Glacier, Montana

Glacier Montana De inheemse bevolking beschrijft het gebied van Glacier National Park al eeuwenlang als 'Shining Mountains' en 'Backbone of the World'. Het park in de noordelijke Rocky Mountains beschermt duizenden vierkante kilometers bossen, bergweiden, meren en ruige bergpieken. Het meest kenmerkend zijn de door gletsjers uitgesleten valleien en de overgebleven gletsjers uit de ijstijd van 10.000 jaar geleden. Het park, dat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat, is met honderden kilometers aan paden een paradijs voor wandelaars. Met de auto kun je tussen eind juni/begin juli en half september/begin oktober de Going-to-the-Sun Road (kortweg Sun Road) rijden.

Bezienswaardigheden & activiteiten

Going-to-the-Sun Road: Glacier NP Deze tachtig kilometer lange weg loopt dwars door Glacier National Park en biedt je talloze panorama's en bezienswaardigheden. Wegens sneeuw en lawinegevaar is de Sun Road alleen in de zomer volledig geopend - vaak tussen eind juni/begin juli en eind september/begin oktober; de exacte data zijn afhankelijk van het weer. Als de weg is dichtgesneeuwd kun je vanaf de westelijke en oostelijke ingang wel een stukje het park in rijden, maar niet alle bezienswaardigheden bereiken. Bekijk de actuele wegconditie.
Ga vroeg in de ochtend op pad om parkeerproblemen (vooral bij Logan Pass Visitor Center) te voorkomen. Let op: voertuigen langer dan 21 feet en hoger dan 10ft zijn niet toegestaan op de Sun Road, zij moeten reizen met de gratis hop-on, hop-off shuttlebus, lees verder bij het kopje 'Vervoer'.

Lake McDonald: Glacier NP Als je via de zuidwestelijke ingang (bij het Apgar Visitor Center) Glacier National Park binnenrijdt, voert de Sun Road je langs Lake McDonald. Er zijn een dozijn grote meren en honderden kleinere meren in het park, waarvan er maar 131 een naam hebben gekregen. Lake McDonald is het grootste meer, met een lengte van zestien kilometer en een breedte van 1,6 kilometer. Het meer vult een vallei die door een combinatie van erosie- en gletsjeractiviteit ontstaan is. Aan het zuidwestelijke punt liggen het bezoekerscentrum, haltes voor de shuttlebussen en overnachtings- en eetmogelijkheden. Hier bevindt zich tevens de Discovery Cabin, waar je van alles te weten komt over de planten en dieren in het park. Hieronder worden de andere punten aan de Sun Road besproken, op volgorde van west naar oost.

Trail of the Cedars: Glacier NP Dit is een verhard en rolstoeltoegankelijk wandelpad van ongeveer een kilometer lang, langs cederbomen van 24 meter hoog. Je kunt een rondje wandelen, maar ook de afslag naar Avalanche Lake nemen. Halverwege het rondje is een mooie waterval te zien die zich door kleurrijk gesteente heen heeft gesleten. Het pad is te bereiken vanaf de Sun Road net voorbij Lake McDonald. Volg je de Sun Road verder in oostelijke richting, dan passeer je de enige haarspeldbocht in deze weg. Hier heb je een zeer mooi uitzicht op Heaven's Peak.

Bird Woman Falls: Bird Woman Falls in Glacier NP Er bevinden zich zo’n tweehonderd watervallen in het park. Bird Woman Falls, die 152 meter de diepte in stort aan de noordzijde van Mount Oberlin, is al vanaf een afstand van drie kilometer zichtbaar wanneer je de Sun Road volgt. De watervallen worden gevoed door hoger gelegen sneeuwvelden en overblijfselen van gletsjers. De waterval is het grootst aan het eind van de lente en het begin van de zomer. In de herfst is er nog maar een klein stroompje van over. McDonald Falls in de McDonald Valley en Swiftcurrent Falls in de Many Glacier Area zijn enkele van de grootste watervallen.

