John Calvin Coolidge

Portret van president John Calvin Coolidge, president van Amerika van 1923 tot 1929 John Calvin Coolidge volgde in 1923 vanuit zijn functie als vicepresident de vroegtijdig overleden president Harding op. Hij was de 30e president van de Verenigde Staten en diende twee termijnen. Privé was hij een man van weinig woorden. Dit leidde al snel tot de bijnaam ‘Silent Cal’. Calvin Coolidge staat tegenwoordig te boek als een saaie, zure en zuinige president. Zijn spindoctor Walter Lippmann wees er in 1926 op dat Coolidge een bijzonder talent had voor effectief nietsdoen.

Voor presidentschap

Jeugd

Op de Independence Day (4 juli) van 1872 kwam John Calvin Coolidge ter wereld in Plymouth, Vermont. Hij verloor op jonge leeftijd zowel zijn moeder als zijn jongere zusje. Zijn moeder stierf op 39-jarige leeftijd aan tuberculose en zes jaar later verloor de toen 18-jarige Coolidge zijn zusje Abigail aan een blindedarmontsteking. Hoe Coolidge hiermee omging is niet bekend.

Na de middelbare school in Vermont ging hij naar het Amherst College in Massachusetts. In 1895 studeerde hij hier cum laude af. Om een dure rechtenstudie te omzeilen begon hij na zijn studie onderaan de ladder bij een advocatenkantoor in Northhampton. In die tijd was het gebruikelijk om op deze manier hogerop te komen, door het opdoen van praktijkervaring zonder specifieke opleiding.

Politieke carrière

In 1899 werd Coolidge lid van de gemeenteraad en begon zijn politieke carrière. Hij is nog een tijdje stadsadvocaat (1900-1902) en rechtbankgriffier (1904) geweest tot hij in 1907 lid werd van het Huis van Afgevaardigden van Massachusetts. In 1905 is hij getrouwd met Grace Anna Goodhue, volgens bronnen ‘zijn regelrechte tegenpool’. Hij was serieus en teruggetrokken, zij praatte graag en lachte veel. Volgens de door Coolidge zelf geschreven biografie was het echter een zeer gelukkig huwelijk. Ze kregen twee zonen, John (1906) en Calvin jr. (1908). De jongste overleed al vroeg, op 16-jarige leeftijd bezweek hij aan een bloedvergiftiging.

In de periode 1910 en 1911 was Coolidge burgemeester van Northampton. Via functies als lid en president van de senaat van Massachusetts werd hij luitenant-gouverneur en uiteindelijk in 1919 en 1920 gouverneur. Zijn uitspraak tijdens een politiestaking in Boston verwierf nationale bekendheid: “There’s no right to strike against the public safety by anyone, anywhere, anytime.”

Tijdens de conferentie van de Republikeinse Partij in 1920, waar de nieuwe presidentskandidaat gekozen zou worden, was Coolidge één van de favorieten. Omdat de verdeelde Republikeinen het onderling echter niet eens konden worden, viel de keus op de underdog Warren G. Harding. Tegen de verwachtingen in schopte Coolidge het wel tot kandidaat voor het vicepresidentschap. In de verkiezingsstrijd tegen de democraat James M. Cox en zijn toenmalige running mate Franklin Delano Roosevelt (president tussen 1933 en 1945) won Harding. Op 4 maart 1921 legde Coolidge de eed als vicepresident af. Het presidentschap van Harding werd getekend door corruptie en schandalen binnen de regering, waarbij Coolidge buiten schot bleef.

Tijdens presidentschap

Presidentschap 1923-1924

Toen president Harding in de nacht van 2 augustus 1923 overleed in Californië, was Coolidge op familiebezoek in Vermont. Er was geen elektriciteit of telefoon aanwezig, dus het nieuws van Hardings overlijden bereikte hem midden in de nacht via een boodschapper van het Witte Huis. Om kwart voor drie ’s nachts legde Coolidge bij het licht van een kerosinelamp de presidentseed af onder toezicht van zijn vader. De dag daarop herhaalde hij dit in Washington onder toeziend oog van de rechter van het Supreme Court of the District of Columbia, omdat er enige verwarring en discussie was over de bevoegdheid van een notaris (Coolidges vader) met betrekking tot de presidentiële eed.

