Wat lange tijd onvoorstelbaar was, is toch gebeurd: Donald Trump is als enige Republikeinse presidentskandidaat overgebleven en daarmee zeker van de
nominatie van zijn partij. Het blijkt maar weer eens hoe gevaarlijk het is om iemand te onderschatten.
De voorverkiezingen in New York hebben de verwachte winnaars opgeleverd: Hillary Clinton en Donald Trump. Allebei speelden ze een thuiswedstrijd (ze wonen en
werken er en Hillary was eerder senator voor New York) en kregen ze rond de 60% van de stemmen. Desondanks houden hun concurrenten moedig vol.
Met steeds meer voorverkiezingen achter de rug naderen
de twee partijconventies waar de presidentskandidaten officieel worden gekozen. Gewoonlijk zijn die conventies een voorgekookt en goed geregisseerd
spektakel, maar bij de Republikeinen zou het dit jaar anders kunnen verlopen.
De uitkomst van Super Tuesday is eigenlijk wel zoals verwacht: bij de Democraten heeft Hillary Clinton zeven staten gewonnen, waarmee ze bijna zeker lijkt
van de nominatie. Bij de Republikeinen was Donald Trump met ook zeven staten de grote winnaar. Na alle voorgaande successen lag dat wel voor de hand.
Verrassend is vooral dat geen van de overgebleven tegenstrevers het op lijkt te geven, het Republikeinse speelveld blijft versplinterd.
Het is op 1 maart 2016 Super Tuesday, de dag waarop in een groot aantal Amerikaanse staten voorverkiezingen (primaries) of caucuses worden gehouden. Deze dag is voor de presidentskandidaten die nog in de race zijn (het speelveld
is inmiddels aardig uitgedund) van groot belang.
Het is bijna een traditie in de marge van de presidentsverkiezingen aan het worden: reuring rond de muziek die de
kandidaten in hun campagne gebruiken. Vooral de Republikeinen daarover raken nogal eens in ruzies verzeild. Politici
willen onomstreden songs, artiesten willen onomstreden politici.
Onverwacht is er een nieuw onderwerp in de Amerikaanse verkiezingsstrijd opgedoken: de benoeming van een nieuwe rechter in het Supreme Court. Het is een
positie van groot politiek belang, rond de benoemingen ontstaat dan ook altijd heisa.
Nadat op de partijconventies in juli elke partij kandidaat heeft genomineerd, beginnen de ‘echte’ verkiezingen. Vanaf dat moment volgen tv-debatten tussen de
Democratische en Republikeinse kandidaten (en eventueel een onafhankelijke derde kandidaat) in de aanloop naar de verkiezingsdag, 8 november. Hoe gaan die
verkiezingen ook alweer in hun werk?
De eerste klap is zoals bekend een daalder waard, maar na de eerste klappen van de caucus in Iowa en de primary in
New Hampshire weten we eigenlijk nog niet veel meer dan voordien.
Met het naderen van de Amerikaanse presidentsverkiezingen – wat heet: ze zijn pas in november 2016, dus over ongeveer negen maanden – zullen we weer
talloze partijbijeenkomsten met rood-wit-blauwe vlaggen en ballonnen langs zien komen. Ook de partijsymbolen worden dan van stal gehaald: de Democratische
ezel en de Republikeinse olifant. Het zijn geen voor de hand liggende mascottes voor een politieke partij. Grappig is dat één man ze allebei populair heeft
gemaakt.