Weeping Wall: Glacier NP Deze bijzondere waterval vind je net na Bird Woman Falls Overlook. De Weeping Wall (letterlijk: huilende muur) stroomt vanuit het niets uit de vaak groene rotswand naar beneden. In de zomer bloeien er veel wilde bloemen.

Logan Pass: Glacier NP Even verderop ligt Logan Pass, het hoogste punt van de Sun Road, op 2.025 meter hoogte. Dit punt is een populair startpunt voor wandeltochten of backpacktrips. De bekendste wandelroute is de Highline Trail, die langs de hoogste bergtoppen loopt. De bergpas is tevens een geschikte locatie voor het spotten van wilde dieren, waaronder de berggeit. Ten oosten van de pas ligt een gebied dat bekendstaat als Big Drift. In dit gebied valt jaarlijks dertig meter sneeuw, hierdoor is de bergpas in de winter vaak gesloten wegens lawinegevaar. De gehele Sun Road is mede hierdoor alleen van eind mei tot midden oktober geopend. Even na Logan Pass kom je bij de Siyeh Bend. Dit punt markeert de overgang van de hoger gelegen sub-alpinevegetatie in het westen en de bossen van de oostelijke zijde. Hier beginnen verschillende wandeltochten.

High Line Trail: Glacier NP Na elke stap wacht je een indrukwekkender uitzicht met ruige bergpieken, gletsjerweides en Lake McDonald ver onder je. Hoewel je hoog in de bergen zit en de Continental Divide volgt, is de High Line Trail voornamelijk vlak. Je hebt onderweg veel kans om dikhoornschapen en berggeiten tegen te komen, maar wees ook bedacht op beren. Maak regelmatig geluid om niet plotseling oog in oog te staan met een beer. Het is een goed idee om te parkeren bij the Loop, in een haarspeldbocht aan de Sun Road (op 20,8 km vanaf McDonald Lodge). Vanaf hier kun je de shuttlebus maar Logan Pass nemen, waar je de wandeling begint. Dan loop je terug naar de parkeerplaats. De wandelroute is dan ruim 19 kilometer. Deze wandelroute gaat doorgaans pas in juli open. Laat je goed informeren bij het bezoekerscentrum voor je op pad gaat. Neem voldoende eten en drinken mee. Houd er ook rekening mee dat de shuttlebussen soms vol zijn en je even moet wachten.

Jackson Glacier: Jackson Glacier, Glacier NP De Jackson-gletsjer is met zijn lengte van ruim een kilometer de vijfde grootste gletsjer van de bijna dertig gletsjers in het Glacier National Park. De gletsjer ligt op de noordzijde van Mount Jackson. In 1850 was deze gletsjer nog onderdeel van de Blackfoot Glacier, die tegenwoordig ongeveer 1,7 kilometer lang is. Aan de Sun Road ligt Jackson Glacier Overlook: hier heb je verreweg het beste uitzicht op de gletsjer. Jackson Glacier overlook ligt aan de oostkant van de Going-to-the-Sun Road, tussen Logan Pass en St. Mary Lake.

St. Mary Lake: Glacier NP Dit tweede grootste meer van het park (na Lake McDonald) heeft een oppervlakte van zestien vierkante kilometer. De Sun Road loopt langs de noordelijke oever. Het meer ligt op een hoogte van 1.367 meter, wat het water ijskoud maakt. In de winter is het vaak bevroren en ligt er ijs van een meter dik. Bij het meer begint een van de populairste wandelingen: een 3,8 kilometer lange rondwandeling langs de voet van de St. Mary Falls. De wandeling kan twee kilometer langer gemaakt worden door een bezoek aan de Virginia Falls. Aan het meer liggen de Sunrift Gorge, een door water uitgesleten kloof en het Sun Point, waar de Sun Point Nature Trail begint. Tijdens deze wandeling van in totaal drie kilometer kun je heel goed het effect van water, wind en ijs op het landschap zien. Ook heb je mooie uitzichten op de Baring Falls en het St. Mary Lake.

