James Monroe

James Monroe James Monroe was de vijfde president van de Verenigde Staten, van 1817 tot 1825. Hij was de laatste president die gerekend wordt tot de Founding Fathers en stond bekend als een president met een zeer grote en langdurige invloed op het Amerikaanse buitenlandbeleid. Voor meer dan honderd jaar vormde de Monroe-doctrine het uitgangspunt voor de Amerikaanse diplomatieke betrekkingen.

Voor presidentschap

Jeugd

James Monroe wordt geboren op 28 april 1758 in Virginia, als kind van een Schotse vader en Welsch moeder. Hij groeit op tijdens de Amerikaanse revolutie, waardoor hij in 1776 op 16-jarige leeftijd zijn school verlaat om mee te vechten in de Onafhankelijkheidsoorlog. Monroe maakt een aardige carrière in het leger, ondanks dat hij ernstig gewond raakt tijdens de Slag om Trenton. Niettemin verlaat hij in 1780 het leger om Rechten te gaan studeren. Hier bouwt hij een hechte band op met de latere president Thomas Jefferson, dan nog gouverneur van Virginia.

Toetreding tot de politiek

In 1782 begint Monroes politieke carrière als hij wordt gekozen tot volksvertegenwoordiger in Virginia’s Huis van Afgevaardigden. Al snel belandt hij echter in het nationale Congres; het eerste onafhankelijke regeringsorgaan van de dan ontkiemende Amerikaanse natie. Tot zijn vertrek in 1986 spant Monroe zich vooral in om de macht van de Spanjaarden over de Mississippi in te dammen en om de centrale overheid meer invloed te geven op de handel. Twee cruciale punten voor de verdere ontwikkeling van het land.

Lokale politiek en onder-ambassadeur

In 1786 verlaat Monroe het Congres om in de advocatuur te gaan, maar de politiek blijft hem lokken. Een jaar later wordt hij volksvertegenwoordiger in de lokale politiek van Virginia, waarbij hij betrokken is bij Virginia’s instemming met de nieuwe federale grondwet in 1988. In 1790 wordt Monroe gekozen voor de Amerikaanse Senaat, waar hij zich fel keert tegen het beleid van president George Washington, die tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog zijn overste was in het leger. Ondanks zijn felle oppositie kiest Washington Monroe in 1784 als onder-ambassadeur voor het onderhouden van de relaties met Frankrijk. Monroe voelt immers veel sympathie voor de Franse natie en ziet de Franse Revolutie als een logisch gevolg op de Amerikaanse. Die band met Frankrijk zou hij zijn leven lang houden. Met zijn vrouw en dochters bezocht hij het land regelmatig en hun huis en kleding werden gekenmerkt door de Franse stijl.

Heibel en overleg

Toch lukt het Monroe niet om de vriendschap met de Fransen te verstevigen. Na de Franse Revolutie zijn zij vrijwel constant in oorlog met Groot-Brittannië, waarmee de VS tot ergernis van de Fransen hun handelsbanden aanhalen. Het verdrag dat die handel moet bevorderen, the Jay Treaty, zit de Fransen zo hoog dat ze het beschouwen als een reden voor oorlog met de Amerikanen. In plaats van Franse steun te creëren voor het verdrag, houdt Monroe hen voor dat het verdrag nooit aangenomen zal worden. Als dit wel gebeurt, voelt zowel de Franse als de Amerikaanse overheid zich beetgenomen en wordt Monroe in 1797 teruggeroepen.

Dat is echter niet het einde van zijn politieke carrière. Monroe wordt in 1799 gouverneur van zijn geboortestaat Virginia en blijft via twee herverkiezingen op deze post tot 1802. In deze periode lopen de spanningen met Frankrijk verder op, doordat de Spanjaarden de staat Louisiana weer aan de Fransen schenken en de Amerikaanse handels- en opslagrechten in New Orleans intrekken. President Jefferson wil de boel vreedzaam oplossen en schakelt Monroe in om het overleg met de Spanjaarden te voeren. De onderhandelingen leiden tot het ‘overkopen’ van New Orleans van de Fransen en de inlijving van de Spaanse staat Florida. Monroe heeft hierin slechts een ondersteunende rol, maar het zet hem terug op de loonlijst van Washington. Gedurende zijn carrière zal Monroe vaker wisselen tussen de lokale politiek in Virginia en de nationale regering in Washington.

Diplomatie

Na de bemiddelingsacties verlaat Monroe Parijs en wordt hij onder-ambassadeur voor de betrekkingen met Groot-Brittannië in 1803. Hier staat hij voor de moeilijke taak om met de Britten te onderhandelen over hun agressieve gedrag op de Atlantische Oceaan, waar ze handelsschepen aanvallen en Amerikaanse bemanningsleden inlijven in hun eigen marine, uit protest tegen Amerikaanse handel met hun aartsvijand Frankrijk. Het leidt tot een verdrag met de Britten in 1806, dat de Britten nog voldoende vrijheid geeft om op te treden tegen Franse acties op zee. Omdat president Jefferson het verdrag lang niet ver genoeg vindt gaan, wordt deze onderhandeling met de Fransen wederom als een mislukking van Monroe's zijde gezien.

