Mi’kmaq

Mi'kmaq vlag De Mi'kmaq bezaten oorspronkelijk grote stukken land in het oosten van Canada en Amerika. Hun voornaamste bron van bestaan waren Kariboes. Wanneer Europese kolonisten op de dieren beginnen te jagen voor de aanleg van een spoorlijn, maakt dit het overleven moeilijk voor de Mi'kmaq. Vandaag de dag leven er nog veertig- tot vijfenzestigduizend Mi'kmaq in Oost-Canada en -Amerika, voornamelijk in het Canadese New Brunswick en de Amerikaanse staat Maine.

Geschiedenis

Mi’kma’ki

We kennen de historie van de Mi'kmaq via verslagen van Europese ontdekkingsreizigers. De mondelinge traditie van de Mi’kmaq zelf leert ons dat hun geschiedenis al zo’n dertienduizend jaar geleden begon. Archeologen hebben in Nova Scotia bewijs gevonden van jagers en verzamelaars die zich in die tijd ophielden aan de voet van de Cobequid Mountains. De Mi’kmaq gaan ervan uit dat dit hun voorouders zijn. De Mi’kmaq leven gedurende velen eeuwen in de gebieden die we nu kennen als Nova Scotia, New Brunswick, Prince Edward Island en Newfoundland en delen van het Gaspé-schiereiland. Zij noemen hun land Mi’kma’ki. Voor de komst van de eerste Europeanen is Mi’kma’ki verdeeld in zeven districten, die elk een eigen opperhoofd hebben. Samen vormen de opperhoofden een hoge raad, die weer een overkoepelend opperhoofd kent. De natie staat bekend als ordelijk, goed bestuurd, beleerd en succesvol.

Kolonisten en ruilhandel

De eerste kolonisten zijn sterk afhankelijk van de kennis en bekwaamheid van de Mi’kmaq in de ruige natuur. De Italiaanse John Cabot arriveert in 1497 als eerste Europeaan, onderweg naar de Golf van St. Lawrence. Er volgen meer Europeanen, die een ruilhandel onderhouden met de Mi’kmaq. In ruil voor bont krijgt de inheemse bevolking ketels, wollen dekens, messen en zeilbootjes om de spullen te verspreiden. Rond deze periode komen de Mi’kmaq waarschijnlijk voor het eerst op het eiland Newfoundland. De Europeanen brengen het katholieke geloof in Mi’kma’ki. Het opperhoofd van de hoge raad, Membertou, bekeert zich in 1610 tot het christendom. Hij sluit een verbond met Franse jezuïeten. Het zijn de Mi’kmaq die de kolonisten op hun grondgebied laten leven. In de negentiende eeuw groeien de kleine Franse kolonies in Nova Scotia echter snel en langzaam draaien de rollen om. Met de aanstelling van de Canadese Confederatie in 1867 wordt de wethandhaving grotendeels bepaald door de Britse overheid. De aanleg van een spoorlijn door Mi’kmaq-gebied zorgt ervoor dat grote groepen kolonisten komen jagen op kariboes. Er worden enorme slachtpartijen veroorzaakt. In 1930 zijn er nog maar 1900 van de oorspronkelijke 200.000 kariboes over. Dit maakt het voor de Mi’kmaq moeilijk te overleven.

Cultuur onder druk

In de twintigste eeuw komen de cultuur en economie van de Mi’kmaq onder druk te staan. Hoewel de Mi’kmaq sinds de zeventiende eeuw het christelijk geloof aanhangen, hebben ze in grote mate nog hun eigen rituelen en geloof. Begin twintigste eeuw wordt er in St. Alban’s echter een priester aangesteld die met harde hand deze ‘heidense’ rituelen probeert uit te roeien. Gelijktijdig ondervindt de bonthandel een enorme afloop, mede door een wereldwijde crisis. Veel Mi’kmaq gaan gedwongen aan het werk als houthakker.