Rising Sun: St Mary Lake, Glacier NP De Rising Sun is een gebied langs het St. Mary Lake waar de prairies en de bergen samenkomen. Vooral de zonsopkomst is hier heel erg mooi. In het gebied zijn voorzieningen zoals een kampwinkel en restaurant. Er is ook een aanlegsteiger voor boten en je kunt vanaf hier per boot het St. Mary Lake bekijken. De volgende stop is het St. Mary Visitor Center en tevens het eindpunt van de Sun Road in het park.

The North Fork: Bowman Lake, Glacier NP Het Glacier National Park heeft meer te bieden dan de Sun Road. Als je een voertuig met hoge bodemvrijheid hebt, behoort een uitstap naar de noordwestelijke hoek van het park tot de mogelijkheden. De wegen zijn ruig en kennen veel versmallingen, maar de moeite loont zich: je bevindt je nu in het rustigste deel van het park. Kintla en Bowman Lakes zijn aanraders en onderweg zie je de impact van grote bosbranden uit de laatste twee decennia. Er zijn geen voorzieningen in dit gebied, hiervoor moet je naar het buiten het park gelegen Polebridge.

Many Glacier: Grinell Lake, Glacier NP In de noordoostelijke hoek ligt Many Glacier, dat als het hart van het park beschouwd wordt. Hier kun je bootvaren en paardrijden (ook onder leiding van een gids), maar bovenal is het een paradijs voor wandelaars. Drie dagtochten door het verlaten sub-alpinegebied zijn de Iceberg Lake, Cracker Lake en Grinnell Glacier Trails. Iets minder lang zijn de Grinnell Lake, Red Rock Falls en Swiftcurrent Nature Trail. Er rijden shuttlebussen (Glacier Park Inc.) vanaf St. Mary Visitor Center naar Many Glacier.

Two Medicine: Glacier NP Een ander gebied dat maar weinig bezocht wordt is Two Medicine. Dat is jammer, want hier is de echte wilderniservaring mogelijk. Er zijn prachtige vergezichten, uitgebreide wandelpaden, watervallen en stille meren. Aanraders zijn de trails naar Scenic Point, Cobalt Lake, Aster Park en Old Man Lake. Running Eagle Falls is een mooie waterval. Op het Two Medicine Lake worden boottochten onder leiding van een gids aangeboden. Het gebied is van spiritueel belang voor de Blackfeetindianen, die er vlakbij wonen.

Blackfeet/Inheemse cultuur: Logan Pass Glacier National Park Glacier National Park wordt door de inheemse bevolking beschreven als 'Shining Mountains' en 'Backbone of the World'. Aan Glacier National Park grenst de Blackfeet Reservation. Gidsen van het Blackfeet-volk organiseren jeepexcursies waarin je de gebaande padden verlaat en tegelijkertijd leert over de historie, cultuur en levensstijl van de Blackfeet. Een jeeptour met Blackfeet Outfitters duurt drie of vijf uur. Een andere organisatie die 'native tours' organiseert in Glacier, is Sun Tours. Deze organisatie biedt bustochten aan vanaf East Glacier en West Glacier. Je rijdt over de Going-to-the-Sun Road en stopt een aantal keer om foto's te maken, bijvoorbeeld bij Jackson Glacier, Logan Pass en Valley Overlook.

Omgeving

Waterton Lakes National Park, Canada: Waterton Lakes Prince of Wales Wil je ook het buurpark Waterton Lakes National Park in Canada bezoeken? Houd dan je paspoort en contant geld gereed voor de grensovergang. Je hebt verder geen reispapieren nodig om de grens per voertuig te passeren. Bij de ingang van het Canadese park kun je brochures en routekaarten krijgen. Hoogtepunten in Waterton Lakes National Park zijn het Prince of Wales Hotel en Red Canyon.

