1933: De Grote Depressie en New Deal politiek

De jaren 30 van de vorige eeuw staan wereldwijd in het teken van de Grote Depressie. Deze langdurige recessie startte met de beurskrach van de effectenbeurs van Wall Street op oktober 1929, die voor een negatief domino-effect zorgde. Uiteindelijk zou de hele wereldeconomie instorten, met miljoenen werklozen en economische krimp tot gevolg.

Achtergrond

De Verenigde Staten behoorden tot de landen die het hardst getroffen werden. De regering van de Republikeinse president Herbert Hoover had grote moeite om passende oplossingen voor de crisis te vinden. Regulering van de handel en economie was nooit een zaak voor de Amerikaanse regering geweest; de overheid diende zich niet te mengen in het kapitalistische systeem, zo vond men. Pas toen de Democratische president Franklin D. Roosevelt in 1933 aan de macht kwam, werd er grootschalig ingegrepen om de aanhoudende crisis het hoofd te bieden. De regering kwam met een uitgebreid pakket maatregelen (de ‘New Deal’) om de werkgelegenheid te stimuleren, de nationale economie een belangrijke impuls te geven en de VS uit de recessie te halen.

De New Deal staat vooral bekend als het eerste grootschalige geval van overheidsingrijpen in de moderne Amerikaanse staat. Roosevelt brak met het verleden, waarin de president van de VS weinig macht en middelen had. Voor het eerst in de Amerikaanse geschiedenis nam de uitvoerende tak van het politieke systeem het initiatief om wetgevende macht uit te oefenen. Deze laatste taak lag en ligt nog steeds bij het Congres, maar men kreeg wel serieuze input van Roosevelt. Dit hield automatisch in dat de president en het Congres nauwe banden met elkaar moesten onderhouden.

Franklin D. Roosevelt

Het ontstaan van de Grote Depressie

De druppel die de emmer deed overlopen en de crisis inleidde was ‘Black Thursday’ (24 oktober 1929), de dag waarop de effectenbeurs in New York ineen klapte. Veel investeerders verloren al hun geld en tussen oktober en december steeg het aantal werklozen van 500.000 naar vier miljoen. De crisis werd echter ernstig en internationaal door het systeem dat in de jaren ’20 ontstaan was en nota bene door de overheid zelf in werking was gezet. De Federal Reserve Board (ofwel Fed, de centrale bank van de VS) wou de voorspoed van de jaren ’20 verder stimuleren door de rente heel laag te houden. Zodoende konden investeerders goedkoop geld steken in de vele bouwprojecten die in dit decennium gerealiseerd werden. Aangezien het zo goedkoop was om geld te lenen, werd dit excessief gedaan. Men gebruikte geleend geld om weer nieuwe leningen mee af te sluiten.

Toen de boom in de bouw eind jaren ’20 afnam, eisten veel effectenhandelaren hun uitstaande leningen terug om de schade beperkt te houden. Dit veroorzaakte echter een kettingreactie, en investeerders verloren vaak hun hele vermogen. De Fed verhoogde te laat de rente om excessief investeringsgedrag te remmen, waardoor de druk op nationale banken toenam. Vooral kleinere banken hadden geen kapitaal om een crisis mee op te vangen en stortten in. Dit betekende dat in de eerste drie jaar van de crisis negen miljoen Amerikanen hun spaartegoeden verloren, omdat banken niets meer konden uitkeren.

Het ontstane ‘gemaakte’ geld op de Amerikaanse beurs hield tevens een economisch zwak Europa in stand. Europese landen waren de VS veel geld verschuldigd dat geleend was tijdens de Eerste Wereldoorlog. De terugbetaling van met name Groot-Brittannië, Frankrijk en België werd mogelijk gemaakt met Amerikaanse leningen aan Duitsland, de spil van de Europese economie. Duitsland maakte met deze gelden herstelbetalingen over naar de andere Europese landen, die op hun beurt de VS betaalden. Door de beurskrach stopte Amerikaanse leningen aan Duitsland, waardoor ook Europa bij de economische crisis betrokken raakte. De trans-Atlantische handel, toentertijd de grootste stroom van goederen en kapitaal ter wereld, kreeg een fikse tik, wat zeer nadelig was voor beide kanten.

