkomen van nieuwe aanslagen. Terrorisme geldt nog steeds als de belangrijkste verantwoordelijkheid van het bureau.

Mueller
1934: De Indian Reorganization Act1937: De Hindenburg Ramp

Boek nu je camper voor 2018!
Bekijk de vroegboekacties