2003: Irakoorlog

Wie ‘Irak’ intypt op een willekeurige zoekmachine, zal al snel verwijzingen naar de Irakoorlog vinden. De Verenigde Staten openden de strijd in 2003 en deze duurde bijna negen jaar voort. De oorlog was het gevolg van verschillende conflicten. De angst dat Irak in het geheim zou werken aan massavernietigingswapens was een van de Amerikaanse motieven om de aanval te openen. Termen als ‘de strijd tegen het terrorisme’ en ‘het brengen van democratie in het Midden-Oosten’ gingen daarmee gepaard. Hoewel het dictatoriale regime van Saddam Hoessein vandaag de dag inderdaad is verdwenen, is het nog maar de vraag of deze voorafgestelde ‘doelen’ alle slachtoffers en financiële investeringen waard zijn geweest. De Irakoorlog is een omvangrijke en ingewikkelde geschiedenis die uit verschillende perspectieven bekeken kan worden.

Voorgeschiedenis van de Irakoorlog

De verhouding tussen Irak en de Verenigde Staten is al jarenlang een van kille aard. De Tweede Golfoorlog zou als vonk in de brandhaard kunnen worden gezien. Het is augustus 1990 wanneer Irak haar buurland Koeweit binnenvalt met het doel dit olieparadijs tot eigen grondgebied te maken. Dit leidt tot groot protest in landen als de Verenigde Staten, Engeland en Egypte. Zij vormen een bondgenootschap en vallen in januari 1991 Koeweit en Irak binnen om de bezetting terug te draaien. De overwinning is aan de zijde van de Westerlingen en heeft opstanden in Irak tot gevolg. Na deze aanval op de Irakese regering verwacht men dat de dictatoriale overheersing van Saddam Hoessein tot een eind zal komen, maar daarvan is geen sprake. Irak wordt vervolgens onder streng toezicht van de VN-veiligheidsraad gesteld omdat zij massavernietigingswapens zou hebben en ontwikkelen. Irak weigert echter alle medewerking en sluit haar deuren voor verdere controles. Vooral in Amerika groeit vanaf dat moment de angst dat het land van Saddam Hoessein in het geheim werkt aan chemische of biologische wapens - krachtige instrumenten die zo maar eens een wraakzuchtig bloedbad in de Verenigde Staten aan zouden kunnen richten.

De achterdocht tussen beide landen neemt toe met de jaren en de aanslagen van elf september 2011 zijn de druppel. President George W. Bush kondigt een strijd tegen het terrorisme aan met Afghanistan, dat verantwoordelijk wordt gehouden voor de aanslagen. Ook Irak vormt een doelwit. Bush voert de druk op de VN-veiligheidsraad op. De raad stemt in met nieuwe inspecties en Irak laat op 16 september 2002 wapeninspecteurs toe. Niet erg welwillend, maar toch doorstaan zij de proef. De Veiligheidsraad, met Rusland, Duitsland en Frankrijk als grote medestanders, stemt daarna dan ook niet in met de machtiging voor een oorlog, iets wat Bush wel graag gewild zou hebben. De Verenigde Staten brengen met Groot-Brittannië en 29 andere landen de ‘Coalitie van Welwillenden’ tot stand. Hieraan verlenen nog eens vijftien andere landen hun anonieme steun.

De Verenigde Staten stellen Irak een ultimatum waarin onder andere staat dat Saddam Hoessein binnen het bestek van enkele dagen af moet treden. Een hoge eis, waardoor het als ultimatum zou kunnen worden voor een oorlog.

Bush

Verloop van de Irakoorlog

Het ultimatum verstrijkt op 19 maart en direct daarna krijgen Amerikaanse gevechtsvliegtuigen de opdracht om verschillende (voornamelijk militaire) doelen in Bagdad te bombarderen. Achteraf bezien kan de oorlog worden opgedeeld in twee fases. Eerst is er de invasie van de Coalitie van Welwillenden, waarbij de achterliggende gedachte of rechtvaardiging is dat het bewind van Saddam Hoessein onmenselijk is: de inwoners van Irak zouden op gewelddadige wijze onderdrukt en geïndoctrineerd worden. Daarnaast zou Irak steun bieden aan het internationale terrorisme van Al Qaida en zou het werken aan massavernietigingswapens. Onder de motto’s ‘de wereld veiliger maken’ en ‘democratie verspreiden in het Midden-Oosten’ trekken troepen Irak binnen. Het grote moment van triomf is op 9 april, wanneer het beeld van Saddam Hoessein wordt neergehaald. Op 1 mei 2003 wordt de missie officieel als ‘accomplished’ beschouwd. Tot op heden is noch voor banden met Al Qaida, noch voor kernwapens bewijs gevonden.