Krantenartikel Wall Street Crashl

Begin van de crisis

De eerste effecten van de crisis waren zeer ernstig. Tussen 1929 en 1932 gingen meer dan 100.000 bedrijven en banken failliet. Op het dieptepunt zou een kwart van alle Amerikanen werkloos zijn. In diezelfde periode daalde het bruto nationaal product (BNP; het totaal aan geproduceerde goederen en diensten) met 29%. De regering onder president Hoover verwachtte min of meer dat de markt zichzelf weer zou ‘liquideren’, zolang de overheid zich niet bekommerde om de armoede en onrust onder werklozen. Door dit ‘laissez faire’ vanuit de politiek verergerde de crisis tot het dieptepunt in 1933. Alle grote sectoren, zoals de auto-industrie en metaalbewerking, stortten in. De landbouw werd nog eens ernstig verzwakt door de ‘Dust Bowl’, een lange periode van droogte en stofstormen, die mislukte oogsten en onvruchtbare grond tot gevolg had.

Hoover geloofde dat de Verenigde Staten sterk genoeg waren om de crisis te overleven en wees rigoureus overheidsingrijpen af. Wel vergrootte hij het budget voor de aanleg van publieke bouwwerken. Het bekendste voorbeeld is de bouw van de Hoover Dam, die veel werkgelegenheid creëerde.

Op het gebied van armoedebestrijding was Hoover passief. Hij geloofde dat lokale overheden en organisaties zorg zouden dragen voor de armen en werklozen in hun maatschappijen. Dit hielp amper, omdat veel hulporganisaties werklozen beschouwden als mensen die gefaald hadden, waardoor ze maar mondjesmaat hulp ontvingen. Bedrijven konden vrijuit alle sociale hervormingen uit de jaren ’20 terugdraaien. Lonen werden gekort, werkuren verdwenen, net als betaalde vakanties en andere secundaire arbeidsvoorwaarden.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat er steeds meer onvrede ontstond onder de Amerikaanse burgers. Protesten in de Fordfabriek bij Detroit werden met geweld de kop ingedrukt. Dit versterkte het radicalisme onder de armen en werklozen en zorgde ervoor dat men collectiever optrad.

Armoede tijdens Grote Depressie

Eerste New Deal

Toen Roosevelt de Democratische nominatie voor de presidentsverkiezingen accepteerde, beloofde hij ‘a new deal for the American people’. Hij was een totaal andere politicus dan Hoover en kan beschouwd worden als een optimist en een experimentalist. Hij verzamelde tal van jonge academici en adviseurs om zich heen om te interveniëren in de economie en sociale voorzieningen te ontwikkelen of te verbeteren.

Zijn eerste taak was het hervormen van het Amerikaanse bankenwezen. De overheid ondersteunde vele banken financieel en reorganiseerde gevallen banken. Daarnaast haalde Roosevelt de dollar van de gouden standaard af, die het oppotten van waardevast goud ten tijde van een zwakke dollar in stand hield.

De belangrijkste verandering ten opzichte van het beleid van Hoover was de introductie van een Federal Emergency Relief Administration (FERA), die belast was met het versterken van fondsen voor hulp. Een ander project van Roosevelt was het Civilian Conservation Corps (CCC), dat jonge werkloze mannen tijdelijk in staat stelde onder leiding van militaire officieren in de natuur werkzaamheden te verrichten. In 1933 werd de Civil Works Administration (CWA) opgericht. Dit ministerie bood werk aan publieke werken voor ongeveer vier miljoen werklozen. In totaal zouden deze noodhulp en werkverschaffing werk bieden aan bijna tienmiljoen Amerikanen.

Hierna was het de beurt aan de arme, verwaarloosde en vaak verwoeste landbouwgebieden. Om deze sector een impuls te geven werd de Agricultural Adjustment Act (AAA) ingesteld, die prijzen en productie moest reguleren. Zeker een kwart van alle Amerikanen was in de jaren ’30 werkzaam in de landbouw. Productie en omzet stegen, maar alleen bij bedrijven in de grootschalige landbouw. Eenvoudige boeren en agrariërs zonder land kregen het moeilijker.

Het verbeteren van de infrastructuur en grootschalige voorzieningen in het zuidwesten van de VS werd een belangrijk project om nog meer mensen aan het werk te krijgen. Onder de nieuwe Public Works Administration (PWA) werden talloze dammen, bruggen, luchthavens en gebouwen ontwikkeld in een gebied dat tot dan toe sterk onderontwikkeld was ten opzichte van de rest van het land. Daarnaast werd ook een prestigieus project ontwikkeld dat al jaren op de planning stond. In Tennessee en delen van omliggende staten werden vele dammen aangelegd, die niet alleen overstromingen tegengingen, maar ook elektriciteit opwekten.

