1995/1996: United States Federal Government-shutdown

Wanneer in september en november 1995 de begrotingsonderhandelingen tussen president Clinton en het Congres vastlopen, worden de meeste overheidstaken gedurende enkele dagen stilgelegd. Veel medewerkers worden naar huis gestuurd, alleen nooddiensten als politie en brandweer blijven beschikbaar. De stillegging bestond uit twee periodes van in totaal 28 dagen en staat tegenwoordig bekend als de 'United States Federal Government-shutdown' – de langste overheidssluiting uit de Amerikaanse geschiedenis. Demonstratie na shutdown

Aanleiding

Eind september 1995 wordt een begroting gemaakt voor het komende kalenderjaar. Hiervoor werkt de democratische president Bill Clinton samen met het Congres, de volksvertegenwoordiging die wordt gevormd door de Senaat en het Huis van Afgevaardigden. Dat overleg verloopt niet zo soepel als gepland. Het partijprogramma van Clinton besteedt vooral aandacht aan sociale zekerheid. Een jaar na zijn verkiezingsoverwinning in 1992, tekent Clinton bijvoorbeeld de Family and Medical Leave Act, wat inhoudt dat bedrijven met een bepaalde omvang werknemers onbetaald verlof mogen verlenen in geval van ernstige medische situaties of problemen binnen de familie.

In de 'mid-term', de periode tussen de gewonnen verkiezingen en de herverkiezingen van 1996, gaat het de Democraten minder voor de wind: ze verliezen hun meerderheid in het Huis van Afgevaardigde en de republikein Newt Gingrich wordt in 1994 de nieuwe voorzitter van het Congres. Hij heeft een contract getekend waarin staat dat de overheidsuitgaven op korte termijn moeten worden verminderd.

De shutdown

Clintons partijprogramma richt zich op het verbeteren van milieu, onderwijs, sociale zekerheid en sociale gezondheid door subsidie. De geplande bezuinigingen betekenen een gevaar voor de bewegingsvrijheid van Clinton en hij spreekt daarom een verbod uit op de Republikeinse bezuinigingsplannen voor de begroting van 1996.

Er ontstaat een botsing tussen uiteenlopende wensen. De meeste gedane voorstellen komen niet door de democratische Senaat en de focus van het republikeinse Huis van Afgevaardigden ligt vooral op het bemoeilijken van het presidentschap van Bill Clinton. Clinton op zijn beurt weigert almaar te snijden in het budget voor de publieke gezondheid, waarna Gingrich dreigt een veto uit te spreken op het verhogen van het schuldenplafond van de overheid. Er wordt een nieuw wetsvoorstel gedaan, maar er kan geen akkoord bereikt worden. Hoewel Bill Clinton regeert in een periode van relatieve welvaart, zijn de uitgaven van Amerika nog altijd hoger dan de inkomsten, waardoor er een voortdurend begrotingstekort is. Dit tekort mag niet hoger stijgen dan een bepaalde limiet. Clinton en het Republikeinse congres kunnen het maar niet eens worden en de voortdurende onenigheid leidt ertoe dat de overheid wordt gesloten op 14 november 1995.

Op 19 november wordt de sluiting opgeheven en komen de president en het Congres opnieuw bij elkaar. Ze besluiten samen dat ze de bezuiniging zullen spreiden over zeven jaar. Hoe dat precies moet gebeuren, wordt een tweede punt van discussie. Opnieuw komen de verdeelde partijen niet overeen, wat leidt tot een nieuwe sluiting van de overheid op 15 december. Deze periode duurt maar liefst 21 dagen. Pas op 6 januari 1996 komt er een gebalanceerd zevenjarenplan, waarin de meeste toekomstige bezuinigingen en belastingverhogingen zijn opgenomen.

Gevolgen

De shutdown heeft gevolgen op korte en lange termijn. Tijdens de eerste sluiting worden naar schatting achthonderdduizend mensen naar huis gestuurd, tijdens de tweede sluiting is dat nog maar dertien procent van het overheidspersoneel, ongeveer 250.000 mensen. De meeste overheidsmedewerkers worden tijdens hun ‘verlof’ doorbetaald, wat ongeveer haaks staat op de discussie die overheid voerde over forse bezuinigingen. Naar schatting kost de shutdown de regering 750 miljoen dollar, waarvan meer dan de helft opgaat aan betaalde verlofdagen van overheidsmedewerkers. De shutdown levert daarnaast overlast op voor burgers, omdat veel zaken zoals het aanvragen van paspoorten behoorlijke vertraging oplopen.

Uiteindelijk worden de partijen het eens dat de bezuiniging zal worden gespreid over zeven jaar. Vooral bij Medicare, het plan voor sociale zekerheid, worden miljoenen dollars geschrapt. Clinton komt hiermee grotendeels tegemoet aan de wensen van de republikeinen: driekwart van hun bezuinigingsbudget zal werkelijkheid worden.

Politiek gezien zijn er bronnen die beweren dat de shutdown de reputatie van president Clinton goed heeft gedaan: Gingrich verwachtte dat het volk tijdens de shutdown de kant van de Republikeinen zou kiezen, maar dat is niet echt het geval. Clintons politieke visie schuift geleidelijk op van democratisch links naar een meer gematigde positie, wat gunstig blijkt voor zijn ambtstermijn. In 1996 wordt hij met ruime meerderheid herkozen, waardoor er weer sinds lange tijd een democraat zijn twee wettelijk toegestane ambtstermijnen volledig uitzit.

1996: Olympische Spelen Atlanta1998: Lewinsky Scandal