Andrew Johnson

Portret van president Andrew Johnson, president van de VS van 1865 tot 1869 De dag nadat president Lincoln vermoord werd, vond al de inauguratie van zijn opvolger plaats. Als vicepresident van de overleden staatsman, was het niet meer dan logisch dat Andrew Johnson de zeventiende president van de Verenigde Staten zou worden. Andrew Johnson regeerde als ouderwetse zuidelijke democraat.

Voor presidentschap

Vroege leven

Andrew Johnson zag het levenslicht in Raleigh in North Carolina. Zijn familie was erg arm en zijn vader overleed toen Johnson net drie was. In zijn jonge jaren werkte hij als kleermaker. Hoewel hij geen opleiding had genoten, leerde Johnson zichzelf lezen en schrijven. Rond zijn zestiende levensjaar vluchtte hij weg uit zijn oude leven. Hij ging naar zijn broer in Greeneville. Daar ging hij verder in het werk dat hij zo verfoeide, maar hij leerde daar ook zijn vrouw Eliza kennen. Zij leerde hem de basisprincipes van wiskunde. Johnson participeerde in de lokale politiek. In 1829 werd hij gekozen tot voorzitter van een lokale arbeiderspartij, een functie die hij zou bekleden tot 1833. In dat jaar werd hij burgemeester van Greeneville. In 1835 kwam hij zelfs in het Huis van Afgevaardigden van de staat Tennessee, maar dit avontuur zou slechts een termijn duren.

Andrew Johnson volgt Andrew Jackson

Johnson werd steeds meer beïnvloed door de standpunten van de Democratische Partij onder leiding van Andrew Jackson. Als woordvoerder van de agrarische sector, was hij een stem tegen de rijkere families, die slechts een klein deel van de bevolking uitmaakten. Deze families hadden echter wel de politieke macht, een tegenstelling die Andrew Johnson bevocht. In 1839 werd hij weer gekozen in het Huis van Afgevaardigden in Tennessee en in 1841 kwam hij in de senaat van de staat. In 1843 werd hij de eerste afgevaardigde Democratische kandidaat van Tennessee in het nationale Congres.

Een man van het volk

In het Congres viel hij al snel op als man van het volk. Johnson streefde naar het geven van land aan armen, zodat zij een bestaan konden opbouwen. Johnson vervolgde zijn politieke carrière als Gouverneur van Tennessee en Senator in Washington. Als Senator zorgde hij voor het ondertekenen van de Homestead Act, waarbij vrije burgers land konden krijgen. De slavernij-kwestie was het belangrijkste agendapunt. Johnson nam een neutrale positie in. De grondwet verklaarde immers dat iedereen het recht op slaven had, maar hij accepteerde ook de mening dat ieder persoon het recht heeft vrij te zijn. Dit standpunt leek hem een ideale presidentskandidaat te maken, maar verdeeldheid binnen zijn eigen partij stond een nominatie in 1856 in de weg. In 1860 werd het nog een keer geprobeerd. Nu kwam Johnson wel als kandidaat naar voren, maar zag hij af van deelname omdat de partij uit elkaar dreigde te vallen.

Vicepresident

De Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) was in volle gang. In Tennessee werd gestemd voor afscheiding van de Unie. Johnson was hier een fel tegenstander van en liet zich in een tour door de staat flink horen. Hij stelde dat een afscheiding tegen de grondwet inging. Toch scheidde Tennessee zich in 1861 af. Johnsons betrokkenheid en onwil om af te scheiden van de Unie, zouden ertoe leiden dat president Lincoln hem op 4 maart 1865 benoemde tot vicepresident. Andrew Johnson zou zijn functie als vicepresident echter niet lang bekleden. Ruim een maand nadat hij zijn intrek had genomen in zijn kantoor, werd president Lincoln doodgeschoten.

Tijdens presidentschap

Presidentschap

Toen op 15 april 1865 Abraham Lincoln zijn laatste adem uitblies, werd Andrew Johnson ingezworen als zeventiende president van de Verenigde Staten. Het waren tumultueuze tijden: de noordelijke staten waren woedend vanwege de moord en door de torenhoge oorlogskosten moest er bezuinigd worden. Johnson nam als vicepresident een harde lijn in en stelde dat verraders en rebellen opgehangen moesten worden. Als hoogste man in functie matigde hij echter zijn toon. Johnson deed dit zodat het de afgescheiden staten weer bij de Unie betrokken konden worden. Hij streefde - net als Lincoln deed - een snelle hereniging na.

Het Veertiende Amendement

De ideeën van president Johnson vonden niet veel steun bij de Republikeinen. Zo bracht Johnson een veto uit tegen het Veertiende Amendement, waarin de term burgerschap verruimd werd. Alle voormalige slaven zouden daarmee burgerrechten krijgen. Zonder succes probeerde president Johnson dit amendement tegen te houden. Johnsons beleid stootte tegen het zere been van de radicalere Republikeinen. Zij vonden hem te toegeeflijk richting de 'rebellen' in het Zuiden. Het leidde tot een Motie van Wantrouwen tegen president Johnson, maar hij bleef ternauwernood overeind - het scheelde maar één stem. De Republikeinen wonnen aan populariteit en wonnen de verkiezingen een jaar later ruimschoots.

Nadat hij de aanval op zijn functie overleefd had, bleef Johnson nog een jaar president. Een van zijn laatste belangrijke acties was het verlenen van gratie aan zijn opponenten in de oorlog. Andere belangrijke mijlpalen in zijn jaren in het Witte Huis waren de toevoeging van Nebraska aan de Unie in 1867, het verdrijven van de Fransen uit Mexico en het aankopen van de staat Alaska, wat hem toen op veel kritiek kwam te staan.

Na presidentschap

Na zijn presidentschap

Nadat Johnson geen president meer werd, ging hij terug naar Tennessee. In 1868 werd hij niet gekozen in de Senaat van die staat en in 1872 verloor hij de verkiezingen voor het Huis van Afgevaardigden. In 1874 werd hij echter wel weer verkozen in de Amerikaanse senaat. Deze functie zou hij bekleedden van maart 1875 tot aan zijn dood, 31 juli later in dat jaar. Andrew Johnson stierf aan de gevolgen van een beroerte. Hij werd 66 jaar oud. Hij was de enige president die na zijn termijn verderging in de Senaat. Hij werd begraven in Greeneville, Tennessee.