Hoewel veel Irakezen blij zijn met de verdrijving van de dictator en hopen op regimeverandering na dertig jaar onderdrukking en angst, is het nieuwe begin niet wat zij hadden gehoopt. Na het vertrek van Hoessein heerst er chaos en wordt het land geteisterd door plunderingen en criminaliteit. Langzaam maar zeker verandert Bagdad in een dode stad waarin soennieten en sjiieten tegenover elkaar komen te staan. Niemand durft de straat op, uit angst om gewond te raken of gedood te worden.

Op 13 december 2003 wordt Saddam Hoessein gevangengenomen en op 30 december 2006 geëxecuteerd. De macht wordt in het volgende jaar, op 28 juni, overgedragen aan een Irakese interim-regering. Op 30 januari 2005 vinden de eerste parlementsverkiezingen in vijftig jaar plaats en twee jaar later begint de ‘surge’, waarbij nieuwe troepen Irak binnentrekken met het doel de situatie veiliger te maken. Het helpen vormen van een regering is hier deel van, maar of die politieke hervormingen zijn gelukt, is nog maar de vraag. Correspondent George Packer: ‘Er bestaat vermoedelijk geen regio ter wereld die minder geschikt is voor experimenten met regimeverandering, of zelfs democratisering, dan het Midden-Oosten met al zijn etnische en culturele gevoeligheden.’. Hij vraagt zich af hoe je een land dat nooit zichzelf heeft mogen zijn, maar altijd in het keurslijf van één leider heeft gezeten, kunt omvormen tot een democratie. Op 7 maart 2010 zijn er opnieuw parlementsverkiezingen, met een troebel verloop en waarbij heel lang niet duidelijk is of nou Allawi of Al-Maliki gewonnen heeft. Uiteindelijk komt Nouri Al-Maliki aan de macht en dat is hij nu nog steeds. Het laatste konvooi van 110 voertuigen en 500 Amerikaanse militairen verlaten op 18 december 2011 in alle vroegte het land. Al Jazeera meldt dat er ongeveer honderd soldaten achterblijven om de ambassade te beschermen.

Standbeeld Saddam wordt omgetrokkenSaddam Hoessein

Gevolgen van de Irakoorlog

Er is nog altijd onduidelijkheid over de hoeveelheid slachtoffers die de Irakoorlog heeft gemaakt. Wetenschappers van het Britse tijdschrift The Lancet schatten het aantal op ongeveer 700.000 Irakese doden, maar recentere bronnen spreken dat tegen en schatten het aantal op ruim een miljoen Irakezen. Aan Amerikaanse zijde vielen er ruim 4.000 doden en 30.000 gewonden. Het totaal aantal vluchtelingen wordt geschat op ruim vier miljoen. De kosten zouden zijn gestegen tot ongeveer 3 biljoen euro.

De motieven die aan de Irakoorlog ten grondslag lagen, waren ‘strijd tegen het terrorisme’, ‘opsporing van massavernietigingswapens’ en ‘brengen van democratie’. Wereldwijd worden hier, achteraf bezien, vraagtekens bij geplaatst. Ja, Irak weigerde de VN-wapeninspecteurs, maar massavernietigingswapens zijn in het land nooit gevonden. Achteraf blijkt zelfs dat de Irakese informant die het Witte Huis erop wees dat Irak biologische wapens ontwikkelde, heeft gelogen. Rafid Ahmed Alwanal-Janabi wilde hiermee het Irakese regime ten val brengen en de Verenigde Staten grepen dat maar wat graag aan als excuus. Ja, Saddam Hoessein onderdrukte zijn bevolking en daar is een einde aan gekomen, maar om nu te zeggen dat de leefomstandigheden in het land optimaal zijn, is gewaagd. Corruptie is nog altijd aan de orde van de dag en veiligheid en voorzieningen zijn slecht geregeld. En Al Qaida? Niemand weet precies hoe het daar nu mee zit.

2003: Space Shuttle Colombia verongelukt2005: Orkaan Katrina