Ondanks de vele schandalen binnen de regering zoals Harding die had samengesteld, kondigde Coolidge aan het begin van zijn presidentschap aan dat hij geen ontslagen zou accepteren. Hij stond nog steeds fier achter de overleden president: hij vond dat ze, gekozen door Harding persoonlijk, in elk geval de termijn af moesten maken. Enkele van de wetsvoorstellen die Harding nog door wilde voeren, kregen nu de handtekening van Coolidge: onder andere het Vlootverdrag van Washington, de Immigration Act van 1924 en een verlaging van de inkomensbelasting. De ‘Bonus Act’, waarmee de oorlogveteranen van de Eerste Wereldoorlog flinke beloningen werd beloofd, ging niet door: Coolidge sprak zijn veto uit.

Presidentschap 1925-1929

De presidentsverkiezingen van 1924 kende maar liefst drie kandidaten. Tijdens de eerste stemming op het Republikeinse Congres was Coolidge naar voren gekomen als kandidaat. De democraten hadden maar liefst 103 stemmingen nodig om tot hun kandidaat te komen, het werd uiteindelijk John W. Davis. Robert M. La Follette Sr., een Republikeinse Senator van Wisconsin, scheidde zich af van de Republikeinen door een Progressieve Partij op te richten en zich apart verkiesbaar te stellen. De democraten hoopte dat deze splitsing binnen de Republikeinse Partij in hun voordeel zou werken, maar Coolidge won met overmacht: meer dan 54 procent van het totale aantal stemmen ging naar hem.

Roaring Twenties

Coolidge liet de Amerikaanse economie volledig op haar beloop, hij was de laatste president van de Verenigde Staten die niet ingreep op de werking van de vrije markt. Nou was daar tijdens zijn presidentschap ook niet echt reden toe, want de economie van de Amerikanen floreerde. Tijdens deze Roaring Twenties kon Coolidge dus redelijk gemakkelijk de belastingen verlagen. Daarnaast heeft hij ook een miljard aan staatsschuld ingelost.

Silent Cal

Ondanks het feit dat Coolidge een prominent politicus was, sprak hij maar zelden. Hij hield de nodige toespraken en persconferenties, waarbij hij als eerste president gebruik maakte van radio-uitzendingen, maar privé was hij een man van weinig woorden. Dit leidde al snel tot de bijnaam ‘Silent Cal’. Het gerucht gaat dat Coolidge tijdens sociale evenementen soms niet meer dan drie woorden sprak gedurende de hele avond. Omdat hij zich naar eigen zeggen niet langer thuis voelde in zijn tijd, besloot Coolidge zich in 1928 niet langer verkiesbaar te stellen, hoewel dit volgens de wet destijds nog wel mogelijk was. Hij werd opgevolgd door de Republikein Herbert Hoover.

Na presidentschap

Pensioen

Na zijn aftreden verhuisde hij met Grace terug naar Northampton, waar hij in enkele weken zijn memoirs schreef. Hij werd erevoorzitter van de American Foundation for the Blind, directeur bij de New York Life Insurance Company, voorzitter van de American Antiquarian Society en was lid van de Spoorwegcommissie. Daarnaast schreef hij twee jaar lang de krantencolumn ‘Calvin Coolidge Says’ en werkte hij mee aan de campagne van zijn opvolger Hoover.

Zijn vrije tijd bracht Coolidge graag door in zijn Hacker motorboot op de Connecticut River, de langste rivier in New England. Op 5 januari 1933 overleed hij onverwachts aan een hartinfarct. Hij was toen zestig jaar oud.

Saai, maar sympathiek

Calvin Coolidge staat tegenwoordig te boek als een saaie, zure en zuinige president. Veel journalisten en historici vinden zijn presidentschap weinig noemenswaardig, omdat hij maar in de ogen van de buitenwereld maar weinig uitvoerde. Zijn spindoctor Walter Lippmann wees er in 1926 op dat Coolidge een bijzonder talent had voor effectief nietsdoen. Dit komt overeen met Coolidge’s visie op politiek: “The business of America is business”, waarmee hij bedoelde dat de staat zo min mogelijk moest ingrijpen. Ondanks zijn ‘luie manier van regeren’ en onopvallende verschijning, konden veel Amerikanen het sympathieke en rustige karakter van Coolidge wel waarderen. Geen enkele president liet zich zo vaak en zo gemakkelijk fotograferen met indiaanse mutsen op of gehuld in cowboyoutfits.

Tarieven Road Bear 2018 bekend
Bekijk de aanbiedingen
Tarieven Fraserway 2018 bekend
Check de vroegboekkorting