1996: Olympische Spelen Atlanta

De Olympische Spelen van 1996 in Atlanta kenden twee kanten. Van de ene kant het sportieve verhaal, met nieuwe heldenverhalen en scherpere wereldrecords. Aan de andere kant hadden deze Spelen echter een donkere zijde door ook een dramatisch verhaal van een nagelbom en het bedenkelijke niveau van de logistieke organisatie.

Algemeen

Belangrijkste accommodaties:

  • Centennial Olympic Stadium (85.000 toeschouwers): openings- en sluitingsceremonie, nu omgebouwd tot Turner Field, thuishaven van de honkballers van Atlanta Braves
  • Georgia Dome (28.000 toeschouwers): gymnastiek, turnen en finales bij basketbal en handbal
  • Stone Mountain Tennis Center, op ongeveer 30 kilometer van Atlanta (12.000 toeschouwers)
  • Georgia Tech Aquatic Center op de campus van Georgia Tech University (14.000 toeschouwers)
  • Georgia World Congress Center (variërende capaciteit), veel binnensporten
  • Panther Stadium op de campus van Clark Atlanta University (5.000 toeschouwers): hockey
  • Sanford Stadium in Athens, op ongeveer 100 kilometer van Atlanta (90.000 toeschouwers): voetbalfinales

Deelnemers: 10.320 sporters uit 197 landen

Top 3 medaillespiegel:

  1. Verenigde Staten (44 goud, 32 zilver, 25 brons)
  2. Rusland (26, 21, 16)
  3. Duitsland (20, 18, 27)

Beste individuele prestatie: Zwemster Amy Van Dyken (USA): viermaal goud

Olympische Spelen Atlanta

Een goed begin is het halve werk

De aanloop naar de Spelen waren veelbelovend. Er werd groot uitgepakt vanwege het honderdjarig jubileum van de moderne Olympische Spelen. Bovendien waren voor het eerst alle landen ter wereld aanwezig op het evenement en werd de vlam ontstoken door de bokslegende Muhammad Ali, volgens Amerikanen de grootste sporter aller tijden. De beveiliging werd daarnaast opgeschroefd, met name vanwege enkele recente bomaanslagen die de wereld deden opschrikken. Er waren voetbalstadions aangewezen waar vaak wel 100.000 toeschouwers konden plaatsnemen. De aanloop naar de zomer stond bol van de Olympische reclames, mascottes en andere megalomane aankondigingen voor het grootste evenement op aarde in het machtigste land ter wereld. Kortom, niemand kon om de Olympische Spelen heen.

Een flinke deuk in het imago

Hoe goed de voorbereidingen ook waren, op twee punten ging het goed mis. Ten eerste bleek de beveiliging niet zo ondoorgrondelijk als gedacht werd. In het Centennial Olympic Park in het centrum van Atlanta kwamen bezoekers van de Spelen dagelijks bijeen voor shows, concerten en andere evenementen in het kader van de Spelen. Op 27 juli ontdekte een beveiligingsmedewerker daar een nagelbom. Tijdens de evacuatie ontplofte de bom en raakten meer dan honderd mensen gewond, waarvan er uiteindelijk twee overleden. De bom werd opgeëist door de conservatieve Eric Rudolph, die meende dat de Amerikaanse overheid na het bespreken van abortus en openlijke homoseksualiteit haar morele geloofwaardigheid had verloren.

Ook op organisatorisch gebied verliep het evenement verre van perfect. Velen meenden dat de Spelen overgecommercialiseerd waren. Coca Cola, gehuisvest in Atlanta, had bijvoorbeeld het alleenrecht op sportdranken rond de Spelen en kreeg daardoor een negatief, bijna dictatoriaal imago. De gedachten gingen al snel terug naar de ‘Coca Cola Games’ van 1984 in Los Angeles, waar de overdaad aan reclame ook al in het verkeerde keelgat was geschoten bij het mondiale publiek. Daarnaast was de logistiek en het transport binnen de stad een ramp. Het verkeer stond vaak muurvast, chauffeurs konden door een overvloed aan informatie de weg vaak niet vinden en in stadions haperden de scorecomputers nogal eens.

Overdaad aan reclame

De andere kant van het verhaal

Natuurlijk is er ook een sportief verhaal te vertellen. Als Nederlanders herinneren we ons het goud van de volleybalmannen en de beelden met Willem-Alexander die langs de kant van het veld rondspringt. Maar er was meer succes. Goud was er ook voor Bart Brentjens, de herenacht bij het roeien en de mannenhockeyploeg. Daarnaast won de Nederlandse equipe vijf zilveren medailles, waaronder een voor Anky van Grunsven en tien bronzen medailles (onder meer voor de vrouwenhockeyploeg, twee voor zwemster Kirsten Vlieghuis en één voor judoka Mark Huizinga). Interessant is dat de dan achttienjarige Pieter Van den Hoogenband driemaal net buiten het podium viel. Nederland eindigde met deze score als vijftiende in het landenklassement.

Het was verder vooral atletiek wat de klok sloeg in 1996. Carl Lewis deed nog een laatste trucje door zijn vierde gouden medaille te winnen bij het verspringen. De Canadees Donovan Bailey liep zijn concurrenten in een nieuw wereldrecord (9,84) aan gort op de 100 meter en Michael Johnson deed datzelfde op de 200 meter en de 400 meter. Het Dream Team II domineerde de basketbalcompetitie vanzelfsprekend (met uitslagen als 133-70) en de Amerikanen hadden in Kerri Strug een nieuwe nationale sportheldin gevonden. De turnster sleepte het goud voor het Amerikaanse landenteam binnen door bij de oefening op het paard op het allerlaatste onderdeel van het toernooi geblesseerd haar oefening te volbrengen. Na de oefening zakte ze meteen door haar enkel; bij de ceremonie werd ze door haar coach het podium opgedragen en vervolgens direct naar het ziekenhuis afgevoerd om haar nog steeds niet genezen enkel te behandelen. Voor België was het een historische editie omdat Fredje Debrughgraeve bij de 100 meter vrije slag (zwemmen) de eerste Belgische gouden medaille ooit won, en dat ook nog met een nieuw wereldrecord.

Goud voor de nederlandse hockeyploeg
1995: Heat Wave Chicago1995/1996: United States Federal Government-shutdown