America is in love with the peanut

door Maurits van den Toorn zo 27 dec. 2015 9:00

Rondwandelend door Amerikaanse supermarkten – altijd een heerlijk tijdverdrijf, vooral als je geen boodschappen hoeft te doen – valt het al gauw op in hoeveel producten pinda’s zijn verwerkt. Je kan met recht zeggen: ‘America is in love with the peanut’.

Pindaproducent

Amerikanen zijn grootverbruikers van pinda’s, in alle mogelijke producten. De Verenigde Staten is desondanks niet, zoals vaak wordt gedacht, ’s werelds grootste pindaproducent. Op de eerste plaats staat China met bijna 17 miljoen ton, op plaats twee India (5 miljoen ton) en dan pas volgt de VS met iets meer dan 3 miljoen ton. De VS is wel de grootste pinda-exporteur ter wereld, wat het misverstand een beetje verklaart. Pinda’s worden in het warme zuidwesten en zuidoosten van de VS geteeld, vooral in Texas en Georgia. Jimmy Carter uit Georgia – weet je nog: president van 1977 tot 1981 – was groot geworden in de pindabusiness.

Van cosmetica tot snoep

Pinda’s en vooral pindaolie worden voor onwaarschijnlijk veel producten gebruikt: cosmetica, verf, vernis, insecticide, lijm en naar het schijnt zelfs nitroglycerine. Uiteraard is pindaolie ook prima geschikt als biobrandstof. Maar bovenal komt de pinda in allerlei levensmiddelen terecht, soms omdat pindameel of pindaolie een praktisch en goedkoop ingrediënt is, maar meestal vooral vanwege de smaak. Gevolg is dat Amerika geen best land is voor mensen met een pinda-allergie.

In heel veel snoep zitten pinda’s verwerkt, bij chocola moet je zelfs goed zoeken om een reep zónder te vinden. In Nederland kennen we de combinatie van choco met pinda alleen van de aloude pindarotsjes en van Snickers. In Amerika zijn er allerlei Snickers-varianten en bovendien repen van Hershey, Cadbury en Nestlé met stukjes pinda en/of peanut butter. De gekste benaming van een van die repen: Whatchamacallit. Populair zijn Reese’s peanutbuttercups, in feite een paar happen peanut butter met een laagje chocola eromheen. Ook veel koekjes, met namen als ButterNutter, hebben pinda als ingrediënt.

Typisch Amerikaans: overal zit pinda in

Peanut Butter

Maar de meeste pinda’s – de helft van totale productie, volgens de National Peanut Board – verdwijnen in de pindakaas oftewel peanut butter. Amerikaanse peanut butter, met als bekendste merken Jif, Skippy en Peter Pan, is er in allerlei varianten, van ‘creamy’ tot ‘crunchy’, met honing, met chocola en tegenwoordig uiteraard ook met ‘reduced fat’. Hoewel een pasta van gemalen pinda’s al eeuwenlang bestond en bovendien door iedereen met een beetje moeite zelf te maken is, slaagde de Canadese apotheker Marcellus Gilmore Edson erin om er zelfs patent op te krijgen. In dat patent uit 1884 wordt zijn product Peanut-Candy genoemd. De geschiedenis vermeldt niet of hij er rijk van is geworden. Uiteraard heeft peanut butter, zoals bijna elk voedsel of gerecht, zijn eigen feestdag: National Peanut Butter Day op 24 januari.

Amerikaans standaardvoedsel is de peanut butter and jelly sandwich, boterhammen met pindakaas en jam. Je hebt ook de Fluffernutter, een sandwich van wit brood belegd met peanut butter en marshmallowcrème. Dit schijnt vooral populair te zijn in New England, wat ermee te maken zal hebben dat de marshmallowcrème ooit in Massachusetts is bedacht. En er is ‘the Elvis’, oftewel een sandwich belegd (liefst dik) met peanut butter, banaan, bacon en eventueel honing, het geheel vervolgens gebakken, geroosterd of gegrilld. Deze calorieënbom was naar verluidt het lievelingsgerecht van Elvis Presley. Ook Bill Clinton en de vorige burgemeester van New York, Michael Bloomberg, hebben wel eens laten weten er liefhebber van te zijn.

Typisch Amerikaans: boterham met pindakaas en jam

Gras maaien

Mocht je niet van pindakaas houden of een pinda-allergie hebben, je kunt het spul altijd nog gebruiken om de messen van je grasmaaier mee te smeren (een tip van de American Peanut Council). Dat is snel genoeg gebeurd, zo’n klein klusje is echt wat je noemt peanuts.