De afgelopen weken is er in Washington DC flink gezaagd, getimmerd, geboend en gepoetst om de stad en vooral de Mall gereed te maken voor het grote feest: de
inauguratie van de 45e president van de Verenigde Staten.
Raar maar waar: in de Verenigde Staten kun je de verkiezingen winnen en vervolgens toch geen president worden. Hillary Clinton heeft het nu meegemaakt,
zestien jaar geleden overkwam het Al Gore in zijn strijd tegen George W. Bush. Hoe dat kan? Het is allemaal het gevolg van een beslissing uit 1787.
Het onvoorstelbare in de ogen van velen is gebeurd: Donald Trump heeft de Amerikaanse presidentsverkiezingen gewonnen en treedt op 20 januari aan als de
45ste Amerikaanse president! En, eigenlijk nog belangrijker: ook het Congres is helemaal in Republikeinse handen. Toen nog niet alle stemmen waren geteld was
al duidelijk dat Trump 276 kiesmannen had binnengehaald, zes meer dan nodig waren. Zoals we vaker hebben gezien is het verschil in popular vote
marginaal. Hoewel inmiddels meer mensen hun stem hebben uitgebracht op Hillary Clinton, verandert dit niets aan de uitslag.
Merk je iets van de verkiezingsstrijd in de Verenigde Staten tijdens je rondreis? Dat hangt er van af wat je doet of laat. Een groot deel van de strijd
speelt zich af op tv, dus je ziet het meeste als je zelf ook als een ware couch potato voor het scherm hangt. Een beetje jammer van je tijd, toch kom
je op straat ook wel aan je trekken.
Het is burgemeester Jim Kenney van Philadelphia gelukt: vanaf 1 januari 2017 heeft zijn stad een speciale soda tax als middel in de strijd tegen
overgewicht en diabetes. Philadelphia is de eerste grote stad met zo’n frisdankbelasting, nadat het burgemeester Bloomberg in New York eerder niet was
gelukt.
President Obama heeft op 24 juni de Stonewall Inn in New York tot Nationaal Monument uitgeroepen. Het is het eerste monument dat aandacht schenkt aan
homorechten. Het besluit van de president komt een jaar nadat het Supreme Court bepaalde dat het homohuwelijk in alle staten van de Verenigde Staten wettig
was. Obama legde in zijn bekendmaking expliciet een verband met de recente schietpartij in Orlando, waar in een homobar 49 bezoekers werden doodgeschoten.
Een opmerkelijk fenomeen in de Amerikaanse politiek is filibuster of filibustering. Het betekent dat iemand tijdens een politiek debat (bijna) eindeloos over
een bepaald onderwerp mag doorpraten om een stemming erover te blokkeren of juist af te dwingen. Zeker in vergelijking met de gang van zaken in het
Nederlandse parlement – met streng gerantsoeneerde spreektijden en een voorzitter die al snel vraagt ‘wilt u afronden?’ – is het een vreemde
praktijk. Het werd onlangs weer van stal gehaald na de schietpartij in Orlando. Democratische senatoren hielden een filibuster om een stemming af te dwingen
over strengere wapenwetgeving.
De uitkomst van Super Tuesday is eigenlijk wel zoals verwacht: bij de Democraten heeft Hillary Clinton zeven staten gewonnen, waarmee ze bijna zeker lijkt
van de nominatie. Bij de Republikeinen was Donald Trump met ook zeven staten de grote winnaar. Na alle voorgaande successen lag dat wel voor de hand.
Verrassend is vooral dat geen van de overgebleven tegenstrevers het op lijkt te geven, het Republikeinse speelveld blijft versplinterd.
De eerste klap is zoals bekend een daalder waard, maar na de eerste klappen van de caucus in Iowa en de primary in
New Hampshire weten we eigenlijk nog niet veel meer dan voordien.
Met het naderen van de Amerikaanse presidentsverkiezingen – wat heet: ze zijn pas in november 2016, dus over ongeveer negen maanden – zullen we weer
talloze partijbijeenkomsten met rood-wit-blauwe vlaggen en ballonnen langs zien komen. Ook de partijsymbolen worden dan van stal gehaald: de Democratische
ezel en de Republikeinse olifant. Het zijn geen voor de hand liggende mascottes voor een politieke partij. Grappig is dat één man ze allebei populair heeft
gemaakt.