Vervoer

Hoofdweg en restricties: Glacier National Park Montana De hoofdweg in Glacier National Park is de Going-to-the-Sun Road, die het park van oost naar west doorkruist en je langs de belangrijkste bezienswaardigheden voert. Omdat deze weg hoog ligt, is hij alleen van eind juni/begin juli tot half september/begin oktober volledig sneeuwvrij (gemaakt) en dus geopend. Campers langer dan 21 feet kunnen het grootste deel van de weg (tussen Avalanche Campground en de Rising Sun Picnic Area) niet berijden. Voertuigen die hoger zijn dan 10 feet krijgen ten westen van Logan Pass (ongeveer halverwege de weg) problemen met overhangende kliffen. Camperreizigers kunnen het beste een camping reserveren bij de oost- of westingang van Glacier en en het park verkennen per shuttlebus. Als je per camper reist of als de Sun Road dicht is, kun je er ook voor kiezen om van St. Mary's Lake naar Lake McDonald om te reizen via Highway 2 (reistijd: 2 uur). Lake McDonald is via de ene toegang van de Sun Road bereikbaar, St. Mary Lake via de andere.

Shuttlebussen: De gratis shuttlebussen rijden van begin juli t/m Labor Day (begin september) tussen het Apgar Visitor Center (oost) en St. Mary Visitor Center (west) en vertrekken iedere 30-60 minuten. De bussen rijden slechts iedere 30-60 minuten, dus wanneer een bus vol zit, loopt de wachttijd flink op. Dit kan - zeker in weekenden - het geval zijn. Ga daarom vroeg op pad! Je kunt uit- en weer instappen bij alle belangrijke bezienswaardigheden. Vraag bij het bezoekerscentrum meer informatie over de precieze vertrektijden.

Betaalde bustours: Glacier NP red bus tour Je kunt ook kiezen voor een betaalde bustour. Deze bussen rijden meestal zo lang de Sun Road is geopend. Met een sightseeing tour van Sun Tours vertrek je vanaf East óf West Glacier en maak je een rondrit van ruim een halve dag door het park. Een native gids leert je meer over de inheemse cultuur en geschiedenis en je stopt bij belangrijke bezienswaardigheden om foto's te maken. Je kunt ook een kaartje kopen voor Red Bus Tours. Zij verzorgen zowel shuttleritten vanaf de oost- en westingang naar het dichtstbijzijnde bezoekerscentrum als excursies van een hele of halve dag. De bussen aan de westkant rijden soms al vanaf half/eind mei t/m begin oktober.

Feiten

Locatie Montana
Oppervlakte 4.101 km²
Hoogte 960 tot 3.190 meter (Mount Cleveland)
Opgericht 11 mei 1910
Bezoekers per jaar 1.900.000
Tijdzone Mountain Time Zone (tijdverschil met Nederland: 8 uur vroeger)

Klimaat

Bovenstaande klimaatgegevens zijn historische gemiddelden voor de plek op de kaart. Het weer is onvoorspelbaar, deze gegevens dienen dan ook puur als indicatie.

De zomer is het beste seizoen voor een bezoek aan Glacier National Park. De maximumtemperatuur ligt dan tussen de 16 en 21 graden Celsius, terwijl het ’s nachts tot rond het vriespunt kan afkoelen. In de valleien aan de westzijde kan de temperatuur op een warme zomerdag echter wel eens oplopen tot boven de 30 graden Celsius. Sneeuwval komt gedurende het hele jaar voor, zelfs in de zomer kan het in de hoger gelegen gebieden sneeuwen. De campgrounds in Glacier zijn doorgaans geopend van eind mei tot begin september. De campgrounds Apgar (west) en St. Mary (oost) zijn het hele jaar door geopend.

Glacier National Park heeft twee verschillende klimaten omdat het zich uitstrekt rond de Continental Divide. Deze scheiding loopt over de hoogste bergtoppen van de Rockies van noord naar zuid en markeert de scheiding van waterstromen, die aan de ene kant in de Atlantische en aan de andere kant in de Grote Oceaan uitkomen. Daardoor waait in het westen de warme en vochtige Pacifische wind, die veel neerslag met zich meebrengt. Het weer in het oosten wordt gedomineerd door koude, droge poolwinden. Hoewel het klimaat aan de westkant milder is dan aan de oostkant, liggen de maxima in de winter vrijwel overal in het park beneden of rond het vriespunt.