De laatste belangrijke hulpbehoevende sector was de industrie. Hiervoor drukte Roosevelt de National Industrial Recovery Act (NIRA) door. Deze wet stelde de National Recovery Administration (NRA) in staat om het bedrijfsleven te reguleren, zoals dat bij de AAA gebeurde. De NRA maakte het gemakkelijker voor arbeiders om zich te verenigen in vakbonden, waardoor er in 1933 en 1934 een toename van protesten en stakingen ontstond. Het bleek echter dat veel werkgevers de nieuwe richtlijnen van de NRA negeerden en nog steeds hard optraden tegen stakers.

Eind 1934 werden de effecten van de New Deal duidelijk. De werkloosheid was gedaald met tweemiljoen burgers en het nationale inkomen was met een kwart gestegen. Het BNP was echter twee keer zo laag als het was in 1929 voor de uitbraak van de crisis. Tien miljoen Amerikanen zaten nog steeds zonder baan en bijna twintig miljoen burgers waren deels afhankelijk geworden van overheidshulp. Intussen was de druk van de bankensector en bedrijfsleiders op de New Deal toegenomen. Zij wantrouwden de toegenomen macht van de vakbonden en de federale overheid.

Uiteindelijk zou de eerste New Deal mislukken. De definitie afbraak werd bekrachtigd door de Hoge Raad, die in mei 1935 de NIRA onconstitutioneel verklaarde. Deze wet gaf de federale overheid de macht om handel tussen de afzonderlijke staten te reguleren, wat in strijd was met de Amerikaanse grondwet.

New Deal

Tweede New Deal

Roosevelt liet zich niet uit het veld slaan door het mislukken van de eerste New Deal en ging door met het implementeren van een uitgebreid pakket aan maatregelen. Er waren immers ook successen behaald met de eerste New Deal. De taken van de CWA werden verbreed en verbeterd met de oprichting van organisaties die op een creatieve en zorgvuldige manier zochten naar meer werkgelegenheid. Er werd zelfs een nieuw ministerie opgericht; de Works Progress Administration (WPA). Dit orgaan verzorgde productieve banen in plaats van hulp, zoals de CWA had gedaan. Hierdoor voelden werknemers zich geen slachtoffers, maar arbeiders die eerlijk geld verdienden door hard te werken. Het programma was zo succesvol dat het pas in 1943 opgedoekt werd. Op dat moment had het in werk geboden aan acht miljoen burgers.

De VS was in de jaren 30 geen sociale verzorgingsstaat, zoals veel landen in Noord-Europa. De New Deal-politici namen dan ook deze landen als voorbeeld toen ze in 1935 een wet voor sociale zekerheid ontwikkelden. Er kwam een werklozen-, arbeidsongeschiktheids- en pensioenuitkering.

Door het falen van de NIRA werd een andere wet aangenomen die hervormingen in de industriesector mogelijk moest maken. De National Labor Relations Act van 1935 tackelde twee problemen uit de eerste New Deal. De onrust onder de vakbonden moest worden tegengewerkt door deze organisaties sterker te maken om zo naar een eerlijke verhouding tussen werkgevers en werknemers te streven. Het tweede probleem was een combinatie van lage lonen en onderconsumptie. Amerikanen gaven simpelweg te weinig uit om de economie te kunnen stimuleren, omdat de lonen niet stegen. Het steunen van vakbonden diende ook dit doel. De wet was echter moeilijk uitvoerbaar, omdat werkgevers dachten dat deze wet uiteindelijk teniet zou worden gedaan door de Hoge Raad.

De voorzichtige successen van de tweede New Deal verzekerden Roosevelts overwinning bij de presidentsverkiezingen van 1936. Met 60% van het totale aantal stemmen was hij de sterkste in alle staten, op twee na. Daarnaast bezette de Democratische Partij nu driekwart van de zetels in het Huis van Afgevaardigden en 80% van de zetels in de Senaat. Het gewenste effect van de tweede New Deal werd nu werkelijk zichtbaar bij de vakbonden. Er werden grootschalige, langdurige stakingen georganiseerd die uiteindelijk succesvol bleken. Een zogenaamde ‘sit-down’-staking bij General Motors (Amerika’s grootste en succesvolste bedrijf op dat moment), waarbij arbeiders hun fabrieken bezetten, duurde twee maanden. De besturen van veel bedrijven veranderden, en de rijke Protestantse elite moesten de zeggenschap delen met nieuwe leiders die op goede voet stonden met de vakbonden.

