Super Tuesday: the day after

door Maurits van den Toorn wo 2 mrt. 2016 16:54

De uitkomst van Super Tuesday is eigenlijk wel zoals verwacht: bij de Democraten heeft Hillary Clinton zeven staten gewonnen, waarmee ze bijna zeker lijkt van de nominatie. Bij de Republikeinen was Donald Trump met ook zeven staten de grote winnaar. Na alle voorgaande successen lag dat wel voor de hand. Verrassend is vooral dat geen van de overgebleven tegenstrevers het op lijkt te geven, het Republikeinse speelveld blijft versplinterd.

Donald Trump kandidaat Republikeinen Hillary Clinton kandidaat Democraten

De cijfers

Van die tegenstrevers won senator Cruz in zijn thuisstaat Texas, in Oklahoma en Alaska, Rubio haalde alleen Minnesota binnen. John Kasich en Ben Carson haalden niets binnen. Dat Kasich in de race blijft is te verklaren, hij verwacht op 15 maart te kunnen scoren in zijn thuisstaat Ohio. Je kunt je afvragen wat het tegen die tijd nog uitmaakt (er zijn dan in nog eens tien staten voorverkiezingen geweest), hoogstens wacht het vicepresidentschap. Dat de nu al bijna vergeten Carson nog mee blijft doen is een raadsel. Zie de cijfers: een kandidaat heeft op de Republikeinse conventie 1237 stemmen nodig om de nominatie binnen te halen. Trump heeft er nu 316, Cruz 226, Rubio 106, Kasich 25 en Carson komt niet verder dan 8.

Donald Trump

Het Republikeinse partij-establishment, de ‘keurige conservatieven’, moet maar gaan wennen aan de mogelijkheid dat Trump inderdaad ‘hun’ kandidaat gaat worden. De steun van de partijleiding voor Rubio heeft nog niet tot indrukwekkende resultaten geleid; kleine kans dat dat nog gaat gebeuren. Niemand kan tegen de man op die het spel weet te bepalen. Zelfs pogingen om het spel op dezelfde manier te spelen – dat wil zeggen grof en op de man; Rubio merkte onlangs op dat Trump tijdens een debat waarschijnlijk in z’n broek had geplast, dat soort dingen – lopen op niets uit. Dat was voorspelbaar, want waarom zou je als kiezer voor een (slechte) kopie gaan als je ook voor het origineel kunt kiezen?

Het is interessant om te zien hoe de bejegening van Trump inmiddels aan het veranderen is. Aanvankelijk werd hij door journalisten en analisten-die-het-weten-konden weggezet als een clown, een onbenul die mensen beledigde, idiote ideeën erop na hield en volstrekt geen kans zou maken in de voorverkiezingen. Hij zou in het begin van de campagne voor wat reuring zorgen, maar was ongetwijfeld al lang uitgerangeerd als de strijd tussen de ‘grote jongens’ – denk aan Jeb Bush en Chris Christie – echt begon. Het doet denken aan de manier waarop de Nederlandse pers ooit de aantrekkingskracht van Pim Fortuyn onderschatte: ook hij werd weggezet als een kansloze pias.

Tsja, en nu? De ‘grote jongens’ zijn uitgerangeerd en vertrokken, de enige min of meer serieuze concurrenten zijn twee relatief onbekende senatoren. En nu Trump de ene na de andere ronde weet te winnen, zie je de teneur in de commentaren veranderen: hij blijft weliswaar een rare vent, dat nemen de commentatoren niet terug, maar je kunt nu ook horen en lezen dat hij ‘authentiek’ is, durft te zeggen waar het op staat, overdrijving zijn campagnestijl is, enzovoort. Ook gehoord: ‘ach, hij gaat zich als het zover is vanzelf wel presidentieel gedragen.’

Ook enkele prominente partijgenoten, onder wie Chris Christie, hebben zich openlijk achter Trump geschaard. Het doet denken aan het aloude spreekwoord ‘wiens brood men eet, diens woord men spreekt’. Je ziet dat mensen als het ware al mentaal de bocht aan het nemen zijn voor de situatie waarin Trump inderdaad de Republikeinse nominatie in de wacht weet te slepen en definitief écht serieus moet worden genomen.