Natuur, flora & fauna

Flora: Glacier National Park maakt deel uit van een groot en beschermd ecosysteem dat het Crown Of The Continent Ecosystem wordt genoemd en dat grotendeels uit ongerepte wildernis bestaat. Er is weinig menselijke bebouwing en dat betekent dat de natuur grotendeels in dezelfde staat verkeert als toen de eerste Europeanen het gebied ontdekten. Er zijn meer dan duizend verschillende soorten planten geïdentificeerd. De bomen in het park zijn grotendeels naaldbomen als douglassparren, zilversparren en de westerse larix. In lager gelegen gebieden staan zwarte populieren, berken en espen. Omdat de westkant van het park milder en vochtiger is, zijn hier dichtere wouden te vinden. Aan de oostzijde van de Continentale Waterscheiding ligt de boomgrens ongeveer 245 meter lager dan aan de westkant, vanwege de koude en hevige poolwinden.

Fauna: Vrijwel alle diersoorten die van nature in Glacier National Park voorkomen, zijn nog aanwezig, met uitzondering van de bizon en de boskariboe. De grizzlybeer en de Canadese lynx zijn twee bedreigde diersoorten in het park. Daarnaast zijn er wolven, die in tegenstelling tot de wolven in Yellowstone National Park, op geheel natuurlijke wijze zijn teruggekeerd naar dit gebied. Andere grote zoogdieren zijn berggeiten (het symbool van het park), dikhoornschapen, elanden, wapitiherten, witstaartherten, coyotes, veelvraten en poema's, hoewel je die laatste hoogstwaarschijnlijk nooit zult tegenkomen. Kleinere soorten zijn dassen, stekelvarkens, rivierotters en natuurlijk allerlei soorten knagers als marmotten, grondeekhoorns en verschillende muizensoorten. Daarnaast zijn er heel veel vogels in het park, van adelaars tot vinkjes. Omdat het klimaat vrij koud is, komen er nauwelijks reptielen voor.

Geschiedenis

Archeologische vondsten tonen aan dat er al zo’n tienduizend jaar geleden menselijke activiteit was in Glacier National Park. Toen de eerste Europeanen het gebied betraden, leefden er verschillende indianenstammen. De Blackfeet-indianen heersten over de hooggelegen oostelijke prairies, de Salish- en Kootenai-stammen leefden in de westelijke valleien en joegen op bizons ('buffalo'). Tegenwoordig grenst het leefgebied van de Blackfeet in het oosten aan Glacier National Park, terwijl ten zuiden van het park het Flathead Indian Reservation ligt.

De eerste Europeanen betraden de regio in hun zoektocht naar pelsen. Mijnwerkers volgden en ook kolonisten op zoek naar een geschikt stuk grond doorkruisten het parklandschap. De voltooiing van een spoorlijn in 1891 maakte het hart van Noordwest-Montana voor meer mensen toegankelijk. Er ontstonden zelfvoorzienende gemeenschappen en kleine dorpjes.

Aan het eind van de negentiende eeuw begon men op te komen voor de natuur. Een belangrijke man voor de totstandkoming van Glacier National Park was George Bird Grinell, die in 1885 met James Willard Schultz als gids het gebied bezocht om te jagen. Hij werd zo geraakt door de prachtige omgeving dat hij de volgende vijftien jaar zijn uiterste best deed om van het terrein een beschermd natuurgebied te maken. In 1897 werd Glacier een beschermd bos en in 1910, na flink lobbyen door Grinell en de Great Northern Railway, kreeg het natuurgebied de status van nationaal park. In 1932 werd het Glacier National Park samengevoegd met het Waterton Lakes National Park, dat net over de grens in Canada ligt. De nieuwe naam werd Waterton-Glacier International Peace Park. Hiermee wordt de goede band tussen de Verenigde Staten en Canada benadrukt en gevierd. De parken staan sinds 1995 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Kom naar onze Reizigersbeurs in Zwolle.
Op zaterdag 23 maart of zondag 24 maart.
Kom zaterdag 15 juni naar onze Mini-Infodag in Zwolle.
Meer informatie