Terugkeer in de politiek

Monroe keert vanaf 1810 opnieuw terug naar de lokale politiek van Virginia. Eerst als volksvertegenwoordiger, maar al snel weer als gouverneur. Vanaf 1811 schakelt hij echter weer over op de landelijke politiek, als president James Madison hem vraagt om Minister van Buitenlandse Zaken te worden. Die functie houdt hij tot 1817. Het zijn turbulente tijden, waarin Frankrijk en Engeland hun oorlog blijven voortzetten. Het blijkt een onmogelijke opgave voor de VS om neutraal te blijven en gelijktijdig met beiden te handelen, wat leidt tot een oorlog met de Britten in 1812. Nadat zij Washington D.C. innemen, wordt Monroe Minister van Oorlogszaken, tot het einde van de Napoleontische oorlogen in 1815.

Tijdens presidentschap

Begin van Monroes presidentschap

Nu de vrede in Europa is teruggekeerd en ook de VS niet langer tussen twee vuren staan, wordt de Republikein Monroe in 1816 gekozen tot president van de Verenigde Staten. Tijdens de verkiezingen versloeg hij met gemak zijn federalistische tegenkandidaat Rufus King. Monroe's herverkiezing in 1820 gaat hem zelfs nog gemakkelijker af, waarna de federalistische partij ten onder gaat. Het zijn relatief rustige, naoorlogse jaren, waarin de VS in vrede kunnen genieten van de onafhankelijkheid. De presidentsjaren van Monroe staan daarom bekend als de ‘era of good feelings’. Deze worden slechts enkele keren onderbroken door incidenten. In 1817 leidt een kortdurende oorlog met Spanje tot de volledige overname van Florida, en in 1820 wordt er een conflict tussen de noordelijke en zuidelijke staten beslecht over slavernij.

Monroe’s Doctrine

Monroe verkondigt op 2 december 1823 de Monroe Doctrine. De Verenigde Staten hebben net nieuwe Latijns-Amerikaanse staten in Centraal- en Zuid-Amerika erkend die voorheen Spaanse kolonies waren. De kern van Monroe's doctrine is dat het Westelijke continent en het Europese continent strikt gescheiden dienen te zijn en de staten zich niet in elkaars invloedssferen mengen. Amerika neemt zich voor afzijdig te blijven van Europese oorlogen en Europese kolonies op het Amerikaanse continent te respecteren. Maar verdere kolonisering van het gebied zal niet geaccepteerd worden. Daarnaast wordt het onderling ruilen van bestaande kolonies niet getolereerd en zal bovendien elke Europese aanval op een (Latijns-)Amerikaanse staat als een aanval op de VS worden beschouwd. Hoewel Monroe’s afkondigingen pas in 1848 daadwerkelijk als leidende doctrine werden bestempeld, was het vanaf 1923 direct de leidraad voor de wijze waarop de VS met de Europese staten zouden omgaan.

Na presidentschap

Laatste levensjaren

Monroe's presidentschap eindigt na zijn tweede termijn in 1825. Hierna trekt hij zich terug op zijn landgoed in Virginia, wordt bestuurslid van de University of Virginia en voegt zich in 1829 bij een commissie die wordt opgeroepen om de Amerikaanse grondwet te veranderen. Gelijktijdig kampt hij echter met grote financiële problemen, omdat hij zijn persoonlijke financiën jarenlang ernstig verwaarloosd heeft en grote sommen geld besteedde tijdens zijn diplomatieke reizen naar Europa. Na de dood van zijn vrouw trekt hij in bij zijn dochter in New York, waar hij sterft in 1831 op 73-jarige leeftijd.

Nalatenschap

Hoewel Monroe door zijn tijdgenoten werd geroemd en wordt herinnerd als de laatste ‘founding father’, wordt hij in de geschiedenis vaak overschaduwd door de grotere staatshoofden uit zijn tijd: Jefferson, Wilson en Washington uit de jaren van de revolutie en de geboorte van de VS. Monroe's naam zal daarom vooral voortleven vanwege de herinnering aan de Monroe Doctrine. Het is niet volledig zijn eigen uitvinding. De regels ervan werden zelfs niet eens door hem opgetekend, maar door zijn Minister van Buitenlandse Zaken. Deze punten kregen destijds brede aanhang in de Amerikaanse politiek. Dat de Amerikanen voortaan afzijdig wilden blijven van Europese oorlogen, was een wens die alle voorgaande Amerikaanse presidenten hadden, net als dat de Europese staten afzagen van verdere kolonisering van het Amerikaanse continent. Het was echter president Monroe die deze beginselen aan de wereld verkondigde als officieel beleid en de verantwoordelijkheid op zich nam om de naleving ervan te garanderen. Tot ver in de twintigste eeuw vormde dit de basis voor de politiek van de VS, die zo min mogelijk bij wereldpolitieke gebeurtenissen betrokken wilden raken. Aan dit zogenaamde isolationisme, en dus aan de Monroe Doctrine, kwam pas een eind toen de Amerikanen betrokken raakten bij de Tweede Wereldoorlog in 1944.