Onderwijs in Amerika: schoolcijfers

Het puntensysteem dat wordt gehanteerd in het Amerikaanse onderwijs verschilt van het cijfersysteem zoals we dit in Nederland kennen. In plaats van een cijferschaal worden er een letterschaal of percentages gebruikt om de resultaten van leerlingen vast te kunnen leggen. Naast examens en essays worden Amerikaanse scholieren ook beoordeeld op andere fronten, zoals aanwezigheid en activiteit in de les. Aan elk te beoordelen onderdeel zit weer een maximaal aantal punten vast, waaruit per periode een gemiddelde per schoolvak kan worden afgeleid.

Letterschaal

De leerlingen van scholen in de Verenigde Staten worden krijgen voor zowel onderdelen als huiswerkopdrachten, aanwezigheid, essays als examens punten toegekend. De scores die worden behaald komen in een persoonlijk (digitaal) cijferboek te staan. Voor een schoolvak kan er per opdracht een maximaal aantal punten worden behaald en hoe minder goed de opdracht wordt gemaakt, hoe minder punten er in het cijferboek worden genoteerd. Op het moment dat er een rapport wordt uitgegeven, hetgeen meerdere keren per schooljaar gebeurt, kan het totaal aantal behaalde punten van een leerling worden gedeeld door het dan maximaal te behalen punten van een vak. Het percentage wat hier uitkomt, kan op zijn beurt weer worden vertaald naar een letter.

Het kan per school verschillen welk letterschaalsysteem er wordt gehanteerd. Het meest gebruikte systeem is echter de A tot en met F schaal, waarbij de ‘E’ niet wordt gebruikt. A geldt hierbij als honderd procent en F als nul procent. Wanneer een leerling een A haalt, is dit dus vergelijkbaar met de Nederlandse ‘tien’, een A- ongeveer met de negen, een B met de acht, enzovoorts. Bij welk cijfer er sprake is van een onvoldoende kan verschillen per staat. Meestal geldt de ‘C’ als gemiddeld en ‘F’ als onvoldoende. In sommige staten zakt de leerling echter ook met een ‘D’, dat doorgaans ‘gemiddeld’ betekent. Sommige scholen maken geen gebruik van de letterschaal en geven de scores van leerlingen weer in procenten.

Puntentoekenning en rapport

Hoewel elke letter op de schaal een percentage van bijvoorbeeld goede antwoorden of aanwezigheid in de lessen weergeeft, wil het krijgen van een ‘A’ niet altijd betekenen dat alle antwoorden goed zijn beantwoord door een leerling. In de praktijk geeft een docent een ‘A’ aan de twee of drie leerlingen die voor een opdracht of toets het hoogst hebben gescoord. Het kan dus zo zijn dat deze leerlingen in werkelijkheid niet honderd, maar zeventig procent van de antwoorden goed hebben beantwoord. De docent zal er in dat geval vanuit gaan dat de opdracht of toets wellicht te moeilijk was en daarmee wordt de normering bijgesteld. Alle letters volgend na de ‘A’ presenteren in dat geval ook niet meer het oorspronkelijk percentage goede antwoorden.

Afhankelijk van schoolniveau en –type krijgen leerlingen elk kwartaal, semester of jaar een rapport mee naar huis. Hierop staat de gemiddelde score per schoolvak aangegeven in letters of percentages. Aan het einde van de schoolperiode wordt uit deze scores vaak ook de Grade Point Average (GPA), ofwel de gemiddelde score gegeven. Sommige scholen voegen daarbij ook de klassenrang toe, waarbij de score van de leerling wordt vergeleken met die van klasgenoten.