1864: Sand Creek Massacre

De Sand Creek Massacre is de wreedste slachtpartij uit de American Indian Wars, een reeks oorlogen en veldslagen tussen blanke Amerikanen en verschillende indianenstammen- en naties. Sand Creek, de plaats waar de verschrikkelijke moordpartij plaatsvond, is tegenwoordig een National Historic Site ter herdenking van alle onschuldig gestorven Cheyenne en Arapaho.

Veilige doorgang

Op 17 september 1851 sloot de Amerikaanse regering met een zevental indianenstammen een aantal overeenkomsten met betrekking tot betalingen, leefgebied en de veiligheid van immigranten. Tijdens de goudkoorts in Californië trokken er veel schatzoekers en goudgravers van Europese en Amerikaans- Europese afkomst door de reservaten tussen de rivieren van Arkansas en Missouri (het huidige zuidoosten van Wyoming, zuidwesten van Nebraska en de grootste delen van in het oosten van Colorado en het westen van Kansas). In ruil voor een betaling van vijftig duizend dollar per vijftig jaar garandeerden de stammen een veilige doorgang voor de kolonisten en passagiers van de Oregon Trail, de 3400 kilometer lange spoorlijn tussen Missouri en de monding van de Columbia rivier in de Stille Oceaan tussen Oregon en Washington. Ook stonden ze toe dat er enkele wegen aangelegd werden door hun leefgebied.

Oregan Trail

Pikes Peak Gold Rush

Toen er in november 1858 goud werd ontdekt in de Rocky Mountains in Colorado, leidde dit tot een gigantische toestroom van zo’n 100.000 Amerikaans- Europese immigranten door het land van de Cheyenne en de Arapaho, twee van de grootste stammen uit dat reservaat. Deze vloedgolf aan goudzoekers wordt de Pikes Peak Gold Rush (en later de Colorado Gold Rush) genoemd en was één van de grootste aanvallen van goudkoorts geweest in de Amerikaanse geschiedenis. Er werd gevochten om grondstoffen en een groot aantal immigranten probeerde zich te settelen in het territorium van de indianen. Aangezien dit tegen de afspraken met de verschillende stammen inging, riepen de blanke immigranten op tot herziening van de gesloten overeenkomsten. In de herfst van 1860 arriveerde de Amerikaanse commissaris van het Ministerie van Indiaanse Zaken om een reeks nieuwe onderhandelingen met de indianenstammen te leiden.

Gold Rush

Nieuwe afspraken

Op 18 februari 1861 werd er een nieuwe overeenkomst gesloten, de Treaty of Fort Wise. De indianenstammen leverde het grootste gedeelte van het in 1851 toegezegde gebied in, er bleef minder dan één dertiende van het oorspronkelijke leefgebied over. Wat ze hiervoor in ruil kregen, is niet bekend. Veel van de stamleden waren boos en ontevreden, omdat naar hun mening de stamhoofden van de Cheyenne en de Arapaho veel te gewillig waren geweest. Ze zouden getekend hebben zonder rekening te houden met de rest van de stammen, zonder de overeenkomst te begrijpen of ze waren gewoonweg omgekocht.

De tegenstanders van de nieuwe overeenkomst hielden zich dan ook niet aan de afspraken van de overeenkomst en bleven jagen in de bizonrijke gebieden die vroeger tot het reservaat behoorden. De vele goudzoekers die zij daar tegenkwamen en de nieuwe spoorlijn richting de goudmijnen rondom de Smokey Hill rivier in Kansas die in korte tijd was aangelegd leidden tot strijdlustige gevoelens, vooral onder de leden van Dog Soldiers, een militaristische groep Cheyenne en Lakota.

De kolonisten waren het hier niet mee eens. Volgens hen was de overeenkomst een ‘solemn obligation’ en zij zagen de buiten hun leefgebied jagende indianen als een bedreiging. Officieel golden zij nu als vijanden en er werd in stilte een oorlog voorbereid.

Treaty Territories

Mobilisatie

Vanwege het begin van de Amerikaanse Burgeroorlog in 1861 werden alle militaire troepen van Colorado georganiseerd. Na hun overwinning op het confederale leger van Texas in 1862, bleef het eerste regiment van het vrijwilligersleger van Colorado aangesteld als vaste bewaking van het Colorado Territory onder leiding van Kolonel John Chivington. Chivington trad hard op tegen indianen die door de kolonisten beschuldigd werden van diefstal van levensmiddelen.

In april 1864 vielen de Amerikaanse soldaten zonder enige waarschuwing een aantal kampen van de Cheyenne aan en werd er zo’n 10% van de totale behuizing van de Cheyenne natie vernietigd. Een maand later, toen een patrouillegroep het pad kruiste van een aantal Cheyenne in hun zomerkamp (voor de buffeljacht), werden er twee stamhoofden doodgeschoten toen zij de soldaten benaderden om hun vreedzame bedoelingen kenbaar te maken. Dit incident leidde tot heftige wraakgevoelens onder de Cheyenne en leidde tot een aantal opstootjes tussen blanke soldaten en indianen.

Cheyenne

Vredesonderhandelingen

In een poging om de conflicten zonder verder geweld op te lossen, trok er een groep van zo’n achthonderd indianen (voornamelijk Cheyenne) onder leiding van Cheyenne stamhoofd Black Kettle en Chief Niwot van de Arapaho het oostelijk gelegen Fort Lyon. De Amerikanen hadden beloofd dat hier vreedzaam onderhandeld kon worden. Onderweg sloegen zij hun kamp op bij Sand Creek, zo’n 40 mijl ten noorden van het fort.

Vanwege de beloofde wapenstilstand, stuurde Black Kettle de meeste van zijn krijgers op pad om te jagen en zo de reisgroep te voorzien van voedsel. Als teken van zijn vriendschap legde hij, zoals afgesproken met de kolonisten en hun legers, een Amerikaanse vlag over zijn tent. Zo zou hij veilig zijn voor een eventuele aanval van de soldaten. Alle vrouwen en kinderen bleven achter in het kamp, samen met zo’n zestig mannen, voornamelijk indianen die te oud waren om te jagen.

Sand Creek Massacre

Vanuit Fort Lyon was een groep van zo’n zevenhonderd Amerikaanse soldaten, onder leiding van de beruchte Chivington, vooruit gestuurd naar het kamp van Black Kettle om een vreedzame doorgang te garanderen. Vroeg in de ochtend van 29 november 1864 gaf Chivington zijn mannen toch het bevel het indianenkamp aan te vallen. Hoewel veel van de soldaten dit bevel weigerden, waren er genoeg die er wel gehoor aan gaven. De Amerikaanse vlag ten teken van vriendschap en de witte vlag die al snel door de indianen werd gehesen werden genegeerd. Ondanks het feit dat er voornamelijk vrouwen en kinderen in het kamp aanwezig waren, werd er niemand gespaard. De achterblijvers werden wreed afgeslacht of ernstig verminkt en tenten werden in brand gestoken. Toen de meeste rook was weggetrokken, kwamen de Amerikaanse soldaten terug om de gewonde indianen alsnog te vermoorden en sieraden en paarden mee te nemen.

1864: Sand Creek Massacre
1862: Homestead Act1865: Thirteenth Amendment