De laatste grote hervorming van de tweede New Deal was baanbrekend en borduurde voort op de sociale zekerheidswet. De Fair Labor Standards Act (FSLA) van 1938 legde kinderarbeid aan banden en verlaagde de werkweek tot maximaal 40 uur. Hierdoor hadden Amerikanen voortaan een tweedaags weekend.

Hoewel de tweede New Deal zichtbaar succesvoller was dan de eerste, kreeg de regering ook dit keer weer zware kritiek te verduren, vooral uit de conservatieve hoek. In 1937 was de totale productie van diensten en goederen weer op het niveau van 1929. Bedrijfsleiders die al die tijd op hulp konden rekenen keerden zich plotseling tegen overheidsingrijpen, toen hun bedrijven weer gezond waren. Ook het feit dat Roosevelt aan hem gelieerde rechters in de Hoge Raad probeerde te krijgen was een doorn in het oog van de conservatieven. Roosevelt had dit gedaan uit angst dat na de NIRA ook de National Labor Relations en de Social Security Act ten prooi zouden vallen aan een negatief oordeel van de Hoge Raad.

Eind 1937 beleefde de VS een serieuze dip, ook wel de Roosevelt Recessie genoemd, waarin het land nagenoeg terugviel naar de niveaus van 1933. Optimisme over het eerdere herstel zorgde voor onzorgvuldigheid, zodat het federaal budget te snel werd verkleind. Hierdoor verloren 1,5 miljoen Amerikanen hun baan onder de WPA. Ook de sociale zekerheidskosten legden een grote druk op de overheidsuitgaven. Een meer algemenere oorzaak voor deze terugval ligt in het feit dat Amerikaanse kapitalisme in feite nog steeds een onstabiel systeem was en dat Roosevelt enkel de symptomen ervan bestreden had, maar niet de fundamentele problemen.

De reactie van de overheid op de Roosevelt Recessie was het massaal financieel steunen van New Deal-programma’s met overheidsgeld, waarbij er logischerwijs een begrotingstekort ontstond. Dit ingrijpen is vergelijkbaar met de wijze waarop Westerse overheden momenteel de financiële en eurocrisis bestrijden. Ook opende Roosevelt een serieuze aanval op ‘big business’; een poging om machtige bedrijven en hun monopolies veel van hun macht te ontnemen en die te plaatsen bij werknemers en consumenten. Uiteindelijk bleek deze tweede maatregel moeilijk uitvoerbaar en besloot de overheid in plaats daarvan de koopkracht te stimuleren door middel van belastingmaatregelen.

USA Work Program

Conclusie

Belangrijker dan de doelen die de New Deal al dan niet gehaald heeft, is de enorme toename waarmee de Amerikaanse overheid zich onder Roosevelt heeft bemoeid met het leven van individuele Amerikanen.

De doelen werden veelal niet gehaald. Geen enkel plan had de massawerkloosheid teruggedrongen of voor een stabiele economische groei gezorgd. Uiteindelijk bleek de Tweede Wereldoorlog een beter middel tegen de crisis. Vanaf het begin van de jaren ’40 investeerde de overheid enorm in defensie. Doordat veel Europese landen geld leenden van de VS en de VS de enige wereldmacht was die niet verwoest werd door de oorlog, bleef de VS in 1945 als enige economische en militaire supermacht over.

De nalatenschap van de New Deal is vooral cultureel en politiek. De welvaartsstaat die erdoor gecreëerd werd houdt nog steeds stand, al is er veel teruggedraaid en is de Amerikaanse verzorgingsstaat helemaal niet te vergelijken met Europese landen. Roosevelt had succesvol de werklozen en arbeiders betrokken bij het politieke proces. Tegen het eind van de jaren ’30 was de VS meer verenigd dan ooit, wat erg belangrijk met het oog op de naderende wereldoorlog.

Roosevelt heeft met zijn team eigenhandig het functioneren van de Amerikaanse regering naar een hoger niveau getild. Terwijl het Witte Huis voor de Grote Depressie vooral passief en afwachtend was, ging Roosevelt actief aan de slag om niet alleen uitvoerend, maar ook wetgevend zijn stempel te drukken in een poging het land beter te maken. Deze ontwikkeling is blijvend geweest; elke president sinds Roosevelt heeft een prominente plek binnen de Amerikaanse overheid ingenomen.

Werkzaamheden tijdens New Deal
1932: Olympische Spelen Los Angeles1934: De Indian Reorganization Act