General Motors

General Motors (GM) was tot 2008 het grootste automobielconcern ter wereld, met onder andere de automerken Cadillac, Chevrolet, Buick en Opel. Wereldwijd worden de producten van GM in 200 landen verkocht en bezit het bedrijf een marktaandeel van 15%. General Motors heeft ongeveer 250.000 werknemers en heeft general logo fabrieken in de Verenigde Staten en 30 landen daarbuiten. De voornaamste afzetgebieden zijn Noord-Amerika, Europa en Oost-Azië. De laatste jaren gingen de zaken van General Motors slecht. Onder andere door de kredietcrisis heeft het bedrijf flinke verliezen geleden en de hele Europese tak van het bedrijf af moeten stoten. Delen werden afgesplitst en verkocht en General Motors werd nieuw leven ingeblazen. Dit nieuwe bedrijf is per 18 november 2010 opnieuw naar de beurs gegaan om weer even succesvol te worden als voorheen.

Geschiedenis

Op 16 september 1908 richtte William Durand General Motors Company op in het plaatsje Flint, Michigan. Het bedrijf nam al snel Olds Motor Works (Oldsmobile) over, dat in 1899 als een van de eerste bedrijven in de VS een autofabriek geopend had. Een jaar later kwam het merk Cadillac in handen van General Motors. Na deze overnames had William Durant echter hoge schulden en moest hij een deel van zijn bedrijf afstaan aan de schuldeisers. Als reactie hierop richtte hij, samen met Louis Chevrolet, de Chevrolet Motor Company op. Dit bedrijf liep goed en met de winsten van Chevrolet kon Durant weer de meerderheid van de aandelen in zijn bedrijf terugkopen en had hij weer invloed binnen de organisatie van General Motors. Daarnaast besloot men dat Chevrolet een divisie binnen General Motors zou worden. De jaren boekte de organisatie veel successen. In 1920 opende het eerste kantoor in Azië en ongeveer drie jaar later de eerste fabriek buiten de Verenigde Staten, in Kopenhagen. De jaren daarna bouwde het bedrijf fabrieken en kantoren over de hele wereld, van Argentinië en Brazilië tot Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland, Egypte en Japan. In 1929 nam General Motors de productie van Opel over, en iets daarvoor had ze Pontiac al ingelijfd.

William Durand

Luchtvaart- en spoorwegindustrie

General Motors interesseerde zich niet alleen voor de bouw van auto’s, maar ook in die van vliegtuigen. Ze had aandelen in de organisatie van Fokker, een van de grootste vliegtuigfabrieken ter wereld. Vanaf dat moment werden de technologieën die in de bouw van vliegtuigen gebruikt werden ook toegepast in de bouw van auto’s. De interesse bleef niet alleen bij de vliegtuigindustrie, maar breidde zich ook uit naar de industrie van diesellocomotieven. General Motors kocht de Winton Engine Company op, een producent van dieselmotoren, en de Electro-Motive Company, een fabrikant van spoorwegmaterieel. Hiermee zette ze de eerste stappen richting de markt van de dieseltreinen. General Motors voegde de twee bedrijven samen, hieruit ontstond de Electro-Motive Division, later een van de grootste fabrikanten van dieseltreinen.

EMD

Tweede Wereldoorlog

Toen brak de Tweede Wereldoorlog uit. De Duitsers namen de controle van de fabrieken van Opel over en de toenmalige directeur van General Motors, William Knudsen, werd aangesteld als hoofd van de Amerikaanse oorlogsproductie. Dit hield in dat vanaf 1942 General Motors geen auto’s meer produceerde maar alleen nog maar oorlogsuitrusting: vliegtuigen, kanonnen, tanks enzovoort. Dit bleef zo tot het einde van de oorlog in 1945. De autofabrieken in Europa waren na de oorlog zeer beschadigd door bombardementen, en de gebouwen die nog overeind stonden, waren vaak volledig geplunderd. Men besloot om de fabrieken over te plaatsen naar Rusland en ze hier opnieuw op te bouwen. Vanaf het jaar 1950 kon GM weer produceren zoals voorheen.

In de jaren ’70 kwam het bedrijf opnieuw in de problemen. Dit keer vanwege de oliecrisis in de Verenigde Staten, en als gevolg van de groeiende interesse van het Amerikaanse en Europese volk in de kleinere en goedkopere auto’s uit Japan. General Motors speelde hier op in door de dieselmotor te introduceren en daarmee zuinigere en goedkopere auto’s aan te bieden. Ook ging ze samenwerkingsverbanden aan met Suzuki, Toyota, Lotus, Saab, Ford en Chrysler.

General Motors in de eenentwintigste eeuw

Vanaf 2005 ging het GM niet langer voor de wind. Er zijn bedrijfsonderdelen afgestoten en men moest samenwerkingsverbanden opzeggen. De aandelen van General Motors werden in deze jaren door de kredietbeoordelaars tot de laatste categorie ingeschaald. Problemen ontstonden voornamelijk door de torenhoge vaste lasten van het bedrijf. General Motors besloot tot een aantal zeer ingrijpende maatregelen om op deze kosten te bezuinigen. Zo werden er tussen 2005 en 2008 in Amerika alleen al twaalf fabrieken gesloten en 30.000 werknemers ontslagen. In Europa zou één op de vijf werknemers moeten verdwijnen. De economische crisis waarin ook de Verenigde Staten zich de laatste jaren bevond, heeft het er niet beter op gemaakt. Samen met de merken Ford en Chrysler vroeg General Motors een noodlening aan bij het Amerikaanse Congres, deze werd echter afgewezen. In 2008 kreeg het bedrijf toch overheidssteun en werd besloten de Europese divisie van af te stoten. Met behulp van de overheidssteun en de winst na de verkoop van de bedrijfsonderdelen werd het ‘nieuwe’ General Motors opgericht. Deze organisatie is een stuk kleiner, maar met de bezuinigingen en de focus op specifieke bedrijfsonderdelen gaat het beter met het bedrijf. De aandelen van de ‘nieuwe’ General Motors zijn voornamelijk nog in handen van de Amerikaanse en Canadese overheden en de vakbonden. Op 18 november 2010 is General Motors opnieuw de beurs opgegaan met, vooralsnog, succes. De wederopstanding van het bedrijf wordt vandaag de dag gezien als een van meest succesvolle na een bijna-faillisement.

Bijzonderheden

General Motors was het bedrijf dat de navigatiesystemen ontwikkelde voor de Apollo 11-missie naar de maan.

General Motors was het eerste bedrijf dat een volledig elektrische auto introduceerde. Dit was een zeer exclusieve auto die maar bij een aantal dealers in de Verenigde Staten te verkrijgen was. Ook kon je de auto alleen leasen en niet kopen. Echter, na een aantal jaren bleek het succes minder groot dan verwacht en is de elektrische auto weer uit de markt genomen. Op een aantal exemplaren in musea na, zijn ze allemaal vernietigd. Dit werd gedaan zodat ook in de toekomst de techniek niet in handen van de concurrenten zou vallen.

Electrische auto