1865: Thirteenth Amendment

In de achttiende eeuw en de eerste helft van de negentiende eeuw was slavernij in de Verenigde Staten een heel gewoon verschijnsel. Vooral in de zuidelijke staten lagen veel (katoen)plantages waarop duizenden Afro-Afrikanen onvrijwillige arbeid verrichtten, vaak onder slechte omstandigheden. Al in de achttiende eeuw gingen er echter stemmen op die afschaffing van de slavernij eisten. De beweging met dit doel werd het abolitionisme genoemd. Uiteindelijk leidde dit protest tot het Dertiende Amendement van de grondwet. In dit amendement werden slavernij en onvrijwillige arbeid per wet verboden.

Het abolitionisme

In de hele eerste helft van de negentiende eeuw voerden de abolitionisten (leden van de anti-slavernijbeweging) een strijd met als doel de afschaffing van de slavernij in alle Verenigde Staten. Veel noordelijke staten voerden abolitionistische wetten in, maar de zuidelijke staten stribbelden tegen. Daar floreerde onder meer de katoenindustrie en profiteerden plantage-eigenaren van de slaven die hun persoonlijke bezit waren. De spanning die, mede, door dit meningsverschil ontstond, was aanleiding tot de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). De noordelijke staten wonnen en voegden meteen daarna het Dertiende Amendement aan de grondwet toe, waarin de slavernij officieel verboden werd op het grondgebied van de Verenigde Staten.

Symbool abolitionisme

Geschiedenis en achtergrond van het Dertiende Amendement

Tussen 1789 en 1804 voerden de meeste noordelijke staten wetten door waarin de slavernij officieel verboden werd. In 1810 was 75% van de zwarte bevolking in het noorden vrij. In 1808 werd een wet door het Congres aangenomen waardoor het invoeren van slaven bestraft kon worden. Toch betekende dit niet het einde van de slavernij. De meeste zuidelijke staten bleven economische afhankelijk van de slavernij en weigerden dan ook hier een einde aan te maken. Toen het grondgebied van de Verenigde Staten in het zuidwesten werd uitgebreid, kwamen hier uitgebreide katoenplantages waarop duizenden Afro-Amerikanen lange en zware dagen maakten zonder betaald te worden en zonder uitzicht op vrijheid.

Abolitionisten probeerden wetten door te voeren die slavernij in het hele land verboden, maar slavernij was in die tijd een belangrijk onderdeel van de Amerikaanse samenleving en voorstanders van de slavernij hadden veel politieke invloed. De opbloeiende stedelijke industrie in het noorden, met als middelpunt New York, was voor een groot deel afhankelijk van de door slaven geproduceerde producten uit het zuiden, zoals katoen. De meeste Amerikaanse presidenten voor 1861, toen President Abraham Lincoln werd gekozen, waren slavenhouders en dus niet geneigd de slavernij te verbieden. Ondanks het verbod op invoer van slaven was er binnen de grenzen van de Verenigde Staten sprake van een levendige handel in slaven. Afro-Amerikaanse vrouwen werden ook aangemoedigd of soms zelfs gedwongen om zoveel mogelijk kinderen te verwekken, zodat het systeem zichzelf in stand kon houden. Om slaven in het zuiden in vrijheid te stellen werd een vluchtroute naar het noorden opgericht, de Underground Railroad.

Alleen een radicale gebeurtenis kon verandering brengen in deze situatie. Die gebeurtenis was de Amerikaanse Burgeroorlog. Zoals in de inleiding al vermeld was de slavernijkwestie één van de oorzaken van de spanning tussen noord en zuid. In 1861 werd Abraham Lincoln gekozen tot president; hij stond bekend als een tegenstander van slavernij en was verder erg liberaal. De mensen die op hem gestemd hadden waren voornamelijk uit het noorden afkomstig, en daarom voelde het zuiden zich achtergesteld en scheidde het zich af door een nieuwe unie te vormen (de Geconfedereerde Staten van Amerika) en een nieuwe president aan te stellen: Jefferson Davis. De oorlog zorgde voor een vertraging van het proces van abolitionisme, omdat Lincoln bang was dat nog meer staten zich van de Noordelijke Unie zouden afscheiden als hij een verbod op slavernij in de grondwet zou zetten. De slaven in het zuiden zagen in Lincoln echter hun bevrijder en probeerden naar het noorden te vluchten, waar velen van hen dienst namen in het leger. Onder andere dankzij de numerieke meerderheid van hun leger konden de noordelijke staten de oorlog winnen. In de gebieden die ze bevrijdden werd meteen een verbod op slavernij ingevoerd. De overgave van alle zuidelijke troepen in 1865 zorgde ervoor dat de weg openlag voor een nationaal verbod op slavernij.

1865: Thirteenth Amendment

Inhoud en betekenis

Dankzij het Dertiende Amendement was elke vorm van slavernij of onvrijwillige arbeid in Amerika verboden, met uitzondering van dwangarbeid opgelegd door de overheid als strafmaatregel. Argumenten voor afschaffing waren voornamelijk moreel van aard. De meeste mensen zagen het houden van slaven als economisch voordelig. Ze vonden het echter ook in strijd met hun principes van vrijheid en gelijkheid en protesteerden tegen de onmenselijke manier waarop veel slaven behandeld werden. De filosoof Adam Smith, en met hem vele anderen, was van mening dat slavernij nadelig was voor economie. Smith ontwikkelde de theorie van de vrije markt en zag in dat een beloning mensen stimuleerde om harder te werken. Ook zorgde de afschaffing van de slavernij voor veel meer consumenten, die allemaal geld verdienden en dat weer konden besteden aan de producten die de industrie en landbouw verkochten. Dat was allemaal gunstig voor de economie van de Verenigde Staten, die zich in die tijd enorm aan het uitbreiden was.

13e amandement

Gevolgen

Na de Burgeroorlog volgde in de zuidelijke staten een periode van reconstructie. Een van de aandachtspunten was de positie van ex-slaven in de maatschappij. De slavernij was dan wel ten einde, maar er was nog een lange weg te gaan voordat de zwarte bevolking van de Verenigde Staten volledig geëmancipeerd was. Al in 1865 begonnen voormalige slavenstaten wetten in te voeren die mensenrechten en burgerlijke vrijheden van kleurlingen beperkten. Deze wetten werden Black Codes genoemd en sloten Afro-Amerikanen uit van onderwijs en goede banen. Daardoor bleven de ex-slaven helemaal onderaan de sociale ladder staan. Pas de mensenrechtenbewegingen in de jaren 60 van de twintigste eeuw, met als bekendste leider Martin Luther King, konden hierin verandering brengen. In 2008 nam het Huis van Afgevaardigden een voorstel aan waarin officiële verontschuldigingen werden aangeboden aan alle slachtoffers van onvrijwillige arbeid. De afschaffing van de slavernij was een eerste stap in een lang emancipatieproces voor de zwarte bevolking van de Verenigde Staten.

Black code
1864: Sand Creek Massacre1865: Einde Amerikaanse Burgeroorlog