Federale erkenning

In 1949 wordt Newfoundland deel van Canada, maar de lokale Mi’kmaq hebben hier weinig belang bij omdat ze niet worden erkend als status-indianen. In de jaren ’60 en ’70 maken ze deel uit van een beweging van inheemse volken die strijden voor hun rechten. In 1972 verkiezen de Mi’kmaq in Conne River een hoofd en raad die een jaar later alle inheemse volken bij elkaar brengt als de federatie van Newfoundland-indianen. Hun doel is federale erkenning. Met de instelling van de Indian Act verkrijgt de Conne River-gemeenschap deze erkenning in 1984. In 2011 erkent de Canadese overheid ook de Qalipu First Nations in Newfoundland en Labrador als status-indianen.

Cultuur

Wigwams

De Mi’kmaq wonen van oudsher in wigwams. Deze worden meestal door vrouwen gebouwd en kunnen in een dag worden neergezet. Stevige plantspruiten worden in een toelopende punt tegen elkaar gezet. Hier worden horizontaal twijgen langs geregen, die worden bedekt met berkenschors. De top is open en vormt zodoende een rookkanaal. De buitenkant van de wigwam wordt beschilderd met dierenfiguren. In een wigwam kunnen ongeveer twaalf mensen wonen.

Mi'kmaq kamp wonen

Kleding

De traditionele kleding van de Mi’kmaq is gemaakt van dierenhuiden. De huiden worden gekleurd met natuurlijke kleurstoffen uit levers, olie of rook. Dierlijke pezen dienen als rijgdraad. Ook de kleding wordt versierd met tekeningen van dieren en mensen. Met de komst van de Europeanen maakt de traditionele kleding plaats voor meer Europese kledingdracht. De mannen beginnen uniformen te dragen die lijken op die van Europese militairen, terwijl de vrouwen zich in wollen kleding hullen.

Wapens en sieraden

Voordat de Europeanen verschenen maakten de Mi’kmaq hun gereedschappen en wapens van dierlijke botten, ivoor, tanden, hout en leer. Ze besneden hout en maakten zelf manden door riet te vlechten. Deze manden dienden ter sier of voor de vangst van vis. Vanaf de zeventiende eeuw begonnen de vrouwen ook artefacten te maken die alleen voor de Europeanen waren bedoeld. Beroemd zijn de vertekeningen op boomschors, waarvan doosjes, stoelen en andere Europeaanse meubels van werden gemaakt. Ook maakten de vrouwen kralen sieraden, theemutsen en handtasjes. Veel van deze voorwerpen zijn tegenwoordig nog te bewonderen in een museum. De Mi'kmaq hadden hun eigen hierogliefen; tegenwoordig spreekt nog een aanzienlijk deel van de bevolking de traditionele taal.

Rituelen

Het vertellen van verhalen vormt een belangrijk onderdeel binnen de Mi’kmaq cultuur. Een vertelling kan dagen duren en wordt vergezeld door zang, danst en feesten. Het roken van de bast van de rode wilg of berendruif blaadjes maakt deel uit van de gebeurtenis.

Mi'kmaq culturele kledingMi'kmaq schrift cultuur

Tegenwoordig

Veertigduizend

Er leven nu veertigduizend Mi’kmaq verspreid over zo’n vijfendertig verschillende reservaten. Elke gemeenschap heeft zijn eigen bestuur, dat bestaat uit een opperhoofd en verschillende raadsleden. Ook de traditionele overkoepelende raad bestaat nog, maar de macht van deze raad is sinds de Indian Act beperkt. Van de veertigduizend huidige Mi’kmaq spreekt ongeveer een kwart de traditionele taal nog. Er wordt nog traditioneel gejaagd voor rituelen, vieringen en banketten. De Mi’kmaq-kunstproducten worden ook nog steeds gefabriceerd, waarbij gebruik wordt gemaakt van traditionele natuurlijke materialen.

5 oktober infodag Texas Style
met rodeostier en extra presentaties over Texas
Meld je gratis aan
20 oktober: Roadshow in Breda
Zuidwest-Amerika, West-Canada en camper!
Meld je gratis aan